Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

AEX AJAX 100

Home

Matty Verkamman

Ajax bestaat vandaag 100 jaar. In die tijd hebben 578 spelers het eerste elftal gehaald, vanwie 95 spelers voor het Nederlands elftal en 42 spelers voor 18 andere landenteams uitkwamen. Vijf rood-witten verdienen het in de zon te worden gezet: In de jaren '10 en '20 Jan de Natris, '30 en '40 Wim Anderiesen, '50, '60 en '70 Sjaak Swart, '60, '70 en '80 Johan Cruijff en '80 en '90 Marco van Basten. Bij de keuze was het geen eenvoudige beslissing de bij vlagen zo geniale Piet Keizer net iets minder gewicht te geven dan 'Mister Ajax', Sjaak Swart. Wereldvoetballers als Edgar Davids, Patrick Kluivert en Frank de Boer zijn te jong om al gerangschikt te worden.

JAN DE NATRIS (13-11-1895 tot 16-9-1972). 133 wedstrijden tussen 1914 en 1929, 46 goals. 23 interlands.

Johannes Danil de Natris was in de jaren twintig de beste voetballer van Nederland. Dat was hij al toen hij nog twintig moest worden. Omdat de Eerste Wereldoorlog het interlandvoetbal stillegde, kon Jan pas op zijn 24ste voor Oranje debuteren. De Natris was een vedette, hij was volmaakt tweebenig, beschikte over een rijk arsenaal aan schijnbewegingen en was ongehoord snel. Met zijn tweebenigheid mocht hij graag pronken. Vrije trappen, hoekschoppen en zelfs strafschoppen, kon de -van nature rechtsbenige- sterspeler, zowel met links als met rechts nemen. Om die reden werd hij in het Nederlands elftal afwisselend als rechts- en linksbuiten opgesteld. Jan de Natris werd in het oude houten Ajax-stadion in de Watergraafsmeer op handen gedragen. Komisch als hij was kon hij een back negentig minuten lang met zijn trucs tot wanhoop drijven. Even zo goed kon het publiek van hem gruwen. De Natris was nogal nukkig. Als zijn pet verkeerd stond, deed hij er in het veld niets aan. Een ploeggenoot die hem de bal niet zuiver genoeg in de voeten schoof, kon rekenen op een scheldpartij. Voor die buien had het Ajax-publiek een langgerekte yell: ,,Geef Jan een stoel''.

Jan kwam uit een arm gezin. Als junior groeide hij op bij de arbeidersclubs Swift en Blauw-Wit. Voor bestuursleden van de middenstandsclub Ajax was de achtergrond van De Natris aanvankelijk een reden hem niet met open armen te ontvangen. Later spraken de clubleiders nog diverse keren hun afschuw uit over deze vedette avant la lettre. Als topvoetballer had Jan de gewoonte vlak voor het sluiten van de overschrijvingstermijn naar een andere club te gaan. Toen spreken over zoiets onoirbaars als profvoetbal nog uit den boze was, zei Jan de Natris -verwijzend naar Engeland- dat hij juist vóór voetbal om den brode was. Het was een publiek geheim dat met de overschrijvingen naar De Spartaan (Amsterdam) en Vitesse (Arnhem) geld was gemoeid. De KNVB onderzocht de verdachte 'transfers', maar vond geen bewijs van enige betaling. Het bestuur van Ajax was furieus: ,,De Natris komt er nooit meer in.'' Toen Jan genoeg had van zijn uitstapjes, haalde Ajax hem gewoon weer binnen. Want ook toen al wilde Ajax alleen het beste van het beste.

WIM ANDERIESEN (27-11-1903 tot 18-7-1944). 309 wedstrijden tussen 1925 en 1940, 20 doelpunten. 46 interlands.

Willem Gerardus Anderiesen is bij lange na niet de beste voetballer die Ajax heeft voortgebracht, maar in de jaren '30 was hij wel het boegbeeld van de club. Hij was het archetype van de onverzettelijke, harde werker, had een goede trap in beide benen. In de lucht was de rijzige spil bijna onverslaanbaar. Zijn technische bagage was beperkt. Niettemin had hij zo veel uitstraling, dat in Amsterdam zijn naam voortleeft in de W.G. Anderiesenhof. Als kleine jongen was Wim al supporter van Ajax. Om lid te worden moest je ook in jaren '10 al heel goed kunnen voetballen. Wim was aanvankelijk niet goed genoeg, zodat hij maar lid werd van de onderbondclub Romein. Later werd in de fysiek sterke Anderiesen wel iets gezien door 't Gooi, de aanzienlijke club uit Hilversum waar Wims vijf jaar oudere broer Henk speelde. Vijf jaar later nam Ajax de broers alsnog aan. Een jaar later was Wim international. Zijn debuut, tegen de Denen in Kopenhagen, werd een sof. Wim raakte bijna alle ballen verkeerd. Pas vier jaar later kreeg hij een herkansing en ging het een stuk beter. Hij bleef vrijwel het gehele decennium van de jaren '30 de onbetwiste spil van Oranje. Wim Anderiesen was geen groot voetballer, maar wel een speler die openstond voor nieuwe ideeën rond het voetbal. De sportjournalist Joris van den Bergh schreef in die tijd zijn klassieke boeken 'Temidden der Kampioenen' en 'Mysterieuze krachten in de sport'. Van den Bergh richtte zich als eerste op de mentale aspecten van sport op het hoogste niveau. Bij het Nederlands elftal werden die noviteiten door Bondsbons Karel Lotsy en trainer Bob Glendenning gestalte gegeven in vooral de vorm van concentratie-oefeningen. Die nieuwe aanpak boeide Anderiesen van meet af aan. Hij maakte er ook de Ajax-spelers enthousiast voor. In zijn boekje 'Voetbalherinneringen van Wim Anderiesen' (1944) wordt teruggekeken op de concentratie-methodieken. ,,Zeker bij het Nederlands elftal werd de spelers het besef bijgebracht dat de vertegenwoordiging van je land bijzondere verplichtingen met zich mee brengt. Er is werkelijk bezieling voor nodig om tot de hoogste prestaties te komen.'' Typograaf, portier en politieman Wim Anderiesen maakte de presentatie van zijn 'Voetbalherinneringen' niet meer mee. In de zomer van 1944 overleed hij aan een longontsteking.

SJAAK SWART (3-7-1938). 603 wedstrijden tussen 1956 en 1973, 228 doelpunten, 31 interlands.

Jesaia Swart speelde onvoorstelbaar lang in het eerste van Ajax. Nog ruim na zijn afscheid, als 35-jarige, vroeg hij zich af of hij niet te vroeg was gestopt. Heel graag had hij op het WK van 1974 in Duitsland nog iets moois gedaan met het Nederlands elftal. In de week van de finale te München zou hij weliswaar 36 worden, maar had bondscoach Frantisek Fadrhonc hem eind augustus 1972, na vier Oranje-loze jaren, niet ineens weer opgeroepen voor de oefeninterland tegen Tsjechoslowakije? In Praag deed Sjakie het als vanouds: bal aannemen, linksback opzoeken, linksback uitspelen, mooie voorzet. Zo ging het overigens niet altijd. De klassieke rechtsbuiten zocht ook zelf graag het doel. Met het rechterbeen kon hij ongelooflijk hard uithalen en naar binnen trekkend was hij ook met de kop gevaarlijk. Het WK van 1974 kwam voor Sjaak Swart uiteindelijk net iets te laat. Zelf voelde hij zich er nog fit genoeg voor. Hij had weinig twijfels over zijn eigen capaciteiten. Maar wat wel een probleem was: Johnny Rep, die altijd vrolijke jonge jongen uit Zaandam, was niet meer tegen te houden. Dus ging Sjaak er maar mee akkoord, toen vrienden voorstelden hem in augustus 1973 in het Olympisch Stadion met een afscheidswedstrijd tegen Tottenham Hotspur uit te luiden. Sjaak hield er twee ton aan over. Het Stadion was uitverkocht en dat was volkomen logisch. Sjaak was immers een hartstochtelijk supporter van de club. Die blinde liefde duurt voort tot op de dag van vandaag. Als Ajax verliest, heeft Sjaak een rot-dag. De laatste jaren heeft hij dus geen gemakkelijk leven. Wat weinigen weten, is dat deze onbetwiste 'Mister Ajax' ooit zijn kwaliteiten via een veel beter contract bij .... Feyenoord wilde verzilveren. Dat was zomer 1961. Feyenoord bood twee ton voor Swart, maar Ajax hield vast aan drie ton. Woedend was de aanvaller over die houding van Ajax. Het verhinderde hem niet uitgerekend tegen de Rotterdamse aartsrivaal opvallend productief te blijven. In totaal speelde Sjaak Swart 36 keer tegen Feyenoord. In die reeks scoorde hij negentien keer. Er is geen Ajacied die betere cijfers heeft neergezet tegen Feyenoord. Tegen Feyenoord speelde hij doorgaans tegen Cor Veldhoen, een rechtsbenige linksback, die hij bij bij voorkeur over zijn zwakke been -dus buitenom- passeerde.

JOHAN CRUIJFF (25-4-1947). 369 wedstrijden tussen 1964 en 1983, 271 doelpunten. 48 interlands.

Hendrik Johannes Cruijff is net tien jaar in de eerste week van mei 1957 als zijn naam in het clubblad van Ajax is te lezen. H.J. Cruyff (nog zonder ij) is als welp aangenomen. Twee weken later is het groot feest, voor het eerst sinds 1947 wordt de club kampioen van Nederland. Rinus Michels kan de titel helaas niet in de kampioenswedstrijd tegen de Beroeps Voetbal Club Amsterdam meemaken. De stormram-spits worstelt met een kapotte knie, zijn voetbaltijd zit er op. De jonge Sjaak Swart is reserve bij het elftal, dat ook welp Johan in het Olympisch Stadion na de 1-5 overwinning op de schouders genomen ziet worden. In 1957 heeft de eredivisie nog een amateurniveau, Ajax is nog een echte vereniging, de spelers beschouwen hun sport als een leuke bijzaak en genieten vooral van de sfeer. Zo staan zij in De Meer vaak te kijken naar de jeugdwedstrijden. De ervaren international Piet van der Kuil ziet meteen dat het iele ventje 'Jopie' bij de welpen, een ongewoon talent is. Meerdere eerste elftalspelers komen kijken en delen de mening van Van der Kuil. Die Jopie komt er wel. In 1962, hij is net vijftien geworden, kent heel Ajax Johan Cruijff al. Het cluborgaan wijst op het exclusieve talent van de broodmagere junior. Jeugdtrainer Jany van der Veen zorgt voor bijvoeding en krachttraining. Als Johan zeventien jaar en zes maanden is, is hij nog steeds een schriel joch. Toch wordt hij op 24 oktober 1964 in een oefenwedstrijd tegen Helmondia '55 in het eerste elftal opgesteld. Drie weken later volgt zijn competitiedebuut tegen GVAV. De later tot international uitgegroeide linksback Hugo Hovenkamp, ziet als jongen van veertien in het Groningse Oosterpark dat debuut van Cruijff met eigen ogen. Hij zal het één van zijn gedenkwaardigste voetbalervaringen noemen. Met Ajax zal Cruijff nadien een haat-liefde verhouding opbouwen. Voorzitter Jaap van Praag, trainer Rinus Michels en clubarts John Rolink houden het supertalent vaak weg bij het Nederlands elftal. Op financieel en commercieel gebied zullen Ajax en Cruijff ontelbare keren tegenover elkaar staan. In de zomer van 1983 ontstaat een breuk, die zo veel woede bij de vedette wekt, dat hij uit rancune voor Feyenoord kiest. Ook als trainer zal Cruijff in 1988 op een rot manier weggaan bij Ajax. Maar die breuk is hersteld. Johan Cruijff voorziet zijn geboorteclub af en toe weer van advies.

MARCO VAN BASTEN (31-10-1964). 172 wedstrijden tussen 1982 en 1987, 151 doelpunten. 58 interlands.

Marcel van Basten was twee weken jong, toen de 17-jarige Cruijff in Groningen zijn competitiedebuut maakte en meteen ook scoorde. Toen de in Utrecht geboren Van Basten op 3 april 1982 met Ajax tegen NEC zijn competitiedebuut maakte, was hij eveneens zeventien. Ook hij scoorde direct. Als invaller voor ... Johan Cruijff, die hij in de rust mocht vervangen van trainer Kurt Linder. De twintigduizend toeschouwers die het debuut in de Meer meemaakten, begroetten zijn eerste goal met gejuich, maar toch was er in de tweede helft vooral sprake van teleurstelling. Ajax had met Hans Galjé, Edo Ophof, Wim Jansen, Frank Rijkaard, Peter Boeve, Dick Schoenaker, Johan Cruijff, Sören Lerby, Gerald Vanenburg, Wim Kieft en Jesper Olsen - en ook nog de wisselspelers Tschen la Ling en Johnny van 't Schip - een fantastische ploeg, die grossierde in monsteroverwinningen. De op 6 december 1981 bij Ajax teruggekeerde Cruijff trok tienduizenden fans extra naar de stadions. Nadat de sterspeler tegen NEC wegens een griepje had afgehaakt, reageerden de toeschouwers teleurgesteld. De uitslag kwam niet in de buurt van de dubbele cijfers en dat was een tegenvaller. Een merkwaardige ervaring voor Van Basten: het werd 5-0, na 22 minuten eredivisievoetbal had hij zijn eerste goal al te pakken, maar het publiek zat te fluiten en produceerde afkeurend geklap. Direct na de wedstrijd besteedde Cruijff warme woorden aan het debuut van het supertalent. Marco werd een absolute topspeler, wist Cruijff heel zeker. Met Van Basten zou hij het nadien altijd uitstekend kunnen vinden. Marco van Basten had een fantastische techniek. Hij passeerde tegenstanders in de kleinste ruimte en was meer dan Cruijff een echte goalgetter. Cruijff, die fysiek minder had te bieden dan Van Basten, ontweek de harde strijd in de spits al ruim voor zijn dertigste. Van Basten bleef zijn te korte voetballeven altijd voorin spelen. Zijn scoringsdrift was ongekend. Jaar in jaar uit werd 'de beste spits ter wereld' topscorer; zowel bij Ajax als bij AC Milan. Bij Ajax haalde hij een iets hoger scoringspercentage (0,878 tegen 0,734) dan Cruijff, die hij zelf altijd de betere voetballer is blijven noemen.

Deel dit artikel