Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

x

Akeleien wandelen niet, ze zaaien zich uit

home

Nicolien van Doorn

Akeleien zijn sierlijk. Maar ook onvoorspelbaar en eigenzinnig. En daarom niet geschikt voor de tuinier die een border op kleur nastreeft.

(Jörgen Caris, Trouw)

Een van de charmes van de akelei is zijn onvoorspelbaarheid – al zijn er ook mensen die dat nou juist zijn grootste minpunt vinden. Want plant je een akelei in een rozenperk, dan is de kans groot dat hij het jaar daarop tussen de vrouwenmantel opduikt, liefst in een heel andere kleur. Daar moet je tegen kunnen. Met de akelei is het daarom net als met skiën: je houdt ervan of niet. Een tussenweg is er niet.

Er zijn nogal wat planten die het leuk vinden om door de tuin te ’wandelen’. Ze kunnen dat omdat ze, zoals brandnetel en zevenblad, ondergronds groeiende stengels hebben waaruit nieuwe stengels ontstaan. Maar zo werkt het bij akeleien niet. Dat ze constant op verschillende plekken opduiken, komt omdat ze na een paar jaar afsterven en verdwijnen, maar zich in die korte tijd wel als een gek hebben uitgezaaid. Met het gevolg dat er overal kiemplantjes opkomen. Die, omdat het merendeel niet soortecht is, vaak een andere kleur hebben dan hun ouders. En ja, dat kan behoorlijk irritant zijn voor iemand die een tuin of border op kleur heeft of nastreeft.

Behalve eigenzinnig is de akelei vooral sierlijk. De stengel is zo dun, dat de bloem gezellig heen en weer wiebelt. Om de stampers en meeldraden tegen heftige voorjaarsbuien te beschermen, ’kijken’ de bloemen naar beneden. Aan de achterkant hebben ze gebogen sporen, waardoor de bloemen nog bevalliger lijken dan ze al zijn. Hommels bekijken dat overigens iets zakelijker, want die weten dat de sporen vol zitten met nectar. Met hun voorpoten houden ze zich aan de rand van zo’n spoor vast, steken hun kop er in, halen er met hun lange tong de nectar uit en hebben er geen idee van dat hun achterlijf ondertussen bedekt raakt met stuifmeel. Landen ze daarna op een andere akelei, dan blijft een deel van dat stuifmeel aan de stampers kleven en voilà, de bloem is bestoven en de klus geklaard. Omdat bijen en hommelsoorten met een korte tong niet bij de nectar kunnen, hebben ze daar iets op bedacht: ze bijten gewoon een gat in de bovenkant van de spoor, zuigen de nectar eruit en vliegen stuifmeelloos verder.

De ene akelei heeft langere sporen dan de andere. Echt lange komen vooral voor bij de Amerikaanse soorten, zoals de geel bloeiende Aquilegia chrysantha en de lichtgele A. longissima. De sporen van de laatste zijn zo lang, dat de plant veel weg heeft van een kwal met tentakels. Dat is, zoals alles in de natuur, uiteraard geen toeval. Het zou een quizvraag kunnen zijn: waarom hebben Amerikaanse akeleien zulke enorm lange sporen? Mocht de quizdeelnemer antwoorden dat deze akeleien voor de bestuiving niet afhankelijk zijn van hommels maar van kolibries, dan mag hij door naar de volgende ronde.

De sporen van de Europese en Aziatische akeleisoorten zijn veel korter dan die van de Amerikaanse. Er zijn zelfs Aziatische akeleien die het helemaal zonder moeten doen. Ondanks deze verschillen zijn de planten niet kieskeurig. Ze kruisen onderling zo gemakkelijk, dat er talloze variëteiten bestaan. De gewone akelei komt voor in allerlei tinten paars, blauw, roze, donkerrood en wit. Maar er zijn er ook met tweekleurige of gevulde bloemen, met bloemen zonder sporen, met bloemen die omhoog kijken, en zelfs met bont blad.

Akeleien zijn makkelijke planten die het in de meeste grondsoorten doen, zolang die maar vochthoudend is. De Europese soorten kunnen zowel tegen zon als tegen schaduw. De Amerikaanse staan liever in de zon, en hebben ’s winters graag wat dennentakken over zich heen tegen de kou.

Je zou zeggen dat een plant die zich zo makkelijk uitzaait, ook makkelijk te zaaien is. Dat klopt, je moet er alleen wel rekening mee houden dat de akelei een koudkiemer is. Zijn de zaadjes in de loop van juli op de grond gevallen, verwacht dan niet dat er kort daarna een jonkie verschijnt. De zaden liggen maandenlang ’werkeloos’ te wachten totdat het gaat vriezen. Die kou hebben ze nodig om uit hun kiemrust te ontwaken. De beste tijd om akeleien te zaaien is in augustus of september. Dat kan in de volle grond, maar ook in potten of bakken die de hele winter buiten blijven staan. Zolang je maar zorgt dat de grond vochtig blijft.

Zaaien in het voorjaar kan ook. Maar als de zaadjes uit een pakje komen dat de hele winter in een verwarmd tuincentrum heeft gelegen, kun je lang wachten op een akeleitje. Die zaadjes zul je dus eerst in de koelkast moeten leggen. Als je ze in een plastic zakje met vochtig zand stopt en dat een week of zes tussen de melkpakken bewaart, heb je kans dat een deel van het zaad alsnog ontkiemt. In de vriezer kan ook, maar die mag dan beslist niet kouder zijn dan 4 graden onder nul.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.