Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Achterhuis dwingt lezer tot nadenken

Home

Luuk van Middelaar

Hans Achterhuis

Gisteravond, tijdens de Nacht van de Filosofie, werd de Socrates Wisselbeker doorgegeven aan Hans Achterhuis voor 'De utopie van de vrije markt'. De winnaar van vorig jaar, Luuk van Middelaar, legt uit wat hij waardeert aan het bekroonde boek.

Zo'n tien geleden raakte ik verzeild op een Londense conferentie van libertariërs en anarcho-kapitalisten, groepjes die tot achter de komma over het geloof in de vrije markt in dispuut gingen. Er heerste een sektarische sfeer. De dogmatiek, redeneertrant en minuscule geschilpunten deden me denken aan de praktijken onder Parijse links-extremisten van na mei 1968, die ik had bestudeerd.

In het bijzonder trof mij een hoogopgeleide, intelligente, gedreven vrouw; een soort rechtse tegenpool van antiglobaliste Noreena Hertz. Met haar in gesprek geraakt, verdedigde ik een staatsrol in het onderwijs - in deze kringen een ketterse stelling. Zij hield haar kinderen juist weg van school en meende dat ouders zelf moesten doceren, met hulp van hun omgeving. "Maar dat kun je toch niet verwachten van miljoenen ouders hier in Londen!", riep ik uit. "Natuurlijk wel", zei zij, "Mijn zoontje bijvoorbeeld krijgt biologieles van onze buurman, Richard Dawkins."

Tegen zo veel wereldvreemdheid had ik geen verweer. Met een onbehaaglijk gevoel vertrok ik.

Het boek waarvoor Hans Achterhuis nu de Socrates Wisselbeker ontvangt helpt mij deze eerdere ervaring beter te duiden. In 'De utopie van de vrije markt' wijst Achterhuis overtuigend op structurele overeenkomsten tussen het extreme marktdenken en het communisme. Hij zoekt die in hun utopische kern: een geloof in maakbaarheid, de noodzaak van een breuk met het verleden.

Achterhuis' fraaiste bewijsstuk is de sterke band tussen Ayn Rand, de in Amerika veelgelezen romancière, en Alan Greenspan, de president van de Amerikaanse centrale bank wiens monetaire politiek aan de basis ligt van de kredietcrisis.

Rands roman 'Atlas Shrugged' (1957) wordt door Achterhuis ontleed als utopische roman in de traditie van Thomas Mores 'Utopia'. Rand is echter dermate anders, dat het ook Achterhuis ondanks intellectueel voorwerk in studies als 'De erfenis van de utopie' (1998) tot nog toe was ontgaan. De meeste utopieën -- met die van Karl Marx als bekendste -- draaien om het collectieve, om het delen binnen de gemeenschap en het uitbannen van geld (met staatsterreur en verlies van vrijheid als gevolg). Bij Ayn Rand is het andersom: haar ideale wereld rust op de begeerte, het egoïsme, het verlangen naar geld.

Men kan denken, oké een roman, en dan? Hier voert Achterhuis evenwel Alan Greenspan ten tonele. Deze raakte als jonge student volledig in de ban van de oudere schrijfster en haar sektarische kring en bleef haar ook lang intellectueel trouw. Zijn wetenschappelijke kwaliteiten en utopische drijfveer maakten hem een van de machtigste mannen in de wereldeconomie. Tegen deze achtergrond (die mij en ongetwijfeld vele anderen onbekend was) krijgt Alan Greenspans beruchte getuigenis voor het Amerikaanse Congres in 2008 over de kredietcrisis zijn volle tragiek. De bubbels op de huizen- en aandelenmarkten die hij als Amerika's centrale bankier in het systeem had toegelaten, hadden het mondiale financiële stelsel aan de rond van de afgrond gebracht. De monetaire tovenaar erkende publiekelijk van zijn geloof te zijn gevallen. Er stond een gebroken man.

Het is de werkelijkheid die mensen het best van hun geloof kan helpen.

Op deze sterke plot bouwt Achterhuis in 'De utopie van de vrije markt' een aanklacht tegen het neoliberalisme. Daar vervaagt soms het onderscheid tussen utopie en ideologie, tussen doctrinair geloof en politieke voorkeur. Mede daardoor blijft de lezer hier met vragen zitten. Het Chili van Pinochet was een utopisch experiment in vrije-markt-economie, maar geldt dat ook voor de pragmatische paarse kabinetten van Wim Kok? Zoals Achterhuis in eerder werk de puur collectivistische utopie ontrafelde, doet hij dat nu met de puur private. Maar gaat het in ons laaglandse debat niet altijd om een evenwicht tussen het private en het publieke? Niet iedereen die dit evenwicht wil verschuiven, naar markt of staat, is van utopische heilsgedachten vervuld.

De auteur is steeds charmant en eerlijk over zijn eigen denkwegen. De lezer ziet hem voor zich, denkend en pratend met de knipselmap bij de hand. ('Op 18 februari bevat de ochtendkrant genoeg materiaal dat als invalshoek kan dienen voor een filosofische beschouwing over bonussen en banken.') Geen strakke betoogtrant, maar een meer ontspannen stijl, soms met ontwapenende zelfspot.

De enorme verdienste van Achterhuis is dat hij zo ook de lezer tot nadenken dwingt over brandende kwesties van nu. In tegenstelling tot veel denkers die zich een toon van objectieve en alwetende verteller aanmeten, betrekt Hans ook zichzelf in het verhaal, zijn blinde vlekken, speurtocht, en inzichten. Zo ontsnapt ook de lezer niet aan zelfonderzoek. Het is een zeldzame kwaliteit.

Hoewel ik Achterhuis niet op al zijn paden kan volgen, voel ik toch een grote en inspirerende verwantschap. Die wordt nog het beste gesymboliseerd door ons beider intellectuele heldin, Hannah Arendt. Een vrouw die net als Ayn Rand wegens Hitler en Stalin Europa ontvluchtte, maar die geen kritiekloze schare jongelingen behoefde en zich niet uit angst voor totalitaire terreur keerde tegen elke vorm van politiek. In Arendts spoor werpt ook Achterhuis zich op als onderzoeker én hoeder van de publieke vrijheid.

Luuk van Middelaar won in 2010 de Socrates Wisselbeker voor 'De passage naar Europa. Geschiedenis van een begin' (Groningen, vierde druk 2011). Dit jaar verschijnen vertalingen in het Hongaars, Pools en Frans.

Lees verder na de advertentie

Deel dit artikel