Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Aan succes ten onder

Home

Hélène Butijn

De Stichting Organisatie Gescheiden Mensen dreigt zichzelf te moeten opheffen. Gescheiden wordt er nog altijd, maar de alimentatie en pensioen bij echtscheiding zijn nu bij de wet goed geregeld.

'Bijltjesdagen en bijltjesjaren gaan we tegemoet', dreigde de redactie van het kwartaalblad van de Stichting Organisatie Gescheiden Mensen in maart 1975. ,,Moord en doodslag zullen toenemen als er geen einde komt aan levenslange alimentaties. Wordt dit 'levenslang' (...) in de wet verankerd, dan zullen er mannen zijn die er een paar jaar brommen voor over blijken te hebben om door het ombrengen van hun ex-vrouw van deze levenslange achtervolgingswaanzin verlost te worden.'

Zo'n agressieve toon slaat de organisatie allang niet meer aan. Na jaren van strijd om betere regelgeving rond echtscheidingen, en vooral de duur van alimentatie, is het rustig geworden rond de SOGM. De stichting dreigt zelfs aan haar eigen succes ten onder te gaan. Deze zomer verstuurde het bestuur een brandbrief. Het ledental is zo sterk gedaald, dat voortbestaan in de huidige vorm niet meer loont.

A.C. Weber-Prins (64) (,,ik ben de enige binnen het bestuur die niet is gescheiden') werkt sinds 1980 als vrijwilligster bij de SOGM. ,,Mijn man werkte voor een groot olieconcern, ik wilde ook wat om handen hebben.' In het donker-houten kantoor, in een statig pand aan een Haagse laan, rinkelt voortdurend de telefoon. Een donkerrood tapijt met franje bedekt een zware parketvloer. Witte koffiekopjes met een gouden rand staan in de muurkast naast dikke ordners met het Nederlands Juristen blad. De deurknop is van gebloemd porcelein.

De stichting werd in 1969 opgericht als de Stichting Organisatie Gescheiden Mannen, vertelt Weber. ,,Zij waren ontevreden over de wetgeving. Ze vonden dat ze ten onrechte de rest van hun leven alimentatie moesten betalen, ook na een kort huwelijk. En als toeziend voogd was je op papier eigenlijk geen vader meer. Dat betekende vaak een slechte omgangsregeling.'

Op 1 oktober 1971 werd in een nieuwe echtscheidingswet de schuldvraag bij echtscheiding afgeschaft. ,,Voor die tijd moest een van de twee de schuld op zich nemen, meestal was dat de man. Daarbij werd 'De Grote Leugen' vaak gebruikt: het verhaal dat sprake was van overspel al was dat meestal niet het geval. Vanaf 1971 konden mensen ook scheiden vanwege 'duurzame ontwrichting', gewoon omdat ze niet meer met elkaar op konden schieten.' Voor de SOGM betekende de nieuwe wet een toename van het aantal donateurs. Het werd juridisch gemakkelijker te scheiden en het aantal mannen dat werd verplicht maandelijks geld over te maken, groeide. In publicaties van de SOGM in de jaren zeventig werden uitspraken van rechtszaken gepubliceerd onder koppen als 'alimentatie-veteraan na 35 jaar vrij'. Op de voorpagina van de SOGM-kwartaalbladen prijkte Vrouwe Justitia met een verstoorde bascule in haar hand. De Raad voor de kinderbescherming werd regelmatig aangeduid als 'Raad voor de moederbescherming'. En voor vaders zou na echtscheiding slechts ruimte zijn voor 'joker-voogdij', in plaats van een volwaardige taak als toeziend voogd.

De organisatie zette vanaf 1972 een forse lobby op poten om de alimentatieduur te beperken. ,,Dat was ons stokpaardje.' De SOGM had veel 'alimentatie-veteranen' - mannen die soms meer dan twintig jaar alimentatie aan hun ex-vrouw betaalden - onder haar donateurs. De organisatie vond dat gescheiden mannen maximaal vijf jaar alimentatie aan hun ex-gezin zouden moeten betalen.

De stichting had intussen, in 1976, haar naam deels veranderd: 'mannen' werd 'mensen'. Weber: ,,Steeds meer vrouwen belden om advies.'

VERVOLG OP PAGINA 15

Aan succes ten onder

VERVOLG VAN PAGINA 13

,,Maar het bleef zeker tot de jaren tachtig meer een mannenclub. Die wettten waren destijds ook een beetje anti-man. En mannen hadden baat bij de limitering van de alimentatieduur. Voor gescheiden vrouwen was er Divortium in Amsterdam, onze tegenpool.'

Met die Bond voor gescheiden vrouwen leefde de SOGM aanvankelijk op voet van oorlog, herinnert Weber zich. ,,Het was haat en nijd. Bij hoorzittingen sloegen die vrouwen weleens met de vuist. Onze vrouwelijke vice-voorzitter was destijds een beetje bang voor ze. Later hebben we elkaar wel gevonden. Ook Divortium was tenslotte voor een goed geregelde scheiding waarin ook aan de belangen van de kinderen werd gedacht.'

Het wetsvoorstel om de alimentatieduur te beperken, werd op 1 juli 1994 - volgens de SOGM in 'afgezwakte' vorm - aangenomen. De alimentatieduur voor mensen die na 1 juli 1994 zouden scheiden, werd daarin beperkt tot twaalf jaar. Mannen moesten van de wetgever ook na hun pensioen alimentatie blijven betalen. Vrouwen kregen de mogelijkheid protest aan te tekenen tegen stopzetting van alimentatie. En de zogeheten alimentatieveteranen moesten, ook als ze al langer dan 12 jaar alimentatie betaalden, hun betalingen nog drie jaar voortzetten. ,,Om vrouwen aan de idee te laten wennen dat de alimentatie zou ophouden', zegt Weber. Toch was met de nieuwe regels van juli 1994 een van de belangrijkste strijdpunten van de SOGM bereikt. En dat betekende, zo blijkt nu, het begin van het einde.

Over een ander punt, de vraag hoe het pensioen na echtscheiding verdeeld moet worden, kwam na 1 mei 1995 duidelijkheid. Op dat gebied boekte de SOGM minder succes. Door een uitspraak van de Hoge Raad in november 1981 konden vrouwen die na die datum scheidden, aanspraak maken op een deel van het pensioen van hun ex-man. Via de toenmalige berekeningen, was dat echter vrijwel altijd minder dan de helft van het opgebouwde pensioen. Vrouwengroepen protesteerden daartegen. Zij vonden dat ook vrouwen die voor 1981 waren gescheiden, recht hadden op een deel van het pensioengeld. Zowel Divortium als de SOGM probeerde de Tweede Kamerleden te bewerken. Begin jaren negentig bereikte de SOGM, dankzij deze kwestie een recordaantal donateurs van bijna tweeduizend.

In mei 1995 werd de zogeheten vereveningswet aangenomen. Daarin kregen vrouwen die voor 1981 gescheiden waren, minstens 18 jaar getrouwd waren geweest en in dat huwelijk kinderen hadden gekregen, recht op een kwart van het pensioen van hun partner. Weber: ,,Een enorme triomf voor die groep vrouwen. En een teleurstelling voor de SOGM. We kregen veel commentaar van donateurs, en opzeggingen. Jarenlang hadden we 1300 a 1400 begunstigers. Dat ging nét. Maar nu we zijn gedaald tot ruim 900 donateurs, kan het niet meer.'

De tijd van de SOGM lijkt voorbij. De wetgeving op het gebied van echtscheidingen is vrijwel voltooid. Alleen een wetsvoorstel over scheiden zonder tussenkomst van de rechter, wacht nog op goedkeuring. ,,Maar daar is de SOGM voor, als het goed wordt geregeld.' De voorlichting, onder meer vanuit de overheid, is verbeterd. En mensen die de SOGM om advies bellen, worden vrijwel nooit donateur. ,,Ze gaan ervan uit dat het gratis is. En ik kan niet zeggen: 'eerst zestig gulden, dan pas sta ik u te woord'.'

Het secretariaat in het statige pand en vooral het kwartaalblad Uit Balans worden te duur. Weber, die het secretariaat al jaren draaiende houdt, wil uiterlijk in de zomer van volgend jaar stoppen met haar vrijwilligerswerk en ook de rest van het bestuur wordt te oud. De Bond van gescheiden vrouwen Divortium is al eind 1998 ter ziele gegaan. De anderhalve meter archief van Divortium is ondergebracht bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam. De SOGM-leden moeten nu kiezen wat ze willen: een afgeslankt voortbestaan van de stichting via internet of net als concurrent Divortium letterlijk worden bijgezet in de annalen van de geschiedenis.

Deel dit artikel