Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Alcoholbestrijders bestrijden ook elkaar

Home

Joost van Velzen

Alcoholproducenten vrezen het ’tabaksscenario’, waarbij door de nationale overheid en Europa steeds meer verboden wordt. Om dat te voorkomen, proberen ze zichzelf te reguleren. Niet iedereen is onder de indruk van die inspanningen.

Ingrid van Engelshoven, directeur van de Stichting Verantwoord Alcoholgebruik probeert al dagen een kroegbaas in Zoetermeer aan de telefoon te krijgen. De man heeft een Vrouwvriendelijke Vrijdag afgekondigd: ze kunnen die dag in zijn café gratis drinken. Mag niet, zegt Van Engelshoven. In strijd met de zelfregulerings-regels die de alcoholbranche zichzelf heeft opgelegd. „Ik probeer bij overtredingen een ondernemer altijd eerst te waarschuwen. Als die niet luistert, dienen wij een klacht in.” Komt bijna nooit voor, zegt ze.

Dat klopt, reageert Wim van Dalen, directeur van de tegenhanger van Stiva, de Stichting Alcoholpreventie (STAP). „Zelfregulering werkt niet. Het is een loze regeling, waarmee de branche alle kanten op kan. De ernstige alcoholproblemen in Nederland worden zo niet opgelost.”

Twee stevige opponenten: Stiva, de club van alcoholfabrikanten, in de jaren tachtig opgericht door Heineken als branchebrede gesprekspartner met de overheid over het alcoholbeleid. En STAP, de preventieorganisatie die Van Dalen, voormalig beleidsmedewerker van het nationaal gezondheidsinstituut NIGZ, in 2002 opzette. STAP is een actiegroep, meent Stiva. Stiva is gewoon een instrument van de alcohollobby, meent STAP.

Over het probleem zijn Stiva en STAP het aardig eens, over de aanpak is er minder overeenstemming. Eerst het probleem: volgens het NIGZ zijn er in Nederland 1,1 miljoen probleemdrinkers. Dat zijn mensen die meer drinken dan de norm (volwassen vrouwen twee glazen per dag, mannen drie glazen, met voor beide groepen twee alcoholvrije dagen per week). Alcoholmisbruik kost de samenleving jaarlijks 2,6 miljard euro aan hulpverlening, ziekteverzuim, uitkeringen, misdrijven en overtredingen.

De laatste jaren ligt in het beleid de nadruk op jongeren. Overmatig alcoholgebruik (meer dan 21 glazen per week voor een man en 14 voor een vrouw) komt voor bij 20 procent van de jongens en elf procent van de meisjes tussen de 15 en de 25 jaar. Jongeren beginnen steeds vroeger, meestal tussen de 11 en 14 jaar. Ondanks een wettelijk verbod kunnen kinderen onder de 16 vrij makkelijk alcohol kopen.

De discussie over jongeren en alcohol kreeg onlangs een extra impuls toen de Delftse kinderarts Nico van der Lelij bekend maakte dat hij dit jaar ’al een stuk of tien’ kinderen onder de 16 had opgenomen met een alcoholvergiftiging. Van der Lelij is expert op het gebied van alcoholvergiftiging bij jongeren.

Een alcoholvergiftiging kan optreden na het drinken van zo’n 20 glazen alcohol in enkele uren. Dat aantal varieert, afhankelijk van leeftijd, sekse en ’drinkervaring’. De kans op bewusteloosheid is bij alcoholvergiftiging groot, er is ook een risico in coma te raken. Als er niet wordt ingegrepen kan het zenuwstelsel zo sterk worden verdoofd dat het ademhalingscentrum verlamd raakt, met fatale afloop.

Het NIGZ krijgt ook van andere ziekenhuizen signalen dat het probleem groeit. De Delftse kinderarts signaleerde dat hij aanvankelijk op de Eerste Hulp vooral jongens van 16 zag met te veel bier op. Tegenwoordig zijn het meisjes van 12, 13 jaar met wodka op. Tijdens een alcoholcongres, begin dit jaar, noemde minister Hoogervorst de Nederlandse jongeren ’de zuipschuiten van Europa’. Vergeleken met andere landen drinken ze veel meer.

Dan de oplossing. Volgens STAP moet de leeftijdsgrens voor het kopen van alcohol omhoog naar 18, moet er een reclameverbod komen voor alcohol en moeten de Breezers uit de supermarkten. Ouders willen dat laatste ook, aldus STAP na een onderzoek. Niet verrassend: Stiva voelt niets voor dit soort maatregelen. De alcoholbranche vindt dat vooral ouders verantwoordelijk zijn en beroept zich op onderzoek waaruit blijkt dat veel kinderen thuis in aanwezigheid van hun ouders met alcohol kennis maken.

„Ja, we hebben een ernstig probleem waar dringend iets aan gedaan moet worden”, bevestigt Van Engelshoven. „Maar ik zou zo graag eens met de media in discussie willen over de manier waarop dit probleem altijd maar in beeld wordt gebracht. Als je op tv en in kranten alleen maar zuipende jongeren laat zien, loop je dan niet het risico dat jongeren gaan denken: dit is dus normaal? Ik weet het, zuipende jongeren verkopen, goed voor de kijkcijfers en de krantenoplagen. Maar kunnen we niet beter aan jongeren duidelijk maken dat het niet normaal is om buitensporig te drinken? Dat moet toch de norm worden?”

De sterke aandacht voor drinkende kinderen is bedreigend voor de branche. De fabrikanten van mixdranken, bier, wijn en gedestilleerd vrezen dat het met de bedrijfstak dezelfde kant op gaat als de tabaksindustrie, die goeddeels verbannen werd uit het overleg met de overheid en te maken kreeg met talloze andere beperkende maatregelen, zoals een algeheel reclameverbod.

De tabaksindustrie zelf heeft de alcohol-collega’s geregeld gewaarschuwd: pas maar op, straks zijn jullie aan de beurt. Van Engelshoven: „Ja, en daarna de voedingsmiddelenindustrie die verantwoordelijk zou zijn voor toenemend overgewicht.” Er zijn door de tabaksfabrikanten in de afgelopen decennia succesvolle pogingen gedaan de tegenkrachten tegen overheidsingrijpen te bundelen. Maar inmiddels is de verstandhouding tussen alcohol en tabak wat bekoeld, al is er nog wel een strategische alliantie met de horeca die de invoering van een rookverbod wil uitstellen.

De alcoholsector is, in tegenstelling tot de sigarettenfabrikanten, welkom als gesprekspartner bij het ministerie van volksgezondheid. „Het zou ook wat zijn: dat zonder ons over alcoholbeleid wordt gepraat”, zegt Van Engelshoven verbolgen. Niettemin, een spookbeeld van drastisch overheidsingrijpen dempt het optimisme in de sector. „Zolang er in Europa landen zijn die een reclameverbod bepleiten, is onze angst daarvoor reëel. Maar wij willen laten zien dat je met preventie ook veel kunt bereiken. Onze producten zijn bovendien niet te vergelijken met tabak. Tabak is altijd ongezond. Matig alcoholgebruik is ongevaarlijk, integendeel, het heeft zelf gezondheidsvoordelen.”

Ingrid van Engelshoven vindt het ’jammer’ dat Wim van Dalen van STAP niet met de alcoholindustrie om tafel wil zitten. „Ik zou zo graag eens het oude wij/zij-denken achter ons willen laten: wij hebben allemaal hetzelfde doel. Laten we eens ophouden met elkaar te bestrijden.”

Van Dalen reageert gelaten. „Tja, de branche is nerveus. De weerstand groeit. Waarom zou ik praten met een organisatie die geen gelegenheid onbenut laat om bij het ministerie van VWS onze subsidie ter discussie te stellen? We zijn lastig, daarom noemen zij ons graag een actiegroep. Maar Stiva weet dat wij, door onze Europese contacten en onze wetenschappelijke aanpak, serieus worden genomen.”

Er is in de afgelopen jaren veel bereikt, constateert Van Dalen. „Wij hebben een groot draagvlak bij politici. Maar dat is niet voldoende. We moeten nu doorpakken met echt substantiële maatregelen. Er is in Nederland sprake van een natte cultuur, bier heeft zo ongeveer een drinkwater-imago. Zo’n incident met die mariniers in Noorwegen, die betrokken waren in een vechtpartij met de plaatselijke bevolking, het is veelzeggend hoe minister Kamp daarop reageerde. Hij zei dat de mariniers die daaraan meededen niet deugen. Dat zijn de rotte appels in het korps, zei hij. Terwijl het hele zootje gewoon dronken was! Hij had moeten zeggen: het alcoholprobleem groeit ons boven het hoofd. De tolerantie voor de alcoholproblematiek is het echte probleem. Daar begint niemand over. Het is een soort van nationale ontkenning.”

Deel dit artikel