Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

1917 Veel visies, toch één akkoord

Home

PAUL VAN DER STEEN

Het koninkrijk en de strijd om kiesrecht en onderwijs

Koehandel mocht je het misschien niet noemen, maar een compromis was de pacificatie van 1917 zeker. Kiesrecht en bijzonder onderwijs werden in één akkoord geregeld. Het koninkrijk bestaat binnenkort tweehonderd jaar. Trouw staat wekelijks stil bij belangrijke momenten uit de nationale geschiedenis. Vandaag aflevering 31.

Voor de liberale minister van binnenlandse zaken Jan Kappeyne van de Copello was het in de jaren zeventig van de achttiende eeuw nog heel duidelijk: openbaar onderwijs vormde de maat der dingen. Daar werden de idealen van het 'denkend deel der natie' weerspiegeld en kweekten onderwijzers de ideale burgers van de toekomst. Verontwaardigde reacties van gelovigen maakten op hem weinig indruk: "Zegt men 'indien gij dat wilt, onderdrukt gij de minderheid', zou ik bijna zeggen: 'Welnu, dan moet die minderheid maar onderdrukt worden, want dan is zij de vlieg, die de gansche zalf bederft.'"

Kappeyne verwees bewust naar het Bijbelboek Prediker. Zijn polariserende opstelling vergroote - om de beeldspraak van toen maar even aan te houden - de vliegenplaag alleen maar verder. En als het om citeren uit de Heilige Schrift ging dan kon bijvoorbeeld Abraham Kuyper er ook wat van. "Er zijn er die in lammervacht tot u komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven!" Het denkend deel der natie was volgens hem vooral een door eigenwaan verblinde elite die neerkeek op de massa. Hij vergeleek Kappeynes uitspraken met "Faraos antwoord op de bede en de consciëntiekreet van het christelijk deel der natie".

Zo zou het nog decennialang doorgaan, in de landelijke politiek maar evengoed op plaatselijk niveau waar openbare en bijzondere scholen en hun voorstanders bijna op leven en dood met elkaar streden. Meestal bleef de indeling in kampen overzichtelijk, maar niet altijd. Ook op openbare scholen stonden vaak gelovige onderwijzers voor de klas. In het katholieke zuiden beklaagden roomse onderwijzers zich hardop over hun ontslag als gevolg van het succes van door kloosterordes gerunde bijzondere scholen. Bovendien wilde niet elke ouder met religieuze overtuigingen zijn kinderen per se naar religieus geïnspireerde scholen sturen. In dat soort gevallen werd wel eens zachte dwang uitgeoefend, bijvoorbeeld door het dreigen met het uitsluiten van zorg door de kerk.

Tegenstanders van het bijzonder onderwijs waarschuwden voor het mogelijk afglijden van Nederland. "Waar de kinderen van hetzelfde Volk naarmate van de door hunne ouders omhelsde kerkelijke leerstellingen worden gescheiden, zal er bekrompen onverdraagzaamheid worden gekweekt", schreef de Vereniging Volksonderwijs in 1904 aan de Tweede Kamer, "en zullen daarvan verhoudingen en toestanden het gevolg zijn, die slechts onheil kunnen stichten en op den duur zelfs ons volksbestaan kunnen bedreigen."

Ondertussen woedde nog een andere strijd, die voor het algemeen kiesrecht. Stemmen was lang voorbehouden aan een select groepje mannen met een zekere welstand. Wie voldoende belasting betaalde kon daar politieke rechten aan ontlenen. In het laatste deel van de negentiende eeuw verruimde de wet de groep: bepaalde examens, een vast dienstverband en een zeker bedrag aan huur of aan spaargeld konden voortaan eveneens kiesrecht verlenen. Het kwalificeerde op den duur een kleine meerderheid van de mannen.

Rode Dinsdag
Sommige mensen, de sociaal-democraten voorop, bleven ijveren voor algemeen kiesrecht. Ze bombardeerden Prinsjesdag een aantal jaren tot Rode Dinsdag en brachten dan indrukwekkende hoeveelheden demonstranten op de been. Het maakte tegenstanders van algemeen kiesrecht wellicht alleen maar angstiger voor een machtsovername door het 'gepeupel'.

Minister-president Pieter Cort van der Linden had zich bij zijn aantreden in 1913 al voorgenomen deze heikele kwesties te regelen. Waar de een jaar later uitgebroken Eerste Wereldoorlog verder weinig goeds bracht, was het strijdgewoel over de grenzen een zegen voor dit streven. De neutrale status maakte het buitenland meer dan ooit tevoren echt buitenland. Nederland werd op zichzelf teruggeworpen. Nu paste een houding van 'een voor allen, allen voor een'. De Nederlandse politieke partijen kwamen een godsvrede overeen. In dat klimaat had Cort van der Linden ruimte om voorzichtig af te tasten wat haalbaar was op het gebied van bijzonder onderwijs en kiesrecht. Voor polderen avant la lettre.

De premier zei te willen waken voor koehandel. Zijn voorganger Thorbecke had ooit gesproken over 'een offerfeest der beginselen'. Cort van der Linden was uit op breed aanvaardbare overeenstemming over elk van de twee onderwerpen afzonderlijk 'maar niet een compromis tusschen twee heterogene onderwerpen'.

Dat lukte hem redelijk. Actief kiesrecht voor vrouwen bleek nog een brug te ver. Politiek was de kunst van het mogelijke, zei de premier die het zelf wel had gewild. Het bleef voorlopig bij algemeen kiesrecht voor mannen en passief kiesrecht voor vrouwen. Ze mochten niet mee kiezen. Ze konden wel gekozen worden. En zo geschiedde bij de verkiezingen in 1918: de sociaal-democraat Suze Groeneweg werd de eerste vrouw in de Tweede Kamer.

Conservatieven vreesden de stem des volks. Liberalen en sociaal-democraten vreesden de opmars van het bijzonder onderwijs. Zouden in sommige plaatsen nog wel openbare scholen overblijven? Moest de overheid die niet beschermen met waarborgen? Cort van der Linden voelde daar niets voor. Hij wilde de voorstanders van bijzonder onderwijs niet te veel tegen de haren in strijken. Wellicht was het ook strijdig met zijn liberale denken. "Ik eisch van de overheid dat zij de vrijheid van mijn leer eerbiedige, maar ik mag niet van haar eischen, dat zij ook mijn gedachten bescherme."

Historicus Piet de Rooy legde terecht het verband tussen de pacificatie van 1917 en die van 1576 in Gent. Toen spraken opstandige gewesten af dat ze godsdienstvrijheid zouden toestaan en elkaar wederzijds zouden steunen. Beide compromissen waren vooral een tolereren van onderlinge verschillen, het vastleggen van een oer-Nederlandse eenheid in verscheidenheid.

Pantheon der politici
Cort van der Linden verdiende met zijn bijdrage aan het compromis een plaatsje in het pantheon der politici. Toen het Historisch Nieuwsblad in 2002 de zittende Eerste en Tweede Kamerleden vroeg naar de beste premier van de twintigste eeuw, eindigde hij op de eerste plaats, nog voor Willem Drees.

De pacificatie veranderde het politieke landschap. Het algemeen kiesrecht verkleinde de rol van de liberalen. Tot 2010, het jaar van het aantreden van Mark Rutte als minister-president, zou Cort van der Linden de laatste liberale premier blijven.

De sociaal-democraten hadden bij het algemeen kiesrecht minder baat dan verwacht. De belangrijkste winnaars van 1917 waren de confessionelen. Zij zouden langer regeren in Nederland dan de communisten die in hetzelfde jaar de macht grepen in Rusland. In 1918 trad de eerste rooms-katholieke minister-president aan, jonkheer Charles Ruijs de Beerenbrouck. Hij zou langer premier zijn dan ooit iemand voor hem. Pas het slecht geregisseerde afscheid van de man die dit record verbrak, Ruud Lubbers, de voorlopig laatste katholieke premier, baande de weg naar de eerste kabinetten zonder confessionelen.

Bepalende momenten op weg naar eenheid
Met het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden vormden de Nederlanders nog niet per se een eenheid. Op tal van momenten in de afgelopen twee eeuwen vielen ze te betrappen op gemeenschappelijke kenmerken of waren ze juist één in verscheidenheid. Wat bracht de natie bijeen? Wat dreef de natie uiteen? In de serie 'Twee eeuwen Nederland' loopt dagblad Trouw tot eind 2013 elke woensdag langs bepalende momenten in tweehonderd jaar geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden. Een boek met alle artikelen verschijnt in het najaar van 2013.

Deel dit artikel