Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Alle seinen staan op groen voor de plant

Home

Wim Boevink

Utrecht Centraal. © -
Klein Verslag

Mijn plant en ik, dat was het thema van de laatste editie van de bijlage ‘Tijd’, gepresenteerd door de binnenin immer goedlachse chef Andrea Bosman, die ik goed en van nabij ken.

We delen een huis en een tuin en twee dochters en ook een paar kamerplanten, die een Amerikaanse kunstenaar graag ‘groene huisdieren’ noemt. Dat is minder gek dan het lijkt, want ik leerde dat planten kennelijk ook aan stemmingen onderhevig zijn en dat ze verplaatsingen als stressvol kunnen ervaren.

Lees verder na de advertentie

De bijlage bood pagina’s lang een blik over begroende interieurs met wemelende planten en je kon al van een trend spreken; de kamerplant beleeft een revival. Ik meen nog tijden te hebben beleefd, waarin een vensterbank met sanseveria’s en vingerplanten gelijk stond aan oubollige burgerlijkheid – er hoorde ook altijd vitrage bij.

Vrijelijk woekeren

Maar nu mogen ze vrijelijk woekeren, niet alleen in huiskamers maar ook in cafés en koffiebars of in ontvangst- of vergaderruimtes van bedrijven.

Het sein staat overal op groen.

In het centrum van Utrecht, aan de Jaarbeurszijde, verrijst straks een woontoren met hangende tuinen waarop ook bomen kunnen groeien en ik moet zeggen, ik vind het prachtig.

Eric klapte zijn laptop open: zo zou hij die koele, functionele hal ­omtoveren tot een parkachtige ruimte

Gisteren stond ik vanaf de bovengalerij neer te kijken op de stationshal van Utrecht Centraal. Die hal onder dat ­golvende dak, de hal die soms lijkt op een hangar, industrieel en functioneel. Een product van ingenieurskunst.

Ik had weer eens afgesproken met Eric Voerknecht, de man achter het ontwerpbureau Man& Paard, die graag stoeit met ideeën om de openbare ruimte te verzachten en te onthaasten en ons verblijf daar te veraangenamen.

Hij stond naast me en wees op de mooie houten banken voor wachtende passagiers en de keramieken poefs – of moet je ‘poeven’ zeggen? We bestudeerden de looplijnen van het publiek, met hoofdstromen langs drie onzichtbare paden in de hal.

Eric klapte een beeldscherm open en liet me een fotomontage zien: zo zou hij die harde, koele, functionele hal ­willen omtoveren tot een parkachtige ruimte. Ik keek naar bomen en planten, geplaatst tussen de zitelementen, klimplanten die langs de spanten en kolommen van het dak neerdaalden en planten die de glazen liftkooien konden ­bedekken.

Ik vond het schitterend, misschien een idee voor de mij dierbare directeur duurzaamheid van de NS, maar begon meteen ook mogelijke bezwaren te ­formuleren. Zou de veiligheid in het ­geding kunnen komen en hoe zat het met de zichtlijnen en de oriëntatie?

Groene kas

Eric kon zich niet voorstellen dat zijn planten het plegen van een aanslag zouden kunnen bevorderen en wat die zichtlijnen aanging: zijn plantenontwerp maakten die juist beter zichtbaar en inderdaad, ik begon ineens lanen te zien in een groene kas, niet meanderend weliswaar, maar toch.

Eric fantaseerde zelfs over tomatenplanten en mij sprongen hoge rekken met geurige kruiden voor het geestesoog.

Een groene stationshal, met tappunten voor drinkwater, waar het rook naar rozemarijn en thijm, een en al Simon & Garfunkel, hoe mooi is dat?

Ik bedankte Eric en snelde naar huis, benieuwd wat de chef van Tijd van dit visioen zou vinden.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Lees meer afleveringen van zijn Klein Verslag op trouw.nl/kleinverslag.

Deel dit artikel

Eric klapte zijn laptop open: zo zou hij die koele, functionele hal ­omtoveren tot een parkachtige ruimte