Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Achter de letter van de wet is het prettig schuilen

Home

Jan Kleinnijenhuis en Marco Visser

Een vissersboot voor de kust van Isle of Man, een belastingparadijs. © Getty Images
Paradise Papers

Valt bedrijven die zich aan de wet houden iets te verwijten als ze voor miljarden aan belastingen ontwijken?

Stel dat burgers stoppen met belasting betalen. Ziekenhuizen zouden sluiten, net als scholen, de straatlantaarns zouden doven en criminelen die zich veilig wanen in het donker hebben niets te vrezen van de politie die toch niet komt omdat zij geen salaris ontvangen. Een goed georganiseerd, democratisch land kan niet zonder een hoge belasting­moraal. Daarom is het zo gevaarlijk dat grote bedrijven miljarden euro’s afvoeren door de mazen van de wet. Want al leest niet iedereen elk bericht over de Paradise Papers, wat blijft hangen is het beeld van multinationals die profiteren van goed opgeleide mensen en wegen, maar zelf niet of nauwelijks bijdragen en het verdiende geld voor zichzelf houden.

Lees verder na de advertentie

Meer dan bij voorgaande belastinglekken als LuxLeaks en de Panama Papers gaat het bij de Paradise Papers over het negatieve effect op de belastingmoraal van de gewone burger, zegt emeritus hoogleraar belastingrecht Richard Happé. “Ik denk dat de politiek zich daar terdege bewust van moet zijn.”

Aan de eettafel in zijn Amstelveense woning praat hij over de spanning tussen het recht om de goedkoopste weg te zoeken en ethiek. Volgens Happé sluit de belastingwereld ethiek voor een groot deel buiten. Alles draait om regels, en dan niet om de geest van de wet maar om de letter. “In de fiscale wereld hebben we twee uitgangspunten. Je mag de goedkoopste weg zoeken en de wetgever is verantwoordelijk voor de wetgeving.”

Happé vindt dat er niets mis is met de wens om de fiscaal gunstigste weg te kiezen. Maar er zijn voor hem wel morele grenzen. Die liggen allereerst bij de geest van de wet. “De geest is de context, de bedoeling van een wet. Sommige grote ondernemingen en hun fiscalisten negeren die doelbewust. Zij passen constructies toe die daarmee in strijd zijn en doen dat met het doel hun belastingafdracht te minimaliseren. Zij onttrekken zich, en dat is de tweede grens, aan hun fiscale fair share.”

Als zulke ondernemingen dan negatief in het nieuws komen, is hun standaardverweer als die van Apple: Wij houden ons strikt aan de wetgeving van de landen waarin wij opereren. “Zulke belastingplichtigen verschansen zich in een amoreel universum en laten zich niet aanspreken op het feit dat zij geen belastingen betalen.”

Sommige mensen zeggen: Wat is er mis met belastingontwijking als bedrijven zich aan de wet houden? Ik had hetzelfde gedaan als ik baas was van ­Apple of Nike. Maar in het recht in het algemeen speelt de geest van de wet een principiële rol, stelt Happé. “Als jij een conflict hebt over de aankoop van je huis en er staat iets onduidelijks in het contract, kan de rechter zeggen: Ik ga dit oplossen, mede aan de hand van redelijkheid en billijkheid.”

Niet te gek

Ook in het belastingrecht moet je het volgens Happé niet te gek maken. Multinationals hebben veel meer mogelijkheden dan de gemiddelde belastingbetaler om zich daaraan te ontrekken. “De gewone belastingplichtige die begrip heeft voor het bedrijf dat zich aan de letter van de wet houdt en zo min mogelijk betaalt, kan zelf nauwelijks beïnvloeden wat hij afdraagt. Stel, je koopt als financiële instelling een vliegtuig. Dan kun je het juridisch eigendom in Japan zetten en het economisch eigendom in Nederland. De kosten kun je dan zowel in Japan als in Nederland afschrijven. Probeer dat maar eens met je hypotheekrente. Het voorbeeld van het vliegtuig laat een constructie zien waarvan men in de fiscale wereld heel goed weet dat dit in strijd is met een rechtvaardige bijdrage leveren.”

Voordat Happé verdergaat met zijn commentaar op de fiscale wereld, wil hij eerst zeggen dat niet alle bedrijven en adviseurs zijn als Nike en Apple. Hij ziet zelfs dat fiscale ethiek op dit moment in het bedrijfsleven een grotere rol speelt dan eerder. “Uit een onderzoek uit Engeland blijkt dat in de fiscale wereld ethiek op nummer een staat. Twee is reputatie op het gebied van fiscaliteit. Oftewel: geen last van nare krantenkoppen en politieke heibel.”

Dan terug naar de belastingmoraal en de rol van de neoliberale opvattingen. Sommige bedrijven zijn echte marktfundamentalisten, zegt Happé, “Daar gaat het om winstmaximalisatie. Dat is gunstig voor de maatschappij, zeggen zij, omdat anderen daar ook van profiteren. Wie streeft naar winstmaximalisatie ziet belasting als een kostenpost. De maatschappelijke component van belastingen hebben zij er dus uit­gehaald. Door de kostenpost zo laag mogelijk te houden, krijg je winstmaximalisatie. Er zijn ook bedrijven die het anders doen en wel rekening houden met maatschappelijke opvattingen. Ik denk aan Unilever. Zij hebben belastingprincipes op hun site staan. ABN Amro, die ook zulke primcipes heeft, is met de ­Panama Papers een beetje in de moeilijkheden gekomen, maar je kunt hen in elk geval daar wel op aanspreken.”

Fout

In Nederland is het volgens Happé fout gegaan in de tijd van het kabinet-Kok, halverwege de jaren negentig. Op financiën was Willem Vermeend de staatssecretaris. De PvdA’er keert een aantal maal terug in het gesprek. “Hij was degene die de veranderende opvatting over de rol van de overheid expliciet uitdroeg. De opvatting dat de overheid ten dienste staat van het bedrijfsleven. Je moet het hen naar de zin maken. Dat levert ons banen op. Maar die gedachte is doorgeschoten. Er werden lokkertjes ingezet om bedrijven naar Nederland te halen.”

Een belangrijke rol was daarbij weggelegd voor een organisatie die eigenlijk niets te zoeken heeft bij pogingen om Nederland als gunstig vestigingsland te promoten: de Belastingdienst. “Dat is een organisatie die moet kijken of de wet goed wordt toegepast. Wat je de laatste dertig jaar ziet is dat belastingheffing ook wordt gebruikt om het vestigingsklimaat te verbeteren.”

Happé herinnert zich hoe premier Mark Rutte vorig jaar het Amerikaanse Silicon Valley bezocht. Hij nam diverse belastinginspecteurs mee om bedrijven te paaien zodat zij naar Nederland komen.

BV Nederland

Geen goed idee, vindt Happé. “Waar ik bezwaar tegen heb, is dat er op een aantal terreinen verwarring is ontstaan, omdat ook het vestigingsklimaat meegewogen moest worden. Dat is onder invloed van de politiek ontstaan en gegroeid. Dat is verkeerd. Inspecteurs moeten erop toezien dat de wet wordt nageleefd. Nu zadel je ze op met vragen of het ook goed is voor de bv Nederland. Dat moet je niet doen. Het Openbaar Ministerie moet ook verschoond blijven van opvattingen uit de politiek. Dat is een waarborg van onze rechtsstaat.”

Ondanks de schandalen van de afgelopen jaren ziet Happé dat het langzaamaan iets beter gaat, dat bedrijven minder misbruik kunnen maken van gaten in de wet. Dat is deels het gevolg van de publicaties als de Panama Papers en nu de Paradise Papers. “Ik hoop dat mensen op straat meekrijgen dat misstanden ter discussie staan. Het gaat nu vooral over de afschaffing van de dividendbelasting wat voordelig zou zijn voor een aantal grote bedrijven, maar dit kabinet wil ook bronheffing invoeren op royalties en interest.”

Bronheffing over royalties zijn belastingen op bijvoorbeeld betalingen voor merkenrechten. Dat kan een instrument zijn voor bedrijven om belasting te ontwijken. Hetzelfde geldt voor de bronheffing op interest, ofwel: rente die is betaald.

“Zulke bronheffingen maken Nederland minder aantrekkelijk om doorstroomvennootschappen neer te zetten. Uiteraard speelt hier ook een rol dat landen zich zijn gaan realiseren dat belastingconcurrentie tot gevolg heeft dat men uiteindelijk veel belastinggeld misloopt. We ontvangen 3 miljard euro aan inkomsten door brievenbusmaatschappijen, maar wat verliezen wij? In 2013 maakte de Oeso een schatting dat 215 miljard aan winstbelasting verloren gaat aan agressieve belastingontwijking wereldwijd.”

Samen optrekken

Volgens Happé moeten landen gezamenlijk optrekken. Makkelijk is dat niet. Het is drie stappen vooruit, en twee naar achteren. Dat is terug te zien bij de aanpak van de zogeheten cv-bv-structuur. Daarbij schakelt een Amerikaanse multinational een besloten commanditaire vennootschap in Nederland in, die weer eigenaar is van een Nederlandse besloten vennootschap. Het eindresultaat is dat grote bedragen aan winst nergens belast kunnen worden. Europa wil af van deze structuur. “Dan denkt minister Dijsselbloem, zo hard moet dat niet gaan want voor ons is het gunstig. Hij doet dus een paar stappen achteruit. In 2020 moet Nederland ermee stoppen. Dat is dat kleine stapje dat we dan toch zetten.”

Jeroen Dijsselbloem heeft vorige maand voor het laatst de deur van zijn ministerie dichtgedaan en is opgevolgd door Wopke Hoekstra met staatssecretaris Menno Snel aan zijn zijde. Na publicaties over het Amerikaanse bedrijf Procter & Gamble – dat dankzij een lokale inspecteur van het Rotterdamse kantoor van de Belastingdienst 676 miljoen euro onbelast kon doorsluizen – wil Snel dat nu alle belastingafspraken worden nagekeken. In totaal gaat het om 4000 zogeheten rulings. “Heel goed dat staatssecretaris Snel dat laat onderzoeken”, vindt Happé.

De slager en zijn vlees

Maar het onderzoek naar de misstand bij de Belastingdienst wordt geleid door… de Belastingdienst. Dat vindt Happé ‘niet handig’. “Ik denk dat ze er verstandig aan hadden gedaan om er een externe persoon bij te nemen. Die vrijheid heeft men. Waarom nemen ze niet een gepensioneerde rechter of onafhankelijke wetenschapper? Nu kun je niet uitsluiten dat er een discussie komt over de slager die zijn eigen vlees keurt.”

Zonder ogen van buitenaf werkt sneller. “Maar wat meespeelt, is dat de Belastingdienst een gesloten gemeenschap is. Ik heb er gewerkt, men doet graag dingen zelf. Maar dit gaat over een politiek beladen onderwerp. Door er een ervaren en onafhankelijke derde boven te zetten, win je aan legitimiteit. Naar het publiek, maar ook naar andere landen. Die kijken met argusogen naar deze praktijken.”

Richard Happé © Trouw

Richard Happé

Richard Happé is emeritus hoogleraar belastingrecht. Hij was van eind 1997 tot en met mei 2011 verbonden aan het Fiscaal Instituut van Tilburg University. Hij publiceert geregeld over de ethiek van het belastingrecht. Voor zijn benoeming tot hoogleraar werkte hij 25 jaar bij de Belastingdienst, onder meer als hoofdinspecteur vennootschapsbelasting. Happé is ook raadsheer-plaatsvervanger in de gerechtshoven Amsterdam en ’s-Hertogenbosch.

Deel dit artikel