Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Albayrak en Timmermans over de Armeense genocide / Zie de fouten uit het verleden onder ogen

Home

door Nebahat Albayrak en Frans Timmermans

Turken, ook in Europa, moeten het debat over het uitmoorden van de Armeense bevolking aandurven. De term ’genocide’ is voer voor juristen.

In de periode van het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk en tijdens de roerige periode onder de Jonge Turken tussen 1915 en 1917 zijn vele honderdduizenden Armeense slachtoffers gevallen. Daarover bestaat geen enkele discussie. Westerse én sommige Turkse historici zijn het over het algemeen eens dat een genocide plaatsvond. Turkse en onder wie de Amerikaanse historicus Bernard Lewis, houden het bij een deportatie van Armeniërs, waarbij ook een etnische zuivering heeft plaatsgevonden die er door de gruwelijke omstandigheden in de praktijk toe leidde dat honderdduizenden de dood vonden. Turkije ontkent de genocide en zet zich internationaal in, de erkenning ervan tegen te houden.

De Europese Unie en al haar lidstaten – dus ook Nederland– vinden dat van Turkije mag worden gevraagd dat het de massamoord onder ogen ziet, er onderzoek naar laat doen en zich dan ook neerlegt bij de resultaten van dat onderzoek. De PvdA steunt deze lijn en heeft er zich in de Kamer ook helder over uitgesproken.

In het volkenrecht is de term ’genocide zeer precies omschreven. Om ’officieel’ als genocide te worden aangemerkt, moet bewezen worden dat de volkerenmoord doelbewust is opgezet en uitgevoerd om een bepaalde bevolkingsgroep uit te moorden. Dat bewijs is formeel nooit geleverd in de Armeense kwestie. Daarom is er in de afgelopen decennia vaak gesteggeld over het gebruik van het woord ’genocide’, ook als iedereen met zijn boerenverstand wel kon vaststellen dat een bevolkingsgroep is uitgemoord. Armeniërs zijn niet het enige voorbeeld. Zo vinden wij het volstrekt legitiem om de slachtingen in Bosnië en Darfur genocide te noemen, terwijl eminente volkenrechtdeskundigen erop wijzen dat dit juridisch onjuist is. Daarom is het ook zo absurd dat de grote slachtpartijen in het Grote Merengebied in Afrika niet door iedereen gewoon genocide worden genoemd.

In deze context krijgt het Nederlandse debat over de Armeense genocide wat bizarre trekjes. Het is terecht dat wij spreken over genocide, want de slachtpartijen uit die periode doen in gruwelijkheid en omvang niet onder voor wat er zich in Darfur en in Rwanda, Burundi en Bosnië afspeelde. Of het ook precies aan de volkenrechtelijke definitie van genocide voldoet, laten wij graag over aan juristen en historici.

De rol van politici moet nu zijn om mensen tot elkaar te brengen en niet zoals al bijna honderd jaar gebeurt, een semantische discussie voeren over definities en woordkeuze, die de oplossing eerder verder weg dan dichterbij brengen. Hoe absurd ook in onze ogen, de Turkse overheid heeft het recht om het gebruik van de volkenrechtelijke term genocide te bestrijden.

Dat is ook niet wat de positie van de Turkse overheid ongeloofwaardig maakt. Die ongeloofwaardigheid was het gevolg van de stelselmatige weigering diepgaand en onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de gruwelen uit de jaren rond 1915. Nu zien we eindelijk beweging in Turkije op dit vlak. In intellectuele kring wordt de positie van de overheid steeds vaker historisch onhoudbaar genoemd, en het moment nadert dat er onafhankelijk onderzoek zal worden gedaan. Bemoedigend zijn de woorden van de Turkse onderhandelaar in het toetredingsproces, Ali Babacan. Hij zegt dat als dit onderzoek het bewijs levert dat er wel degelijk sprake was een geplande volkerenmoord, Turkije zich daarbij zal moeten neerleggen. De weigering van Armenië om mee te werken aan een diepgravend onderzoek, door wetenschappers die door beide landen als onafhankelijk worden erkend, is een zaak waar de EU zich ook niet bij mag neerleggen.

De houding van Babacan getuigt van een begin van ontspanning in Turkije. Maar ook Turken in Europa zouden dit debat met iets meer zelfvertrouwen moeten aandurven.

Er zijn veel Europese landen waar de mensen moeite hebben de zwarte bladzijden uit hun geschiedenis onder ogen te zien. Val Russen, Oekraïners en Polen niet lastig met de pogroms. Praat in Frankrijk niet teveel over de gruwelen in Algerije of de massale collaboratie tijdens de oorlog. In Spanje ontkennen grote groepen de gruwelen van het franquisme en in Italië zat tot voor kort een partij in de regering die Mussolini een groot hervormer vond. In de Raad van Europa is dit jaar door vele linkse partijen, waaronder helaas ook zusterpartijen van de PvdA, een rapport naar de prullenbak verwezen dat sprak over de excessen van het communisme. De tientallen miljoenen doden die communisten op hun geweten hebben mochten immers niet aan ‘links’ worden toegerekend. Hoeveel linkse mensen weigeren tot op de dag van vandaag in te zien dat het Oost-Europese communisme een gruwelijke ontsporing was van het socialistisch ideaal?

En wat te denken van het taboe dat in sommige kringen in Nederland nog steeds rust op onze koloniale oorlogen, die wij officieel nog steeds eufemistisch met ’politionele acties’ aanduiden?

Natuurlijk, de ultieme gruwel van genocide is vele malen erger dan sommige van deze voorbeelden, maar het niet willen erkennen van fouten uit het verleden is niet alleen aan Turken voorbehouden.

Na de Tweede Wereldoorlog hebben de Europeanen een poging ondernomen om het eeuwenoude lot van telkens nieuwe bloedbaden tussen verschillende volkeren te doorbreken. Dat die poging steeds beter is geslaagd, heeft niet alleen te maken met het onder ogen willen zien van de fouten uit het verleden, maar ook met de wens een verzoening tussen zogenaamde erfvijanden tot stand te brengen. Dat kon alleen maar lukken omdat niemand zich opsloot in zijn eigen gelijk en iedereen bereid was ook te luisteren naar het standpunt van de vroegere tegenstander. Een dergelijke houding heeft zeker bijgedragen aan het erkennen van de eigen fouten.

Zo is er eerst een brug geslagen over de Rijn tussen Frankrijk en Duitsland, en later over de Oder tussen Oost en West. Nu is het tijd voor een brug over de Bosporus.

Nebahat Albayrak en Frans Timmermans zijn kamerlid voor de PvdA. Albayrak staat nummer 2 op de lijst, Timmermans is Europa-woordvoerder.

Korte inhoud van het VN-genocide verdrag via Amnesty International

Complete tekst via prevent genocide

Deel dit artikel