Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

1972 Wat doen we met die Arabieren?

Home

TEKST PAUL VAN DER STEEN BEELDMONTAGE MARK KOHN

Het koninkrijk en zijn immigranten

Nederland was al heel lang een immigratieland. Maar het besef dat gastarbeiders misschien weleens zouden blijven, zorgde voor spanning tussen autochtoon en allochtoon. Het koninkrijk bestaat binnenkort 200 jaar. Trouw staat wekelijks stil bij belangrijke gebeurtenissen uit de nationale geschiedenis. Vandaag aflevering 50.

De vlam sloeg op 9 augustus 1972 in de pan door een uit de hand gelopen huurconflict tussen een Nederlandse vrouw en haar Turkse huurbaas. Na wat strubbelingen binnenshuis in de Rotterdamse Paarlstraat zetten ze hun discussie op straat voort. Hij begon met een mes te dreigen. Buurtbewoners haalden thuis kettingen en sabels.

De volgende avond liep het helemaal uit de hand in de Afrikaanderwijk. Buurtbewoners bestormden een Turks pension in de Paarlstraat. Er werd met stenen gegooid. Vanuit de ramen werd de inboedel naar beneden gegooid. Omstanders joelden en juichten. Het was meer dan een explosie van vreemdelingenhaat. Bij sommigen speelde dat niet of nauwelijks een rol. Wat hen dwarszat was dat het steeds moeilijker werd om een woning in de buurt te krijgen, terwijl meer en meer panden door Turken of anderen werden opgekocht om er pensions voor gastarbeiders van te maken.

In de volgende dagen bleef het onrustig in de wijk. Het rellen om het rellen nam het deels over van de eerste opwellingen van woede. Mensen van buiten kwamen voor hun vertier naar de Afrikaanderwijk. De pers kwam naar de onrustige buurt. Verslaggever Jaap van Meekren zei in de tv-actualiteitenrubriek 'Avro's Televizier' dat de Rotterdammers kennelijk de lessen van de Tweede Wereldoorlog waren vergeten. Ook veel andere historische vergelijkingen gingen mank, maar ze drongen zich wel op. Rassenrellen in Amerika na de moord op Martin Luther King in 1968 lagen nog vers in het geheugen. Vier jaar eerder ontaardde een aanhouding op verdenking van dronkenschap in de wijk Watts in Los Angeles in dagen van onrust met 34 doden, duizend gewonden en honderden miljoenen dollars schade tot gevolg.

Zes dagen lang bleef het onrustig in Rotterdam-Zuid. Pas toen de rellen aanhielden, begon de politie in te grijpen. Zelfs op dat moment ging de harde hand gelijk op met gebaren van goede wil. Onruststokers kregen bier en Chinees eten aangeboden om ze kalm te krijgen.

Naar aanleiding van de rellen besloot de Rotterdamse raad een maximumpercentage buitenlanders per wijk (5 procent) vast te stellen. De rechter verbood dat spreidingsbeleid later. De gemeente begon ook met beleid voor migranten. Stilaan groeide het besef dat gastarbeiders misschien weleens zouden blijven.

Nederland was al heel lang een immigratieland; de Republiek dankte er haar glorie aan. Legers en schepen werden voor ongeveer de helft door buitenlanders bemand. De succesvolle steden konden niet zonder permanente aanvoer van mensen van elders. Door de slechte hygiëne gingen er meer mensen dood dan er geboren werden. Ook hier was de helft van de nieuwkomers buitenlander. Van die groep kwam driekwart op de welvaart af, de rest was vluchteling.

In de eerste helft van de negentiende eeuw werd Nederland als immigratieland ingehaald door Engeland. Rond 1870 kwam Duitsland, tot dan toe voornamelijk leverancier van arbeidskrachten, langszij.

Langzamerhand kwam emigratie ook meer in trek. Na de Tweede Wereldoorlog vertrokken de grootste aantallen Nederlanders. In de eerste 25 jaar na de bevrijding meer dan 400.000. Canada, Australië en de Verenigde Staten vormden de belangrijkste bestemmingen.

In dezelfde periode kwamen grote groepen mensen uit voormalig Nederlands-Indië naar Nederland. Ogenschijnlijk gingen ze relatief makkelijk op in de samenleving. In de jaren zestig, toen de Nederlandse economie op toeren raakte, ontstond steeds meer behoefte aan gastarbeiders. In eerste instantie kwamen ze uit Zuid-Europese landen, later uit landen als Turkije en Marokko.

Een decennium later begon het te broeien bij de tweede generatie Zuid-Molukkers. Hun vaders hadden trouw gediend in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch leger. Maar Den Haag had nooit enige steun gegeven aan hun onafhankelijkheidsstreven dat werkelijkheid moest worden via de Republik Maluku Selatan (RMS). Na wat kleinere speldenprikken pakten ze tussen 1975 en 1978 uit met grootschalige acties: treinkapingen bij De Punt en Wijster, de bezetting van een school in Bovensmilde en van het Drentse provinciehuis in Assen. Het leidde tot verdeeldheid in eigen kring en voedde vooroordelen ten opzichte van gekleurde landgenoten.

In de jaren zeventig kreeg Nederland toch al te maken met een grote toevloed van Surinamers en Antillianen. Aanvankelijk trok vooral de economische voorspoed. In 1975 kwam daar met het onafhankelijk worden van hun land nog een extra reden bij voor de Surinamers. Tot 1980 konden zij als voormalig inwoner van het koninkrijk nog voor Nederland kiezen. Daarna werden ze automatisch Surinaams.

Opnieuw verkleurden hele buurten en stadsdelen. Een deel van de Rotterdammers sprak niet langer van Crooswijk maar van Kroeswijk. Aan de borreltafel werd hardop gemopperd over al die zwarten die hier kwamen profiteren van onze sociale voorzieningen. Een groep autochtone muzikanten deed zich voor als Surinamers en had in 1974 als Henk en de Stainless Steelband een hit met het lied 'Wij willen WW'. Met een vet aangezet accent zong de formatie:

Wij willen heus wel werken

Al zijn we dat niet gewend

Door die Nederlandse gulden

Voelen wij ons snel verwend

Een plaat van Vader Abraham vonden de meeste zenders een jaar later al te gortig. Hij zong op de wijze van 'Singing hi hi jippie jippie jee':

En wat doen we met die Arabieren hier?

Want ze zijn niet te vertrouwen

Bij onze mooie vrouwen

Wat doen we met die Arabieren hier?

En bedoelde volksschrijver Gerard Reve zijn opmerkingen over de blanken als superieur ras nu ironisch of niet? In een brief aan Simon Carmiggelt had hij zich al eens eerder dubieus uitgelaten: 'Nu moeten we nog van die Surinaamse en Curaçaose & Antilliaanse troep af. Ik ben er erg voor, dat die prachtvolken zo gauw mogelijk geheel onafhankelijk worden, en ons niks meer kosten, zodat we ze allemaal met een zak vol spiegeltjes en kralen op de tjoeki tjoeki stoomboot kunnen zetten, enkele reis Takki Takki Oerwoud, meneer!'

Politieke partijen, die het onderwerp als centraal thema hadden, kregen nog geen voet aan de grond. De Nederlandse Volks-Unie van Joop Glimmerveen voerde bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1974 campagne met de leus 'Den Haag moet blank en veilig blijven'. Het leverde geen zetel op. Pas in de jaren tachtig lukte het de iets minder radicale Centrumpartij en Centrumdemocraten onder leiding van Hans Janmaat wel, ook in de Tweede Kamer. Hun invloed bleef door het beperkte zetelaantal en vooral door de reactie van de rest van de politiek uiterst marginaal.

De gevestigde partijen vonden de immigratie nauwelijks een issue. 'De overheid dient aan culturele minderheden een zo groot mogelijke gelegenheid te geven tot integratie in de Nederlandse samenleving en daarbij dient hun recht op behoud van een eigen culturele identiteit te worden veiliggesteld', schreef de VVD in 1981 in haar Liberaal Manifest. Met het CDA pleitte die partij het felst voor het recht op gezinshereniging. Het waren de kleine linkse partijen die zich openlijk afvroegen of werkgevers maar moesten blijven werven in het buitenland. In later jaren deed men juist aan die kant van het politieke spectrum extra zijn best om elk begin van discussie te smoren met verwijten over discriminatie.

Ware grootheid, schamele kleinte
Een nogal willekeurig grondgebied met een al even willekeurige groep mensen binnen door buitenlandse mogendheden bepaalde grenzen. Dat was het Koninkrijk der Nederlanden in de eerste jaren. Het grondgebied kromp in twee eeuwen tijd. Het aantal mensen groeide. Het volk leerde, ontdekte, bouwde, sloopte, luierde, liep, reed, voer, vloog, kookte, at, gaf, nam, dacht, herdacht, oordeelde, veroordeelde, vermoordde, won en verloor. De natie voelde zich soms zeer verbonden en was dan weer hopeloos verdeeld. Alle artikelen in de deze reeks zijn gebundeld in het boek 'Ware grootheid, schamele kleinte. Twee eeuwen Nederland' (280 pag. Balans, euro 29,50, ebook euro 14,99).

Deel dit artikel