Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

50 jaar na de fatale Tour: hoe Tom Simpson slachtoffer werd van Brits geklungel

Home

Peter Sierksma

Tom Simpson reed voor de Franse ploeg Peugeot, maar in de Tour van 1967 werd weer met landenploegen gereden. © AFP

Op 13 juli 1967 stierf de Britse wielrenner Tom Simpson op de flanken van de Mont Ventoux. Op de plek waar nu zijn monument staat, zag Gerben Karstens hem liggen. Bij de start van de Tour de France een terugblik. Vijftig jaar later.

Hij kan er zich nog over opwinden, oud-Olympisch kampioen en gele truidrager Gerben Karstens. Over het journaille dat enkel maar dat ene woordje - 'dopage' - wil horen, over de tourorganisatie die meteen haar handen in onschuld waste en over de slechte omstandigheden waaronder de renners hun werk moesten doen.

Lees verder na de advertentie

'Kijk,' zegt hij, de foto's van het drama onder handbereik, 'van die amfetaminetabletten, dat is bewezen. En dat het heet was en er alcohol in het spel was ook. Maar het echte probleem zat hem in de herinvoering van de nationale ploegen. Dat was echt grote flauwekul. Dat heeft Tom de das om gedaan.'

De opmerking behoeft enige uitleg. In de eerste jaren van de Tour beheersten fietsen- en bandenfabrikanten het spel. Voor veel geld trokken zij de beste renners aan en bepaalden onderling wie de Tour mocht winnen. Om die hegemonie te doorbreken besloot tourorganisator Henri Desgrange in 1930 de renners per land te laten inschrijven.

De formule werd gehandhaafd tot 1962 toen de fabrieks- of merkenploegen terugkeerden. Maar in 1967 draaide de Tourdirectie, mede onder druk van de Franse televisie, haar besluit terug en werden de renners weer per land geselecteerd.

Tekst loopt door onder afbeelding

Tevergeefs wordt op Simpson mond-op-mondbeademing toegepast. © AFP

Voor landen als Frankrijk, België, Italië en zelfs Nederland vormde dit geen probleem. Zij maakten gewoon gebruik van de kennis en begeleiders van de commerciële ploegen die ze binnen hun grenzen hadden zoals BIC, Peugeot of Televizier en konden zonder moeite een professioneel team opstellen.

Maar voor de ploeg van Simpson, de eerste Engelse wereldkampioen op de weg die normaal gesproken voor het Franse Peugeot reed, lag dit anders. Karstens: 'De Britten hadden maar een paar goede renners en konden niet of nauwelijks een volwaardige profploeg op de been brengen. Bovendien misten ze een ervaren ploegleider. De man (de Londense autoverhuurder Alec Taylor - P.S.) had nog nooit een Tour van dichtbij gezien. Puur amateurisme dus, met alle gevolgen van dien.'

Voor Karstens begon de Tour goed. In de voor het eerst verreden proloog, een korte tijdrit over 7 kilometer, werd hij zevende op slechts 15 seconden van het geel. Als sprinter en tijdrijder was Karstens blij met de noviteit in Angers: 'De proloog lag me goed. Ik was in topvorm, had net vier ritten in de Vuelta gewonnen en reed 'comme un bolide' zoals de Franse verslaggever Robert Chapatte riep. Ik won dan ook de eerstvolgende étappe op de sintelbaan van Saint-Malo. Maar wat denk je? Blijken er twee strepen te liggen! Eerst werd ik tot winnaar uitgeroepen, maar later besloot de jury dat Godefroot gewonnen had. Ik heb het filmpje laatst nog teruggezien. Een en al verwarring. Een en al chaos.'

Met een dertigste plaats in het eindklassement reed Karstens uiteindelijk een van zijn beste Tours ooit. In de kasseienrit naar Roubaix werd hij derde en in de eerste door Felice Gimondi gewonnen Alpenrit naar Briançon eindigde hij zelfs voor zijn kopman, Jan Janssen. Karstens vrolijk: "Dat had te maken met een weddenschap. Ik zei: 'Morgen eindig ik voor jou!' En wat gebeurt er? Hij rijdt lek en vraagt om een wiel, maar ik dacht 'ik ga geen wiel steken, we hebben een weddenschap!' Komt-ie in de afdaling van de Galibier naar me toe en zegt-ie: 'Wil je de sprint voor me aantrekken voor de punten?' 'Da's goed', zeg ik, 'maar dan zorg ik wel dat jij niet meer over mij heenkomt...'"

Hoe vermakelijk ook, het verhaal komt in een ander daglicht te staan als je de herinneringen van Janssen aan dezelfde rit tot je neemt. In een documentaire die de Belgische televisie in 2012 uitzond, vertelt hij enigszins besmuikt hoe een zieke Tom Simpson hem vroeg te helpen bij het doen van zijn behoefte (hoe anders dan Dumoulin dit voorjaar in de Giro) op de fiets.

Tekst loopt door onder afbeelding

Stilte voor de start na de rampdag. De Engelsman Barry Hoban, tweede van rechts, won de rit. Naast hem in het Peugeot-shirt de latere Tourwinnaar Roger Pingeon. © RV

Anders dan Janssen, had Karstens niet zoveel contact met Simpson: "Hij had een bepaalde air over zich en nauwelijks oog voor de gewone renners. Net als ik haalde hij graag een geintje uit, maar altijd met het oog op zijn eigen publiciteit. Maar wat je ook van hem vond, Simpson had een enorm karakter; reed vaak alleen voorop en kon ontzettend diep gaan. Dieper dan anderen. Zo won hij in 1965 de Ronde van Lombardije. Ik was favoriet, had net Parijs-Tours gewonnen en weet nog dat Simpson er al snel met een grote groep van door ging. Komt Pellenaars naar me toe en zegt: 'Er mot een keer gereje worden.' Ik zeg: 'Wacht maar, ze komen allemaal terug... ' Lachend: En ja hoor, ze zijn allemaal teruggekomen, behalve Simpson."

Ondanks zijn malheur leek Simpson de dertiende juli goed hersteld. De dag ervoor verloor hij in Marseille ternauwernood de pelotonsprint van 'de snelle Karstens' en poseerde hij met een big smile in de haven van Marseille.

Tom was The King

Karstens: "Tom stond zevende in het klassement en dacht 'als ik aanval op de Mont Ventoux, kan ik het podium nog halen.' En, dan kom ik toch weer terug op die nationale ploegen...die Britse begeleiders luisterden alleen maar naar Tom, want hij was The King, maar hadden zelf geen idee wat ze deden. Ze hebben hem drie keer terug op zijn fiets gezet, en dan is het woord 'vermoorden' misschien verkeerd, maar als zo'n jongen er drie keer van afdondert... dan moet je stoppen!

"Natuurlijk, een renner wil altijd door, kijk maar naar Poels een paar jaar geleden, maar dan moet je ingrijpen. Dat was ook het grote verdriet van Gaston Plaud, Simpsons ploegleider bij Peugeot, die wel wist hoe hij Tom moest aanpakken."

Gevraagd naar de omstandigheden destijds in de Tour noemt Karstens om te beginnen de slechte hotels: "Meestal zaten we niet ver van de start ergens aan de Route National. De hele nacht denderden er vrachtwagens langs, je trilde je bed uit. Ik deelde de kamer met Jos van der Vleuten. Om nog een beetje te kunnen slapen, haalden wij de matrassen uit de bedden en legden die op de grond. Klotenhotels waren het. Pas onder Peter Post verbeterde alles.

Peperkoekje

"Als ontbijt aten we biefstuk en rijst. En bij de ravitaillering een banaan, broodje ham en een peperkoekie, daar reden wij op. Bovendien dronken we te weinig. Volgens de reglementen hadden we slechts recht op vier bidons. Dat kun je je nu niet meer voorstellen."

Op de bewuste dag, vertelt Karstens, stopten hij en zijn ploeggenoten koolbladeren onder hun petjes, tegen de hitte. Ook kregen ze zouttabletten mee. "Wel zouttabletten, maar geen water! Een schande. Als het maar even kon doken we onderweg met z'n allen het café in. De Spanjaarden dronken gewoon champagne... Ik heb weleens gehoord dat Simpson cognac kreeg, maar ik heb gezien dat hij champagne dronk.

"Van de rit zelf herinner ik me weinig meer. Ik denk dat ik alleen reed. Vlak voor de top heb ik hem zien liggen. Ik passeerde een minuut of zeven later, zag dat het mis was. Zuurstof hè, zuurstofgebrek! Dat schiet dan door je kop. Daar staat de Ventoux bekend om. Maar tijd om erbij stil te staan heb je niet. Je moet omhoog en daarna ook nog eens naar beneden. Daar richtte ik me op, want ik was een goeie daler. Op de massagetafel heb ik het nieuws pas gehoord. Toen begreep ik ook dat Jan Janssen de rit gewonnen had."

'Put me back'

"De dood, daar loop je mee rond. Toen het nieuws echt tot ons doorgedrongen was, zaten we er verslagen bij. Maar ik was ook boos. Boos op de organisatie. Op die rotzakken en dat stelletje amateurs. En dan heb je nog dat verhaal dat Simpson 'Put me back on my bike!' geroepen heeft. Dat geloof ik niet. Hij was zover heen, ik denk niet dat hij dat nog kon zeggen."

Bij het zien van een foto van de start de volgende dag, valt de eerste stilte. "Daar, op de eerste rij staat Roger Pingeon. Hij won de Tour won en werd een jaar later mijn ploeggenoot. Hij is dit voorjaar overleden. Naast hem Barry Hoban. Eigenlijk wilden we niet meer rijden. Maar ja, we zijn toch vertrokken: The show must go on, hè. We reden in gesloten formatie. Tijdens de koers is het plan gegroeid dat Barry bij wijze van eerbetoon aan Tom mocht winnen.

"Met Barry ben ik goed bevriend geraakt. We hebben nog steeds contact. Een lieve jongen. Hij heeft zich ontfermd over Helen Simpson. Later zijn ze ook getrouwd. Ze wonen in Wales, maar gaan vrijwel ieder jaar nog terug.

"Zelf heb ik de Ventoux in 2008 nog een keer beklommen. Ten bate van een goed doel. Ja joh, het is wat, zoiets vergeet je nooit."

Tekst loopt door onder afbeelding

• Gerben Karstens reed twee dagen in het geel

Gerben Karstens (Leiden, 1942) begon zijn sportloopbaan als schaatser. Begin jaren zestig zat hij met Kees Verkerk en Ard Schenk in de kernploeg, maar omdat daar geen droog brood in te verdienen viel, koos hij voor de wielersport. In 1964 werd hij olympisch kampioen bij de ploegenachtervolging. Als prof behaalde hij meer dan 90 overwinningen. Zo won hij in 1965 de klassieker Parijs-Tours en in 1968 de Ronde van Lombardije, werd hij een jaar later Nederlands kampioen op de weg in en droeg hij twee dagen de gele trui in de Tour de France van 1974. In totaal won Karstens 21 ritten in de drie grote ronden: één in de Giro (1 x gediskwalificeerd), zes in de Tour en 14 in de Vuelta.

• Simpsons nieuwe riante Italiaanse contract

Tom Simpson (Haswell, 1937) werd in 1965 de eerste Britse wereldkampioen op de weg. Daarnaast schreef hij grote klassiekers als de Ronde van Vlaanderen (1962), Milaan-San Remo (1964) en de Ronde van Lombardije (1965) op zijn naam. In het voorjaar van 1967 won Simpson Parijs-Nice, ook wel de rit naar de zon genoemd. Voor de start van de Tour bood de Italiaanse ploeg Salvarani hem een riant contract aan op voorwaarde dat hij deze zou uitrijden.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie