Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Wij zijn het repareren verleerd'

Home

Maaike Bezemer

Martine Postma. © Jörgen Caris

Het eerste Repair Café begon tweeënhalf jaar geleden in een Amsterdams buurthuis. Martine Postma had een paar handige vrienden opgetrommeld en hield een inloop om samen met buurtgenoten spullen te repareren. Inmiddels is haar idee 'ontploft'. In positieve zin. Overal komen klussers en hulpzoekers bij elkaar.

Nederland telt zeker vijftig reparatiecafés, in grote steden als Groningen en Nijmegen, maar ook in Castricum en Middelharnis. Keulen heeft er een en São Paulo. Afgelopen mei stond er een verslag in The New York Times en sindsdien ontvangen ze op kantoor tientallen enthousiaste mails uit Amerika. Postma heeft ook al vrijwilligers die Duitse en Franse aanvragen beantwoorden.

De invloed is er. Misschien wel tot haar eigen verbazing. "Ik dacht dat ik de enige was die zich druk maakte om dingen die stukgaan."
Het panel van de Duurzame 100 roemt haar vooral om daadkracht en innovatie. Maar wat ze doen in die cafés - een broek herstellen, een fietsband plakken - dat is toch iets van vroeger?
Martine Postma lacht. "Een generatie terug was repareren inderdaad heel gewoon, ook uit financiële noodzaak. Maar we zijn het verleerd. Afgezien van een enkele fietsenmaker of kleermaker zijn de meeste repareerwinkeltjes opgedoekt. Bovendien kost herstel tegenwoordig vaak meer dan een nieuw apparaat."

Het moderne aan haar café is dat het aantrekkelijk is om binnen te lopen, meent de bedenkster. "Voor een aantal bezoekers geldt nog steeds dat ze geld willen besparen, maar de meeste mensen vinden het vooral gezellig."

Het Repair Café voegt in sociaal opzicht iets toe. "Wie bij ons koffie komt drinken, heeft meteen een gespreksonderwerp. Bovendien steek je er iets van op, want het is de bedoeling dat je meehelpt met repareren. Een buurtgenote kwam met een stoel naar onze meubelmaker, en heeft inmiddels haar hele meubilair opnieuw gestoffeerd."

De handige vrijwilligers die het Repair Café regelt, kunnen intussen hun hobby uitoefenen. Postma: "Sommigen zitten zonder werk, of zijn gepensioneerd. Maar de buurt is blij met hun tijd en kennis."
Toen ze nog journalist was schreef Martine Postma regelmatig over duurzame initiatieven. "Cradle to cradle vond ik echt een openbaring. Dat je anders omgaat met grondstoffen. Dat je er na gebruik weer iets nieuws van maakt." Met het café kan ze zelf een positieve verandering uitdragen. "Ik ben eraan begonnen omdat ik me zorgen maakte over de samenleving waarin we leven. Het is goed om te merken dat het aanslaat."

Intussen is de frustratie over weggooigedrag niet minder geworden. "Nu pas heb ik door hoe de hele maatschappij doordrenkt is van overconsumptie. Veel apparaten blijken dichtgesmolten. Je kúnt ze niet repareren, al zou je willen. Daar zit echt opzet achter. Nieuw kopen is kennelijk beter voor de economie."

Al vlot kwamen anderen met eenzelfde initiatief. "Dat was een beetje dubbel. Natuurlijk wilde ik meer Repair Cafés, maar ík had het bedacht en wilde er mijn werk van maken. Toch kon ik het mensen moeilijk verbieden, het was immers allemaal voor een beter milieu."

Het is haar gelukt om alle initiatieven onder een vlag te brengen. Dankzij subsidie van onder meer de stichting Doen en de VSB is er nu een professionele stichting, met drie vrouw personeel. Er zijn posters en flyers en er is zelfs een 'repairbus', waarmee Martine of een collega een eerste nieuwe bijeenkomst ondersteunt. Er is een uitgebreid informatiepakket van dertig pagina's.

Mensen die een café willen beginnen, hoeven niet zelf het wiel uit te vinden. Postma: "Zelf had ik de eerste keer vijf computerreparateurs, twee fietsenmakers en een elektricien. Bij die laatste stond meteen een lange rij. De computertechneuten hadden niets te doen." Ook handig: bezoekers moeten eerst de voorwaarden lezen en akkoord gaan. "Het kan in theorie natuurlijk dat een draadje verkeerd wordt gesoldeerd, waarna thuis de boel afbrandt. Wij zijn dan niet aansprakelijk."

Postma kan niet anders meer dan duurzaam denken. Ook dochter van negen en zoon van zes worden gedrild, bekent ze. "Bij het trakteren op school geven ouders zo vaak een plastic speelgoedje mee. Een fluitje voor in bad, wat moet je ermee? Mijn kinderen delen gewoon wat lekkers uit. Niemand heeft hier een speelgoedtekort!"

Liefst zou ze iets doen aan de productiekant. "Met onze reparaties zitten we aan het eind van de lijn, maar het is beter als er minder troep wordt gemaakt." Misschien komt die invloed nog wel. "We noteren nu alle gegevens bij binnenkomst. Bij vertrek checken we of de reparatie is geslaagd. Stel dat een bepaalde broodrooster vaker kapot gaat dan normaal. Dan kunnen we de fabrikant aanspreken. Nu we in het hele land zitten, worden we een factor van betekenis."

Deel dit artikel