Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Aflevering 7: bokser Ben Bril (84)

Home

GEORGE MARLET

In een recent of juist heel ver verleden deden ze mee aan de grote internationale sporttoernooien: Wimbledon, Tour de France Olympische Spelen. Een aantal Nederlandse topsporters kijkt terug op de prestaties van destijds. Heeft hun deelname hen veranderd, wat doen ze nu? En huilden ze bij het volkslied?

“Scheidsrechters mogen tegenwoordig pas beginnen te tellen als een bokser neer is. Ik legde de wedstrijd al stil als een jongen in mijn ogen een te harde klap gaf.” Ook de boksers roept Bril in zijn Utrechtse flat het nodige toe: “Niet alleen op de koppen slaan” en “Man, je staat veel te open.”

Vier Olympische Spelen heeft de nu 84-jarige Ben Bril meegemaakt, één als bokser en drie als boksscheidsrechter. Het hadden er meer kunnen zijn. In zeker twee gevallen was zijn joodse afkomst er mede debet aan dat hij niet werd uitgezonden. “In 1932 was er zogenaamd geen geld om een Nederlandse bokser naar Los Angeles te sturen. Later bleek de secretaris van de boksbond een NSB'er te zijn.” Vier jaar later weigerde Bril zelf naar de Spelen in Berlijn te gaan. “Ik was daar in 1935 voor een bokswedstrijd. We zagen overal bruine hemden, vlaggen met hakenkruisen, het woord 'Jude' op zaken van joodse mensen. Ik heb toen gezegd: Zolang dit regime aan de macht is, ga ik niet meer naar Duitsland.”

Zo kreeg 'Benni' Bril, in de jaren dertig nationaal kampioen vlieggewicht en weltergewicht, niet de kans om zich op Olympisch niveau te bewijzen, terwijl hij in topvorm was. In 1928 doet hij wel mee aan de Spelen in zijn woonplaats Amsterdam, maar is nog te jong om hoog te eindigen. “Ik was vijftien jaar toen de Olympiade begon en ben tijdens de Olympiade zestien geworden. Je had toen nog geen startboekjes met foto, dus kon mijn club, De Jonge Bokser, opgeven dat ik in 1911 geboren was in plaats van 1912.” De Nederlandse boksploeg (Bril, Van Klaveren, Baan, Blommers, Olij en Miljon) gaat voor de Spelen zes weken in training in Edam. “Eten, drinken, slapen en boksen. Hoewel van eten niet zo veel terechtkwam, want we moesten natuurlijk op gewicht blijven. Ik moest de laatste dag voor de keuring nog drie pond afvallen. Drie, vier truien aan, een muts op je hoofd, handschoenen aan, zodat je maar goed ging zweten.”

De intensieve training helpt, Bril komt door de keuring. Trots (“Ik had er van mijn elfde tot mijn vijftiende voor getraind”) loopt hij in de openingsparade mee met de Nederlandse ploeg, in het officiële kostuum dat nu in het Sportmuseum hangt. “Ik zie nog mijn broers Jakob, Emmanuël, Sam en Seno op de tribune zitten en ons toejuichen. Dat blijft je altijd bij. Daarom ben ik zo blij dat het Olympisch Stadion blijft bestaan.”

Ben Bril brengt het tot de kwartfinale. De Zuid-Afrikaan Bobby Lebanon wint uiteindelijk op punten. “Ik voelde me geen verliezer.” Bril gunt Bep van Klaveren zijn gouden medaille in het vedergewicht en Karel Miljon zijn bronzen plak in het lichtzwaargewicht, met in het achterhoofd de gedachte 'volgende keer beter'. Die volgende keer zal er dus niet komen: in 1932 gepasseerd, in 1936 zelf geweigerd en in 1940 worden de Spelen vanwege de oorlog afgelast.

Brils hele familie wordt in de tweede wereldoorlog vermoord. Zelf dankt hij zijn leven en dat van zijn vrouw Celia en hun zoon aan zijn bokscapaciteiten. In de doorgangskampen Vught en Westerbork geeft hij boksles en -wedstrijden. Begin 1945 komen ze vrij uit het concentratiekamp Bergen-Belsen, nadat Bril de Duitse leiding heeft weten te overtuigen dat zijn vrouw in Amerika is geboren. Een leugen om bestwil, waarmee de Duitsers zich laten overbluffen.

Na de oorlog is de fut om nog te boksen eruit. Celia Bril ziet met lede ogen hoe haar man 's avonds, als de broodjeszaak dicht is, zit te kniezen. Ze schakelt de boksbond in om Ben te strikken voor de scheidsrechterscursus. Bril laat zich uiteindelijk overhalen.

Dat zal het begin van een tweede, minstens zo indrukwekkende loopbaan zijn. Als scheidsrechter staat hij nationaal en later ook internationaal in hoog aanzien. Hij leidt politiek gevoelige bokswedstrijden, zoals kort na de oorlog tussen een Engelse en Duitse bokser en in de jaren vijftig tussen een Rus en Amerikaan.

“Bij de internationale boksbond wisten ze dat ik niet bevooroordeeld ben. Als scheidsrechter ben je neutraal. De beste moet winnen, zonder aanzien des persoons. Of een bokser wereldkampioen of Olympisch kampioen was, maakte me niets uit. Als er iemand een hekel heeft aan moffen, dan ben ik het, maar dat heb ik als scheidsrechter nooit laten merken.”

In 1964 wordt Ben Bril gevraagd als scheidsrechter bij de Olympische Spelen in Tokio. Niet alleen een erkenning van zijn arbiterskwaliteiten, maar ook “een heel bijzondere ervaring” om in een dan nog tamelijk geïsoleerd land te verblijven. Bril leidt verschillende finalewedstrijden. Zijn vrouw Celia: “Iedereen ging er ook van uit dat Ben dat zou mogen doen, maar zelf zat hij altijd in spanning of hij wel gekozen zou worden. En dat terwijl collega's steeds aan hem vroegen: heb ik het wel goed gedaan, ben ik wel eerlijk geweest. Die bescheidenheid is typerend.”

Vier jaar later is Ben Bril weer van de partij bij de Spelen in Mexico, waarvan hem vooral de schrille tegenstellingen tussen arm en rijk zijn bijgebleven. Voor de Spelen in München (1972) wordt Bril naar eigen zeggen uit jaloezie gepasseerd, “omdat ik al zo veel Olympiades had gedaan.” Zijn teleurstelling slaat om in afschuw wanneer de gijzeling van Israëlische sporters door Palestijnse terroristen eindigt in de dood van elf mensen.

Montreal (1976), “een hele goeie Olympiade, niets op aan te merken, perfect”, is voor Bril de laatste. “Ik was toen 63 en had nog tot mijn zeventigste kunnen doorgaan. Maar je voelt zelf aan dat het tijd is om te stoppen. Er wordt minder naar je geluisterd. Ik wilde niet afwachten tot ze zouden zeggen: U bent te oud om scheidsrechter te zijn. Dus heb ik de eer aan mezelf gehouden.” Twee jaar later zette Ben Bril definitief een punt achter zijn boksloopbaan.

De sport die zo'n grote invloed heeft gehad op zijn leven, blijft hij uiteraard op de voet volgen. Niet altijd tot zijn genoegen. “Ik vind het jammer dat de Olympiade geen zuiver amateurisme meer is. Het geld gaat meepraten. En het mooie boksen zie je niet veel meer. Dat komt ook door de scheidsrechters. Die laten toe dat boksers lijf tegen lijf staan, een vermaning of openbare waarschuwing is er nauwelijks meer. Af en toe hoor je nog wel eens zeggen: Als Ben Bril hier was geweest, zou hij dat nooit goed gevonden hebben.”

Deel dit artikel