Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

28 mei 1969: AC Milan - Ajax 4-1

Home

Als eerste Nederlandse Europa Cup 1-finalist geldt Ajax als underdog tegen het grote AC Milan. Rocco, de trainer van de Milanezen, annuleert een spionagereis naar het laatste competitie-duel van Ajax vóór de finale. Rocco weet genoeg en is zeker van zijn zaak. Op 28 mei krijgt hij in het Bernabeu-stadion in Madrid zijn gelijk.

De interesse van de Spanjaarden voor de eindstrijd is overigens nihil. Twee avonden eerder bezoeken zij nog massaal de benefiet-wedstrijd voor Puskas tussen Real Madrid en Rapid Wien, maar voor AC Milan-Ajax blijven zij thuis. Het afscheid van Puskas betekent wel dat Ajax, tot grote woede van Michels, geen toestemming krijgt om op de dag voor de finale op het gras van het Bernabeu-stadion te trainen. “En dit gebeurt met Europa Cup-finalisten. Of ze zien ons niet als zodanig. Bij Real zijn ze misschien een beetje jaloers. Ze hadden het natuurlijk graag zelf willen zijn”, briest Michels. Na de weigering van Real Madrid om te trainen op het gras van de 'Koninklijken' rennen de Ajacieden de straat op om een taxi te bemachtigen. Doel van de rit is het buitenverblijf van Real, Philippo Cuinto in El Escorial, waar Suurbier na een botsing met Stuy even flauw valt.

Een dag later sterft Ajax in schoonheid. Het gebrek aan internationale ervaring en hardheid breekt de ploeg van Michels op. Milan, met Rivera en Prati als absolute uitblinkers, toont zich op alle fronten de betere ploeg. Met name de AC Milan-defensie met Schnelliger, Rosato, Malatrasi en Anquiletti, vormt een niet te nemen veste. Bij Ajax is de verdediging juist de achilleshiel van het elftal. De vleugelbacks Suurbier en Van Duivenbode worden voortdurend gedeklasseerd door hun directe tegenstanders, Prati en Hamrin. Muller komt in de tweede helft het veld in voor Suurbier, die zich de twee doelpunten van Prati persoonlijk mag aanrekenen. Het is de Spaanse scheidsrechter Ortiz de Mendibil die de spanning weer enigszins terugbrengt. Hij ziet in de overtreding van Lodetti tegen Keizer een strafschop, die door Vasovic wordt benut. Het is de tweede maal dat Vasovic in een Europa Cup-finale een doelpunt maakt. In 1966 neemt hij in Brussel in de eindstrijd tussen Real Madrid en Partizan Belgrado (2-1) de enige treffer van de Joegoslaven voor zijn rekening.

Na de rake strafschop van Vasovic verkeert Ajax zes minuten in de hoop de Europa Cup-droom te verwezenlijken. Die droom spat uiteen door een keiharde schuiver van Sormani en een kopbal van Prati: 4-1. De Italiaanse kranten zijn unaniem van oordeel dat Ajax geen enkele partij is geweest voor het superieure Milan. 'La Stampa' noemt Ajax “een provinciaal ploegje dat hoogstens de kwartfinales had mogen bereiken”. Alleen Cruijff wordt geroemd. 'Il Tempo': “Cruijff is de nieuwe ster in het Europese voetbal”. De ongelukkige Bals krijgt als enige speler van het blad Marca het cijfer 0. De doelman kijkt daar niet van op. “Ik heb vier ballen gehad en alle vier gingen ze erin. Maar geloof me, ze waren echt onhoudbaar.”

Ajax - AC Milan 1-4 (0-2). 7. Prati 0-1, 40. Prati 0-2, 60. Vasovic 1-2, (strafschop), 67. Sormani 1-3, 75, Prati 1-4. Toeschouwers: 31 000. Scheidsrechter: Ortiz de Mendebil (Spa).

Ajax: Bals; Suurbier (Muller), Hulshoff, Vasovic, Van Duivenbode; Pronk, Groot (Nunninga); Swart, Cruijff, Danielsson, Keizer.

AC Milan: Cudicini; Malatrasi, Anquilletti, Schnelliger, Trapattoni; Lodetti, Rivera; Hamrin, Sormani, Prati.

Maandag: de finale van 1971

Deel dit artikel