Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Aanbieding!

Home

Leonie Breebaart

Leonie Breebaart. © Maartje Geels
Wat is hier nu erg aan?

'Ik koop geen fair-trade koffie meer, want die boer heeft verkeerd gekozen'

Van een filosoof zou je het misschien niet verwachten, maar in het laatste nummer van Filosofie Magazine zegt Bas Haring het volgende: "Praten over wat waarde heeft is vrijblijvend. Gedrag, zoals geld betalen, laat zien wat we werkelijk van waarde vinden."

Dat is op zijn minst een verfrissend geluid. Je zou het kunnen opvatten als eerbetoon aan de macht van het winkelend publiek als het om ethische kwesties gaat. Een consument die kiest voor scharrel- of rondeeleieren - een markt die met de jaren is gegroeid - vindt het lot van de kip kennelijk belangrijker dan zijn of haar portemonnee.

Tegelijk gelooft Haring dat moraliseren over mensen- of dierenwelzijn de gezonde werking van de markt in gevaar brengt. In zijn boek 'Waarom cola duurder is dan melk' bekent hij op zeker moment afgestapt te zijn van Fairtrade-koffie. "Als ik van die dure Fairtrade-koffie koop, ben ik de koffieboer dan niet feitelijk aan het belonen dat-ie een achterhaalde keuze heeft gemaakt?" Want wat niet rendeert, verdient het in de heldere logica van de markt niet overeind te blijven. In het interview vertelt de filosoof harder en zakelijker te zijn geworden nu hij begrijpt hoe de markt werkt.

Daar wordt waarde wel heel makkelijk gelijkgesteld aan wat de consument daarvoor uit wil geven. Want hoe weet Haring zo zeker dat de koffieboer op een achterhaalde manier produceert? Is het gedrag van de consument daarvoor het enige bewijs? Vinden consumenten 'zuivere koffie' echt een waardeloos product, of zijn er andere redenen dat ze kiezen voor het huismerk? Misschien zijn er zoveel keurmerken dat ze door de bomen het bos niet meer zien. Of misschien horen ze nooit meer iets over die boeren uit Zuid-Amerika.

Wat we van waarde achten, hangt af van de informatie die we binnenkrijgen. Kranten, scholen en kritische burgers spelen daarin een rol, maar bij het 'in de markt zetten' van producten zijn grote supermarktketens nogal in het voordeel, zeker vergeleken met arme koffieboertjes - of met hun West-Europese collega's. Grote supermarkten kunnen overal vrolijke affiches ophangen die wel het voordelige fuit in beeld brengen, maar niet de boer die wordt uitgeknepen.

Vorige week meldde Trouw dat de fusie tussen Albert Heijn en de Belgische supermarktketen Delhaize de nieuwe gigant inspireert tot een bezuiniging van 500 miljoen. Gevreesd wordt dat boeren en tuinders daarvoor moeten bloeden met een nóg lagere vergoeding voor hun waar. Alsof een kilo peren in Nederland nog niet goedkoop genoeg is.

Het zou niet voor het eerst zijn dat de boeren onder druk worden gezet. Eerder dit jaar, meldde het artikel, wist Jumbo tuinders die werken voor Hak via een boycot van potgroenten te dwingen hun prijzen te verlagen. Je vraagt je af: produceren deze boeren volgens een achterhaalde methode, omdát de consument goedkope groenten wil? Of is het achterhaald dat de supermarkt ons spullen aansmeert zonder erbij te vertellen hoe die prijs tot stand is gekomen - en dus zonder dat de vraag wat een eerlijke prijs ons waard is überhaupt bij het winkelend publiek kan opkomen.

Lees verder na de advertentie

(Deze column werd vrijdag 10 mei gebruikt in het VWO-eindexamen Nederlands 2019.) 

Leonie Breebaart is filosoof en redacteur van Trouw. Zij onderzoekt in haar column de actualiteit op filosofische wijze. Al haar columns zijn te lezen in dit dossier. 

Deel dit artikel