Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Achtbaan van emoties als helft van tweeling overlijdt

Home

Iris Pronk

Ouders die tijdens of kort na de bevalling één kindje van een tweeling verliezen, moeten rouwen en feestvieren tegelijk. Zij hebben speciale begeleiding nodig.

Ik heb goed nieuws en ik heb slecht nieuws. Met die boodschap moest Corina Bosse ruim een jaar geleden haar vrienden en familie bellen. Het goede nieuws was de geboorte van Babette, een blakende baby. Maar de blijdschap ging gepaard met verdriet: Babette’s tweelingzusje Carice was tijdens de bevalling overleden.

Ze had een moeilijke zwangerschap, vertelt Bosse: al vrij vroeg werd duidelijk dat één van haar dochters een groeiachterstand had. Maar naar omstandigheden leken beide kinderen het goed te doen: „En toen ik eenmaal 38 weken zwanger was, stond ik er niet bij stil dat het nog mis kon gaan.”

’Heftig’, ’een achtbaan van emoties’, zo beschrijft Bosse die eerste periode, waarin ze Babette de borst gaf én de begrafenisondernemer te woord stond. Gelukkig werd ze goed opgevangen in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC): „Ik mocht Carice bijvoorbeeld bij me op de kamer houden, dat vond ik heel fijn.”

In het LUMC krijgen ouders als Bosse en haar man speciale begeleiding van een multidisciplinair team van artsen, verpleegkundigen en maatschappelijk werkers. Zij helpen ouders onder meer met het creëren van herinneringsbeelden die het tweelingschap benaderen: voetafdrukjes van beide kinderen voor op het geboortekaartje, foto’s van de twee samen. Ouders waarderen die extra zorg zeer, zo blijkt uit een klein onderzoek waarover het tijdschrift Medisch Contact morgen publiceert.

Vanzelfsprekend is dit soort aandacht niet. De omgeving – vrienden en familie, maar ook zorgverleners – verschuilt zich vaak achter de zorg voor het levende kind. „Miskenning van het verlies en verdriet om het andere kindje zijn een grote valkuil”, aldus de auteurs van het artikel in Medisch Contact.

Daarover kan kraamverzorgster Marlies van Stuijvenberg (32) meepraten. Zij beviel ruim vier jaar geleden van de tweeling David en Eline. De laatste is nu een blozende kleuter, haar broertje David overleed 22 uur na zijn geboorte. „Mensen zeiden toen: gelukkig heb je er nog één over. Dat vond ik zo’n foute opmerking. We kregen twee kinderen om er van twéé te houden.”

In het ziekenhuis waar Van Stuijvenberg indertijd beviel, was alle zorg gericht op Eline, die te vroeg geboren was en honderd dagen op de intensive care moest liggen. Er was één verpleegkundige die wel altijd naar hun rouw om David vroeg, vertelt Dirk-Jan Stuijvenberg, de man van Marlies: „Die heeft echt mijn hart gestolen.”

Dat andere zorgverleners het onderwerp het liefst verzwegen, begrijpt Marlies wel. Pas sinds de dood van David kan zij lotgenoten echt goed aanvoelen, zegt ze: „Ik weet nu dat beide kinderen aandacht nodig hebben. Je blijft de ouders van een onzichtbare tweeling.” En dus kijkt ze als kraamverzorgster ook uitgebreid naar het overleden tweelingkind, ze benoemt de gelijkenissen met het broertje of zusje en geeft ouders de gelegenheid om over hun vreugde én verdriet te praten.

Dat ’dubbele gevoel’ duurt overigens veel langer dan de kraamtijd, zo benadrukken zowel Corina Bosse als Marlies en Dirk-Jan van Stuijvenberg. Hun overleden kinderen zijn nog volop aanwezig in hun gezinnen. Zo brandden Bosse en haar man Robert op de eerste verjaardag van Babette ook een kaarsje voor Carice. En het echtpaar Van Stuijvenberg had het moeilijk toen Eline met haar eerste schoolfoto thuiskwam: „Toen dachten we: daar had David ook op moeten staan.”

Lees verder na de advertentie
(Trouw)

Deel dit artikel