Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Alle reden voor bonen op uw bord

Home

MARGA VAN ZUNDERT

Bruine bonen, kapucijners, tuinbonen. Ooit waren peulvruchten volksvoedsel, nu eten we ze amper nog. Is het de zweem van armoede? De winderigheid na afloop? De smaak? Voedingsdeskundigen, koks, telers en klimaatredders zien ze graag terugkeren. De VN roepen 2016 zelfs uit tot het Internationale Jaar van de Boon. Zes redenen waarom er meer bonen op het bord mogen, of zelfs moeten.

1 Bonen zijn gezond...

Het mediterrane menu met veel olijfolie, groenten en vis is een van de gezondste eetpatronen. Vooral hart- en vaatziekten voorkom je ermee. "Maar dan gaat het wel om het traditionele patroon", benadrukt Daan Kromhout, hoogleraar Voeding, leefstijl en gezond ouder worden in Groningen. Dat klassieke menu bevatte dagelijks 75 gram peulvruchten. Waardoor Zuid-Europeanen ruim 27 kilo per jaar aten in plaats van de krappe 2,5 die wij Nederlanders nu verorberen.

Vooral de olijfolie staat te boek als gezond. Maar ook de kikkererwten, linzen en favabonen lijken bij te dragen aan het lage aantal hart- en vaatpatiënten. Proefpersonen die een paar weken lang 130 gram peulvruchten per dag aten, zagen hun 'slechte cholesterol' (LDL) dalen met 0,2 mmol/l. "Een heel aardige bijdrage", aldus Kromhout.

2 ...en lekker

Lekker is altijd een kwestie van smaak, maar bij bonen is er keus te over uit diverse keukens: snert, chili con carne, witte bonen in tomatensaus, linzencurry, hummus, falafel, een power salad of sojaburger. Voedingsdeskundige Yneke Kootstra heeft altijd een reeks klassieke en hippe bonenideeën paraat. Maar de doorsnee Nederlander denkt er vaak niet aan. Jammer en onterecht, vindt Kootstra. "Peulvruchten zijn superlekker en voedzaam, duurzaam, gezond en goedkoop."

Ze begon de Bruine Bonenbende om de boon uit het vergeethoekje te halen. De bende levert recepten en promoot bonen waar mogelijk. Dit jaar leidt Kootstra ook de Blije Boon-campagne van het VN-bonenjaar. Kookboeken, een rondrijdende foodtruck, proeverijen en promotie onder cateraars moet de boon zijn welverdiende plek op het bord geven.

3 Bonen eten tegen de honger

De vraag naar vlees neemt hard toe door de grotere welvaart, het populaire fastfood en de groeiende wereldbevolking. En daarmee groeit ook de vraag naar landbouwgrond. Want om alle kippen, varkens en koeien vet te mesten, is veel veevoer nodig. Hoe meer vlees er dus wereldwijd wordt gegeten, hoe meer landbouwgrond er nodig is. En omdat goede landbouwgrond schaars is, leidt dat tot stijgende prijzen voor al het voedsel. De verwachting is dat voedselprijzen de komende vijftien jaar verdubbelen. En dat komt het hardst aan bij de allerarmsten die elke cent moeten besteden aan eten.

Extra landbouwgrond en honger is niet nodig. Vlees bestaat ruwweg voor een derde uit eiwit, de rest is water en wat vet. Nederlanders eten nu zo'n honderd gram eiwit per dag terwijl vijftig tot zestig gram vaak al genoeg is (0,8 gram per kilo lichaamsgewicht). En het merendeel van die noodzakelijke eiwitten is zonder problemen uit plantaardige bronnen te halen, bijvoorbeeld uit meer peulvruchten.

Een kipfilet vraagt circa anderhalf maal zoveel grond als het equivalent in plantaardige eiwitten, becijfert milieuadviesbureau Blonk. Bij de half-om-half gehaktbal is dat een factor drie en voor een rundersteak is zelfs tien maal zoveel grond nodig. Wanneer we enkel vee zouden houden dat graast en daar waar landbouw lastig is, zou een oppervlak zo groot als Europa aan landbouwgrond vrijkomen, rekende biochemicus Harry Aiking (Vrije Universiteit) uit.

4 Bonen voor beesten

Vergeet de insecten, de algen, het zeewier en het kweekvlees. De beste basis voor een diervriendelijke vleesvervanger is al eeuwen bekend en alom aanwezig. In magere tijden aten Nederlanders veel bruine bonen en kapucijners. En elders in de wereld zijn het linzen, kikkererwten, kidney- en sojabonen die volken op de been houden. Alle peulvruchten zijn rijk aan eiwit.

Helaas is het waarschijnlijk ook juist dat armoedige imago - 'Ik bid nie veur brune bonen' - dat ze van ons bord deed verdwijnen. Maar hippe hummus en falafel slaan aan. En vermomd als vegaballetje of vegaburger eten we steeds meer soja in plaats van vlees, vooral om dierenleed te voorkomen. Wakker Dier stuurt wekelijks een nieuwsbrief rond welke vleesvervangers er in de aanbieding zijn.

Zelfs de smakelijke sojabiefstuk komt eraan, belooft levensmiddelentechnoloog Atze-Jan van der Goot. Zijn onderzoeksgroep in Wageningen maakte vorig jaar een steak van een vierkante meter. Van der Goot: "Met crowdfunding bouwden we een prototype van het apparaat dat een sojadeeg zo kneedt dat de vezels parallel liggen zoals in vlees. Dat geeft een bite." Van der Goot verzamelt nu partners om de biefstuk echt op de markt te brengen. "Dat gaat zeker lukken. Er is veel belangstelling."

5 Een vruchtbare bodem

Peulvruchten gedijen op arme gronden omdat ze een belangrijke meststof - stikstof - uit de lucht plukken. Dat doet de plant niet zelf, maar de bacterie Rhizobium. Die nestelt zich in plantencellen in wortelknobbels in een unieke symbiose. De bacteriën binden stikstof uit de lucht met een enzymcomplex, een trucje dat meer bacteriën kennen. Maar Rhizobium is de enige die het ter plekke ruilt met de plant tegen suikers. De miljoenen bacteriën in een knobbel vormen zo een soort extra plantenorgaan.

Bemesting van vlinderbloemigen met stikstof, een hoofdbestanddeel van kunstmest, is dus amper nodig. Waar granen en aardappels de bodem uitputten om eiwitten te kunnen produceren, laten peulvruchten juist stikstof achter voor een volgend gewas. Het organische stikstof is ook makkelijker op te nemen dan de stikstof in kunstmest en spoelt minder snel de sloot in.

Waarom niet alle planten, maar alleen de vlinderbloemigen bacteriën verleiden om stikstof te verzamelen, is helaas een nog niet beantwoorde vraag, vertelt onderzoeker René Geurts (Wageningen Universiteit). "Het levert de plant inderdaad een groot voordeel op. Daarom zou je denken dat zo'n symbiose wijdverspreid zou zijn." De Bill Gates Foundation financiert nu onderzoek ernaar, juist om de wereldvoedselproductie op te kunnen voeren.

6 Tegen de opwarming

Een menu met veel bonen eist minder landbouwgrond. Dat betekent meer ruimte voor natuur, minder ontbossing en meer ruimte voor biologische of duurzamere landbouw die juist vaak meer grond vraagt. Meer bonen betekent ook minder bemesting, dus meer biodiversiteit. Én minder CO2-uitstoot omdat kunstmestproductie veel energie vraagt. Allemaal natuurlijk muziek in de oren van milieuorganisaties. Natuur & Milieu pleit dan ook in haar Menu van Morgen voor tweemaal per week peulvruchten op het bord. We zouden zeven tot tien maal meer peulvruchten moeten eten dan nu en het vlees juist moeten decimeren. Dan halveren de milieu- en klimaateffecten van ons voedsel.

Grote vraag is natuurlijk: gaan we het ook doen? Niet eenmaal per maand, maar een of twee keer per week bonen eten? Fruit en groenten zijn ook gezond. We weten dat, maar eten het nog steeds niet genoeg. "Gezond blijkt wel een effectieve associatie voor het aankopen van voeding. Sterker dan lekker", stelt Rob Holland, hoogleraar Beïnvloeding van duurzaam eetgedrag aan de Universiteit van Amsterdam. "Ik denk dat mensen bonen niet direct aan gezond koppelen. Zo'n verrassende en frisse boodschap kan helpen." Maar op de vraag wat er voor kan zorgen dat bonen een vast onderdeel worden van ieders kookrepertoire, moet ook Holland het antwoord schuldig blijven. "Mijn tak van wetenschap is jong en klein, de marketeers van de voedselindustrie hebben een enorme voorsprong. Maar een bonenjaar vind ik een mooi begin." Lukt het niet met de Blije Boon-campagne dan moeten we noodgedwongen wereldwijd meer bonen gaan eten, vreest biochemicus Harry Aiking. "Veranderen we ons eetpatroon niet, dan zullen de voedselprijzen sterk stijgen. De boon is dan het goedkope alternatief voor onbetaalbaar vlees."

Lees verder na de advertentie

Peulvruchten

Peulvruchten horen tot de vlinderbloemigen (Leguminosae). Het kenmerk van de peulvruchten binnen deze familie is uiteraard de peul: de zaden zijn verpakt in twee vruchtbladen. Van veel soorten eten we alleen de zaden, denk aan bruine bonen, linzen, erwten en kapucijners ('droge bonen'). Sperziebonen, snijbonen en peultjes eten we met peul en al.

Peulvruchten zijn erg voedzaam. Ze bevatten eiwitten, koolhydraten, vezels en zijn een goede bron van ijzer en vitamine B1. In de allereerste Schijf van Vijf in 1953 stonden de bonen in het vleesvak vanwege het hoge eiwitgehalte. Daarna verhuisde het Voedingscentrum de droge bonen naar het vak met granen en brood vanwege de vele koolhydraten, de peulen belandden in het groentevak. In de nieuwste Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad staat voor de eerste maal een bonenadvies: eet wekelijks peulvruchten.

Ook sojabonen en pinda's zijn peulvruchten. Toch schaart de Wereldvoedselorganisatie soja onder de oliezaden en pinda's onder de noten. Maar een derde van de sojaboon bestaat uit eiwit. Wanneer de olie er is uitgeperst, kan het eiwitrijke 'schroot' als veevoer dienen. Maar tegenwoordig is de boon vaak in zijn geheel veevoer. De boon kan ook op een bord belanden als tofu, tempé of in een 'vegaburger'. De pindaplant is uitzonderlijk omdat na de bloei de peulen naar de grond zakken en ondergronds verder groeien. Vanwege het hoge vetgehalte lijken ze qua samenstelling veel op noten.

Deel dit artikel