Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Zwart buskruit' blijft raadsel

Home

George Marlet

CULEMBORG - Bij MS Vuurwerk in Culemborg lag zwart buskruit opgeslagen. Hoeveel en in welke verpakking, valt niet meer na te gaan. Toch wordt de bewering van een oud-medewerker van de Explosievenopruimingsdienst (EOD), over het onvermeld laten van 'tientallen' vaten met zwart buskruit, van alle kanten in twijfel getrokken.

Het Openbaar Ministerie in Utrecht, onderzoeksinstituut TNO, controleurs en collega's uit de vuurwerkbranche zijn eensgezind in hun reactie: eigenaar H. Koolen had in februari 1991 'vermoedelijk' niet meer dan de toegestane 200 kilo buskruit liggen.

Maar dat kunnen ze net zo min bewijzen als de vroegere EOD'er G. Doreleijers zijn verhaal kan staven. Alle betrokkenen hebben in elk geval te laat hun mond open gedaan om de vuurwerkramp in Enschede te kunnen voorkomen.

Volgens Doreleijers heeft het EOD-team na de ontploffing van de vuurwerkfabriek in Culemborg tussen de brokstukken ,,zeker tien'' ringen gevonden van kartonnen buskruitvaatjes, afkomstig uit het Oostblok. De ringen zouden duiden op een veel groter aantal vaten met 'honderden' kilo's buskruit. Een controleur van het toenmalige Korps controleurs gevaarlijke stoffen (een inspectiedienst van het ministerie van verkeer) zou de vondst hebben verzwegen uit angst voor zijn staat van dienst.

,,Waanzin'', zegt H. Kapel, destijds plaatsvervangend commandant van het korps. MS Vuurwerk kreeg eens in de twee tot drie weken een controleur op bezoek. ,,Als er grote hoeveelheden buskruit hadden gelegen, dan zou de controleur dat beslist niet hebben toegelaten. Daar was hij heel fanatiek in.''

In de werkbunker van MS Vuurwerk lag ten tijde van de explosie buskruit. Een collega van Koolen was drie weken voor de ontploffing op bezoek in Culemborg. Op tafel in de werkbunker ,,lagen bulten zwart kruit van een meter hoog''. Koolen gebruikte buskruit bij het maken van siervuurwerk. ,,Ik vroeg nog aan 'm: 'Krijg jij hier nooit controle?' 'Ach', zei hij, 'ik kan met die jongens lezen en schrijven'.'' Maar ook de collega vindt het verhaal over de tientallen vaatjes met Russisch kruit onwaarschijnlijk. ,,Wat moet je met dat spul?''

Koolen had wel kisten staan met Romeinse kaarsen (siervuurwerk) uit Rusland. Daarvan heeft het Gerechtelijk Laboratorium later ook verpakkingsresten teruggevonden. ,,Van 'verdoezelen' van dit vermeende 'Russisch materiaal' is derhalve geen sprake'', stelt het Openbaar Ministerie in Utrecht. TNO-woordvoerder M. Lörtzer: ,,Wat je niet weet, kun je ook niet verzwijgen''.

De nuchtere vraag is wat dit welles-nietes-spel er toe doet, vooral met het oog op de rampzalige ontploffing ruim negen jaar later bij SE Fireworks in Enschede. TNO heeft direct na de ontploffing van de vuurwerkfabriek in Culemborg de vinger op de zere plek gelegd. De tragiek voor de slachtoffers in Enschede is dat het TNO-rapport in een diepe la is beland. Als de aanbevelingen van TNO waren opgevolgd, dan zou de ramp in Enschede niet zijn gebeurd.

Onderzoekers van het Prins Maurits Laboratorium TNO rapporteerden in april 1991 dat ,,deze zeer krachtige explosie alleen veroorzaakt kan zijn door een grote hoeveelheid explosief materiaal dat gereageerd heeft als behorende tot de gevarenklasse 1.1''. Ze hadden ontdekt dat betrekkelijk licht vuurwerk een veel zwaardere explosie veroorzaakt als het niet meer in de verpakking zit. Bovendien bleek vuurwerk verkeerd te zijn geclassificeerd. Aanbevelingen van TNO voor betere controle bleven steken in de ambtelijke molen van vier betrokken ministeries. Tien jaar na 'Culemborg' moest minister De Vries van binnenlandse zaken toegeven dat ,,tussen de departementen alsmede tussen de inspectiediensten slecht tot in het geheel niet is gecommuniceerd''.

Deel dit artikel