Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Worstelen als sleutel naar vrijheid'

Home

CATRIEN SPIJKERMAN

De eerste baan maakt vaak diepe indruk. Sander Terphuis (42) begon in Iran als worstelaar, in Nederland als rechterlijk ambtenaar. Nu werkt hij bij het ministerie van buitenlandse zaken.

"Mijn moeder zag het al helemaal voor zich, haar zoon zou een mooie carrière hebben als beroemd Iraans worstelaar. Maar ik had een geheime agenda: worstelen was mijn sleutel naar de vrijheid. Topsport zou me de mogelijkheid bieden Iran en het autoritaire regime te ontvluchten.

Op mijn achttiende deed ik mee aan het internationale kampioenschap voor gehandicapten in Assen. Daar wist ik te ontsnappen. Ik kreeg een verblijfsvergunning en veranderde mijn naam van Ahmad Queleich Khany in Sander Terphuis.

In Nederland studeerde ik rechten en filosofie. In dit land kon ik het beroep kiezen waarvan ik altijd had gedroomd: rechter. In Iran had ik zo veel onrechtvaardigheid en ellende meegemaakt, ik wilde onrecht bestrijden en rechtspreken. Ik was jong, ik was een idealist.

Ik werd rechterlijk ambtenaar in opleiding, raio. Er werden maar vijftig van de duizend juristen toegelaten. De raio's ondersteunen de rechters. Ik bereidde zittingen voor, en schreef vonnissen.

Toch bracht het werk me niet wat ik had gehoopt. Zo was de werkdruk enorm hoog. Toen ik voor het eerst na een rechtszitting in een raadkamer met de andere rechters bijeenkwam om het vonnis vast te stellen, dacht ik: yes, nu gaan we discussiëren over de functie van het recht in de samenleving! Ik wilde fundamentele gesprekken voeren. Maar de anderen zeiden: 'Kom op Sander, we moeten door'.

Bovendien ontdekte ik dat rechters soms werken met richtlijnen: het werkterrein is deels ingekaderd. In mijn idealistische wereld vond ik juist dat de rechter autonoom moest zijn, en moedig om af en toe buiten de paden te gaan om mensenrechten te beschermen.

Maar het waren niet alleen mijn idealen. Ook mijn visuele beperking stond me in de weg. Ik moest in korte tijd enorme dossiers lezen. Dat ging nog net, maar op zeker moment moest ik een vonnis schrijven over een zaak waarin een aannemer zijn werk niet goed zou hebben gedaan. De beoordeling was puur visueel: ik kreeg foto's voorgeschoteld van scheve dakpannen enzo. Zoiets lukt me gewoon niet.

Ik moest op dat moment concluderen dat het niet de juiste keuze was geweest. Na drie jaar stopte ik met de opleiding tot rechter. Ik leerde dat idealisme mooi is, maar de praktijk weerbarstiger. Ik moest oog hebben voor de werkelijkheid.

Het was pijnlijk om mijn droom om rechter te worden op te geven, maar ik heb daarna heel mooie andere banen gevonden. Ik ben er de man niet naar om achterom te kijken en spijt te hebben. Bij het worstelen heb ik de techniek van het opstaan geleerd. Als je valt, sta meteen weer op en knok door."

Deel dit artikel