Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Aan vijanden geen gebrek

Home

Geert Groot Koerkamp

Over zijn leven blijft een waas van geheimzinnigheid hangen. Dat maakt het extra moeilijk zijn moordenaar op te sporen.

Menige Rus stond verbaasd toen vrijwel de hele Russische jetset de laatste eer kwam bewijzen aan zakenman Sjabtaj Kalmanovitsj. Volkszangers als Alla Poegatsjova en Iosif Kobzon liepen langs zijn opgebaarde lichaam, naast een keur aan bekende politici en mensen uit de sportwereld. Kalmanovitsj was manager van de succesvolle vrouwenbasketbalclub Spartak, maar veel meer konden niet-ingewijden niet over hem vertellen. Inmiddels is hij overgebracht naar Israël en begraven in Tel Aviv. Maar een waas van geheimzinnigheid blijft hangen over zijn leven en omzwervingen.

Een onbekende schutter maakte vorige week een eind aan het leven van de vermoedelijk zestigjarige Kalmanovitsj. Een kogelregen doorzeefde zijn Mercedes op het moment dat hij het beroemde Novodevitsji-klooster in Moskou passeerde. Kalmanovitsj was op slag dood. Over een motief voor de moord tast de politie in het duister, maar een terugblik op zijn kleurrijke leven doet vermoeden dat hij aan vijanden geen gebrek had. „Mijn leven is wat gewone mensen alleen maar in de bioscoop zien”, zei hij in een interview.

Sjabtaj kwam in of omstreeks 1949 als kind van Joodse ouders ter wereld in Litouwen. De bloeiende Joodse gemeenschap in zijn geboortestad Kaunas was tijdens de Tweede Wereldoorlog gedecimeerd. Sjabtajs grootouders van moederskant werden door Litouwse nationalisten vermoord, tijdens de Duitse bezetting vond zijn moeder onderdak bij een Litouwse familie. Zijn ouders probeerden na de oorlog de Joodse tradities in ere te houden en thuis werd Jiddisch gesproken.

Toen hij tien jaar oud was vroegen ze voor het eerst toestemming om naar Israël te emigreren, maar ze kregen nul op het rekest. In die periode zou de jonge Kalmanovitsj voor het eerst in het vizier zijn gekomen van de geheime dienst. Naar eigen zeggen kreeg hij te horen dat hij en zijn familie konden vertrekken, mits hij, eenmaal in Israël, zou blijven samenwerken met de KGB. Zoniet, dan konden zowel hij als zijn ouders en zus emigratie wel uit hun hoofd zetten. Sjabtaj ging overstag, kreeg een opleiding (’Waar ze me flink hebben gehersenspoeld’) en in 1971, twaalf jaar na het eerste verzoek te mogen vertrekken, arriveerde de familie in Israël.

Zijn persoonlijke charme opende de nodige deuren in Tel Aviv. Kalmanovitsj kreeg een functie bij de opvang van repatrianten uit de Sovjet-Unie, maakte naam in de regerende Arbeiderspartij en kreeg toegang tot de directe omgeving van premier Golda Meir. Een buitenkans voor de KGB? Misschien, al lijkt het waarschijnlijk dat de Israëlische veiligheidsdienst hem toen al nauwlettend in de gaten hield, net als iedereen die arriveerde uit de Sovjet-Unie. Volgens een Israëlische journalist heeft Kalmanovitsj in 1974 in Dresden een ontmoeting gehad met KGB-kolonel Vladimir Poetin. Feit of fictie?

Kalmanovitsj zette in die periode zijn eerste schreden als zakenman en droomde van rijkdom en glamour. Hoewel de diplomatieke betrekkingen tussen Israël en de Sovjet-Unie sinds 1967 waren verbroken, slaagde hij er op miraculeuze wijze in optredens van bekende Sovjetartiesten in Israël te organiseren.

Kalmanovitsj papte aan met een door schandalen geplaagd lid van de Knesset en raakte via hem betrokken bij de plannen voor een Amerikaans-Russische spionnenruil, die moest leiden tot de vrijlating van de Joodse Sovjetdissident Nathan Sjtsjaranski. Dat lukte niet, maar Kalmanovitsj hield er een warme band met de Amerikaanse senator Benjamin Gilman aan over.

Die contacten openden voor Kalmanovitsj schier onbegrensde mogelijkheden voor het vergaren van rijkdommen in Afrika. Gilman bracht Kalmanovitsj in contact met de leider van het Zuid-Afrikaanse zwarte ’thuisland’ Boputhatswana. De Israëlische zakenman deed er goede zaken, niet gehinderd door enige sancties tegen het apartheidsregime. Kalmanovitsj bouwde krokodillenfarms en een voetbalstadion en was de officiële vertegenwoordiger van Bophuthatswana in Israël.

Daarna verkaste hij naar Sierra Leone, waar hij samen met de New Yorkse Joods-Russische maffiabaas Marat Balagula miljoenen verdiende met de handel in alles wat los en vast zat: benzine, whisky, antiek, hout en diamanten. Kalmanovitsj zou zelfs verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van president Momoh en in 1986 een couppoging hebben verijdeld, wat hem de eeuwige dankbaarheid van de leider opleverde. De samenwerking met Balagula liep evenwel uit op een forse ruzie met doodsbedreigingen aan het adres van Kalmanovitsj.

Het jaar daarop arresteerde Scotland Yard hem in Londen op verdenking van fraude (oplichting van Merrill Lynch) en leverde hem uit aan de Verenigde Staten, waar senator Gilman een warm pleidooi voor hem hield (’Hij wordt overal geprezen voor zijn integriteit’) en Kalmanovitsj tegen een borgsom van 50.000 dollar vrijkwam. Hij nam onmiddellijk het vliegtuig naar Israël, maar werd bij aankomst meteen in de boeien geslagen als mogelijke KGB-spion. Hij verloor het Israëlische staatsburgerschap en kreeg negen jaar gevangenisstraf opgelegd. Al in 1993 kwam hij vrij, na bemiddeling van hooggeplaatste Russen als vicepresident Aleksandr Roetskoj en ook de bekende zanger Kobzon, met wie hij eenmaal terug in Rusland al snel miljoenenwinsten maakte met de import van geneesmiddelen uit Oost-Europa.

Over de meeste van zijn zakenactiviteiten sindsdien is maar weinig bekend. Kalmanovitsj bezat enkele grote markten en maakte naam als producer van gastconcerten van sterren als Michael Jackson, Tom Jones en Liza Minelli, die hij ook tot zijn vrienden rekende. En de weinige Russen die tijdens zijn leven weleens van hem hadden gehoord kenden hem als de succesvolle manager van de vrouwenbasketbalclub Spartak, drievoudig kampioen van de Europese Liga. Eerder, in 1999, werd onder zijn leiding het mannenteam van de BC Zalgiris uit zijn geboorteplaats Kaunas ook al Europees kampioen. De Litouwse president verhief hem uit dank in de adelstand, als gevolg waarvan hij sindsdien als ’Von Kalmanovitsj’ door het leven ging.

Zijn persoonlijke investeringen in de basketbalsport lijken ingegeven door een oprechte liefde die nog dateert uit zijn jeugd, een liefde die een concreet vervolg kreeg in zijn laatste huwelijk met basketbalvedette en Spartak-coach Anna Archipova. „Ik ben waarschijnlijk de enige man in Rusland die zijn eigen spelmaker heeft”, zei hij in een van zijn laatste interviews. „Ik woon samen en ben gelukkig met Anna Archipova. Zij is de spelmaker”.

Was Sjabtaj Kalmanovitsj een KGB-spion? Dat hij contacten onderhield met de Russische geheime dienst lijdt geen twijfel, al zijn veel van de fantastische verhalen over zijn grote invloed en de schade die hij de Israëlische staat heeft berokkend met zijn ’onthullingen’ waarschijnlijk schromelijk overdreven. Maar Kalmanovitsj koesterde zijn imago en zinspeelde in interviews graag op zijn voorname rol.

Tegenover het dagblad Komsomolskaja Pravda noemt een oud-medewerker van de Russische militaire inlichtingendienst hem ’een fantast’, die af en toe bruikbare informatie verschafte uit de coulissen van de Israëlische politiek, maar ook niet meer dan dat. Vaak bleek de informatie van Kalmanovitsj onjuist en was hij als ’spion’ uiteindelijk geen knip voor de neus waard.

Lees verder na de advertentie
(Trouw)

Deel dit artikel