Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Wetenschapper word je met vallen en opstaan'

Home

Joep Engels

Nederland. Amsterdam, 24-04-2017. Foto: Patrick Post. Portret van Jaap Goudsmit. © Patrick Post
interview

Zijn hele carrière staat in het teken van virussen en hun antistoffen. En van die ene affaire die hem net niet opbrak. Hij vertrekt bij zijn huidige werkgever, maar Jaap Goudsmit (65) gaat nog niet met pensioen. 'Ik haal nog altijd veel plezier uit de wetenschap.'

Het was een klassiek rouwproces. "Het heeft me tien jaar van mijn carrière gekost. Tien jaar om te beseffen wat wetenschap werkelijk inhoudt. Het was een harde leerschool, maar nu weet ik: wat was ik toen naïef."

Lees verder na de advertentie

Jaap Goudsmit was in 1990, toen onderzoeker bij het Amsterdamse AMC, een van de hoofdrolspelers in wat de affaire-Buck is gaan heten. Nederlandse wetenschappers beweerden een middel tegen aids op het spoor te zijn, maar moesten hun claim al snel intrekken. 

"Internationaal had het niet veel effect. Het had vooral effect op mij. Ik was angstig, publiceerde weinig en al helemaal niet op topniveau. Het was mentaal dodelijk. Koppen van kranten. Journalisten die opbellen. Mensen die er een mening over hebben." Goudsmit kwam er met een reprimande vanaf.

Hij neemt de tijd voor zijn antwoorden, formuleert bedachtzaam, bijna op dic­teer­snel­heid

Hij heeft het zichtbaar achter zich gelaten. Jaap Goudsmit oogt ontspannen tijdens de gesprekken in een Amsterdams café. Hij neemt de tijd voor zijn antwoorden, formuleert bedachtzaam, bijna op dicteersnelheid, en slaat regelmatig een zijpad in. Over kunst, politiek of de organisatie van universiteiten. Telkens keert hij terug tot de hoofdlijn: wat is goede wetenschap en hoe hij dat in zijn loopbaan heeft geleerd.

Een bruikbaar bloedvat

Bijna 66 is hij nu. Op 1 juli neemt hij afscheid bij Johnson & Johnson, het farmaceutisch bedrijf waar hij na zijn AMC-tijd is gaan werken. Met pensioen gaat hij nog niet. Hij heeft een aanstelling bij de universiteit van Harvard en is ook weer aan de slag bij het AMC, als hoogleraar neurowetenschap. "Daar doe ik onderzoek aan alzheimer. Een paar jaar geleden dacht ik: wat ga ik nu nog doen? Alles duurt lang in de wetenschap. Voor je vanuit de chaos naar het front bent gezwommen, ben je tien jaar verder. Ik dacht, ik kan nog één keer switchen. Alzheimer had ik in 1980 niet afgemaakt. De cirkel is rond nu."

Voor buitenstaanders lag het misschien in de lijn der verwachting dat hij geneeskunde ging studeren - zijn vader was arts, diens vader ook - maar Jaap groeide op bij zijn moeder bij wie vooral acteurs en actrices over de vloer kwamen. Als zijn studiekeuze een familietraditie was, kwam het door haar stiefvader, die patholoog-anatoom was. Zelf denkt hij dat hij zijn vrienden volgde. "Beroepskeuze heeft in ieder geval geen rol gespeeld. Ik heb nooit gesolliciteerd. Het liep altijd zoals het liep."

Het zag ernaar uit dat hij zich zou specialiseren tot neuroloog. "Dat was mijn beste vak, allemaal tienen. Daar zat dus iets dat mij prikkelde, dat mij iets harder deed studeren." Maar tijdens zijn coschappen knapte er iets. "Als arts moet je leren empathie te scheiden van professionaliteit, anders ga je eraan onderdoor. Ze zoeken jou niet op omdat ze je aardig vinden, maar omdat ze lijden. Ik zat bij de GGD en moest bloed prikken bij drugsprostituees. Die vrouwen prikten zich zo vaak dat je geen vaten kon vinden. 

Bij neurologie zat iets dat mij prikkelde, dat mij iets harder deed studeren

Jaap Goudsmit

Ik weet nog dat ik zat te knoeien bij een bleke dame, dramatisch om te zien. Mager uitgevallen gelaat, slecht gebit. Het werd een bloederige bende. Op een gegeven moment was ze het beu en zei: 'laat mij het maar doen'. Ze viste haar spiegeltje uit haar poederdoos, pakte mijn naald en stak die zo in haar hals. Daar zat nog een bruikbaar bloedvat. Toen ik 's avonds thuiskwam, zei mijn vrouw: 'wat zie je bleek'. Ik zei: 'Dit wil ik niet iedere dag meemaken.'"

Wat nu? Hij ging te rade bij zijn hoogleraar, Jan van der Noordaa, die hem naar een collega in Rotterdam stuurde. "Achteraf denk ik dat dit een voorgekookt plannetje was. Ze hebben mijn ego bespeeld. Neurologie is niets voor jou, zei deze Hans van Crevel. Van hersenen weten wij niets en daarom kunnen wij ook niets tegen de meeste aandoeningen doen. Jij bent hier veel te slim voor, jij moet iets leukers gaan doen."

In verwarring treinde Goudsmit terug naar Amsterdam. Misschien is wetenschap iets voor jou, suggereerde Van der Noordaa toen. Hij had ooit samengewerkt met Daniel Carleton Gajdusek, de Amerikaan die had ontdekt dat de hersenziekte kuru overdraagbaar was. Wellicht kon hij een positie voor Jaap regelen. En zo kwam Goudsmit in 1978 in de Verenigde Staten terecht, twee jaar nadat Gajdusek de Nobelprijs voor zijn ontdekking had gekregen.

"Een briljante man. Je moest goed opletten als hij wat zei. Als het niet over zijn vak ging, kon hij de verschrikkelijkste dingen zeggen, maar ging het over neurologie, dan was elke zin raak. Maar het was ook een vreemde man, met speciale interesse voor kinderen. Toen ik naar Bethesda in Maryland kwam, heb ik een tijdje in zijn huis gelogeerd. Daar woonden ook vele kinderen. Vreemd hoor, 's avonds schoven 34 kinderen aan een lange eettafel aan. Ik heb toen niets gemerkt, maar Gajdusek bleek een pedofiel. Hij heeft er in de jaren negentig nog voor in de gevangenis gezeten."

Negentiende-eeuws experiment

Gajdusek had kuru in de jaren vijftig bij een Papoea-stam op Nieuw Guinea aangetroffen. Het was een soort dementie die alleen vrouwen en kinderen trof. Behalve dement waren ze motorisch gestoord. De ziekte had zo'n epidemische omvang dat het iets genetisch leek. "Het was ook zijn belangstelling voor kinderen die hem daarheen bracht. Gajdusek deed toen een krankzinnig maar briljant experiment."

"Hij verwijderde bij overleden kurulijders de hersenen, nam die mee naar de VS, pureerde ze in een vijzel, vermengde de pulp met een zoutoplossing en bracht dat bij chimpansees in. Het was een negentiende-eeuws experiment dat nu absoluut niet meer zou worden toegestaan. Maar het werkte wel: de chimpansees kregen dezelfde ziekte en hun brein vertoonde dezelfde pathologie. Toen deed hij nog iets briljants. Hij liet zien dat hij de ziekte van de ene chimp op de andere kon overbrengen. Daarmee was het bewijs geleverd."

Restte nog de vraag waarom alleen vrouwen en kinderen kuru kregen. Gajdusek ging terug naar Nieuw-Guinea en ontdekte dat een begrafenisritueel de oorzaak was.

Mijn idee bleek te kloppen, de ziekte van Alzheimer is niet overdraagbaar. Het werd mijn eerste grote les in wetenschap

Jaap Goudsmit

De Papoea's besmeerden hun gezicht met het brein van de overledenen. "Dat wil zeggen, alleen vrouwen en kinderen deden dat. Mannen namen niet aan het ritueel deel. Het ritueel werd gestaakt, de ziekte verdween en Gajdusek kon zijn Nobelprijs ophalen."

Toen Goudsmit twee jaar later op het lab verscheen, heerste daar de hoop dat alle vormen van dementie overdraagbaar waren. Niet alleen kuru of de nauw verwante ziekte van Creutzfeldt-Jakob, wellicht gold het ook voor de ziekte van Alzheimer. Gajdusek herhaalde zijn experiment. Hij spoot de hersenen van alzheimerpatiënten in bij chimpansees. En inderdaad, de apen werden dement. Maar Goudsmit vertrouwde het niet. 

"De pathologie klopte niet. De hersenen zagen eruit als bij creutzfeldt-jakob. Dus ik dacht: er is een laboratoriumfout gemaakt. Een van die patiënten had geen alzheimer, maar creutzfeldt-jakob. Toen heb ik de stoute schoenen aangetrokken en heb mijn idee aan Gajdusek voorgelegd. Oké, zei die. 'Show me.' Mijn idee bleek te kloppen, de ziekte van Alzheimer is niet overdraagbaar. Het werd mijn eerste grote les in wetenschap. In Bethesda heb ik geleerd aan te tonen wanneer iets niet waar is."

Ondanks dit succesje zat het vakgebied nog steeds in de fase die de Rotterdammer Van Crevel had beschreven. Oplossingen voor alzheimer lagen nog achter de horizon en Goudsmit twijfelde of hij dit pad moest volgen. "Het was me te ingewikkeld. Een vriend van mij, een klassiek viroloog, zei: 'Jaap, waarom doe je niet iets simpels? Stort je op een simpel virus, zo eentje waar we vaccins tegen hebben. Maar ja, wat is simpel, dacht ik. En raakte weer in verwarring."

Gegrepen

Toen kwam de klapper. Het was 1981, Goudsmit was terug in Amsterdam, en zag zijn eerste aidspatiënt. 'Het was een homoseksuele man', schreef hij later. 'Ik schrok van het gezicht, van hoe aids zich manifesteerde. En was mateloos nieuwsgierig tegelijk. Waarom werd deze man ineens getroffen door een dodelijke ziekte die als bij een melaatse rozerode vlekken overal op het lichaam achterliet?'

Normale virologie is acute virologie. Je wordt besmet en je wordt ziek. Zo niet bij aids

Jaap Goudsmit

In die beginjaren dacht iedereen dat de epidemie van voorbijgaande aard was. Dat de ziekte snel zou overwaaien. Maar Goudsmit was gegrepen. "Dit is het, dacht ik. Dit ga ik doen. Alleen: al snel bleek dat het virus helemaal niet simpel was. Normale virologie is acute virologie. Je wordt besmet en je wordt ziek. Zo niet bij aids. Sommige mensen met het virus kregen snel aids, maar bij anderen kon het jaren duren."

Binnen vijf jaar had hij het antwoord. Iemand van wie de cellen veel virus maakten - en dat kon aan het virus liggen maar ook aan de cellen - kreeg spoedig aids, iemand met weinig virus in zijn bloed pas heel laat of helemaal niet. "Die studie, die in 1986 in The Lancet verscheen, beschouw ik nog steeds als de belangrijkste uit mijn carrière. Het is cruciaal geweest voor de prognose van aids en de ontwikkeling van geneesmiddelen."

Overspannen verwachting

Het artikel in The Lancet trok de aandacht van Henk Buck. De hoogleraar organische chemie had een technologie ontwikkeld waarmee hij de vermeerdering van het aidsvirus dacht te kunnen remmen. Buck zag in de twintig jaar jongere, succesvolle aidsonderzoeker een ideale partner. 

"Ik kende hem niet, maar wist dat hij een goede reputatie had. Ik was verblind, ik had moeten beseffen dat zijn idee veel te prematuur was. Zelfs als het zou werken, was een geneesmiddel nog mijlenver verwijderd. Dat was een eerste fout. Besef wel, er stond veel druk op. Aids was een acuut probleem. Terwijl er dagelijks mensen aan overleden, zochten tal van onderzoeksgroepen naar een oplossing. Als jonge hoogleraar had ik een overspannen verwachting van wat ik in deze context kon bereiken."

Op vrijdag 13 april 1990 verscheen hun onderzoek in Science. Het mediacircus barstte in alle hevigheid los, maar daags erna stond een medewerker van Buck bij Goudsmit op de stoep. "Hij had data bij zich waaruit bleek dat het anders lag. Dat de samples vervuild waren en het product van Buck er vermoedelijk helemaal niet in had gezeten. Dat we dus helemaal niets bewezen hadden. Terwijl de kranten bol stonden van het nieuws, kon ik alleen maar denken: we moeten dit artikel terugtrekken. Ik herinner me nog goed hoe de bom barstte."

Tekst loopt door onder afbeelding. 

© Patrick Post

Tachtig keer controleren

Met een aantal mede-onderzoekers zette hij zich aan de retractie, het artikel dat op 5 oktober van dat jaar in Science zou verschijnen en waarin ze erkenden dat er geen enkel bewijs was voor de virusremmende werking van hun techniek. Buck weigerde aanvankelijk mee te werken maar zette uiteindelijk toch zijn naam eronder. 

De universiteiten van Amsterdam en Eindhoven stelden onderzoekscommissies in die tot duidelijke conclusies kwamen. Er was geen sprake van fraude, maar de onderzoekers hadden hun studies beter moeten opzetten zodat de vervuilingen aan het licht hadden kunnen komen.

"Achteraf bezien waren onze experimenten niet ruim genoeg van opzet. Er zaten wel controles in, maar de essentiële niet. Dat was geheel mijn verantwoordelijkheid. Mijn mensen in het lab hebben de proeven gedaan, maar zij hebben ze gedaan zoals we hadden afgesproken. Hen treft geen blaam. Dat was een tweede les: controles. Mensen vinden mij nu de grootste gek, omdat ik alles tachtig keer controleer.

Ik ben zorgvuldiger geworden, ik heb geleerd om niet op iedere vraag van een journalist antwoord te geven

Jaap Goudsmit

Een derde les: omring je met vrienden. Ze moeten van topkwaliteit zijn, maar ze moeten je ook de waarheid durven zeggen. Weet je dat wel zeker, Jaap? Zou je dat experiment niet nog eens herhalen? Buck kwam niet uit mijn netwerk, onze samenwerking was niet organisch gegroeid. Hij heeft me verleid om samen te werken. Het was de verleiding van wetenschap als carrière. Ik zeg niet dat het me niet weer zal overkomen, maar ik let nu beter op."

Achteraf bezien, het is een uitdrukking die Goudsmit vaak in de mond neemt. "Achteraf bezien is de hele Buck-affaire voor mij een stoomcursus in de wetenschap geweest. Ik ben zorgvuldiger geworden, ik heb geleerd om niet op iedere vraag van een journalist antwoord te geven. Goede wetenschap begint met een goed idee, maar dan ben je er nog niet. Je moet ook de technologie hebben om dat idee te toetsen. 

En je moet weet hebben van causaliteit, van oorzaak en gevolg. Ten slotte is het een kwestie van waarschijnlijkheid. Je moet weten wanneer je voldoende zekerheid hebt dat je een idee hebt bewezen. Dat zijn vaardigheden die in het gilde der wetenschappers niet worden uitgelegd. Die heb ik in de praktijk moeten leren, met vallen en opstaan."

Terug naar alzheimer

Die praktijk, dat is het laboratorium van het biotechnologisch bedrijf Crucell in Leiden, waar hij in 2001 naar overstapt. Daar speurt hij naar vaccins. Tegen het aidsvirus, maar ook tegen ebola of de griep. Of eigenlijk heeft hij onderzocht hoe je antistoffen tegen deze virussen kunt opwekken, wat de basis voor een vaccin zou kunnen zijn. 

"In een industrieel laboratorium leer je om een pilletje te maken dat in een potje past. Daar leer je dat je een productieproces moet ontwikkelen zodat het ook telkens hetzelfde pilletje met dezelfde werking is. Op de academie ga je uit van een idee. Je roert in de potjes en je merkt wel waar je uitkomt. Zo gaat het in de industrie niet. Daar werk je van achteren naar voren. Daar stel je een doel en vraag je je af: hoe kom ik daar? Wordt het niet te duur? Kun je de productie opschalen met behoud van kwaliteit? Zijn er geen bijwerkingen? De meeste medicijnen falen omdat ze alleen bij hoge doses werken en dan schadelijk zijn voor bijvoorbeeld de lever."

Alzheimer is dus niet overdraagbaar, maar de ziekte verspreidt zich in de hersenen wel als een infectie

Jaap Goudsmit

Hij trekt een vergelijking met de luchtvaart. "Op universiteiten wordt onderzocht hoe een propeller of een vleugel werkt. Maar dan ben je er nog niet, dan ben je pas bij de gebroeders Wright. Een Boeing 747 is dan nog heel ver weg. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van geneesmiddelen. Van de oorzaak van een ziekte naar een middel ertegen is nog een lange weg te gaan."

Als Johnson & Johnson in 2008 Crucell overneemt, krijgt hij de kans om terug te keren naar zijn oude liefde, dementie. De farmaciereus start een alzheimerproject en Goudsmit wordt projectleider. Hij ziet nieuwe mogelijkheden. "Het vakgebied is in al die jaren niet echt gevorderd. En ik denk dat ik zaken begin te begrijpen. Alzheimer is dus niet overdraagbaar, maar de ziekte verspreidt zich in de hersenen wel als een infectie."

Hooguit een begin

En hij heeft een idee. Wellicht openbaart de ziekte zich vaak pas op latere leeftijd doordat het lichaam antistoffen maakt tegen de eiwitten die alzheimer veroorzaken. "We hebben nu een eerste artikel gepubliceerd. Ik zal niet zeggen dat het heel bijzonder is, maar daarin staat: ja, wij maken die antistoffen. Het is hooguit een begin, hoor. Ik ga hier niet beweren dat we over tien jaar iets tegen alzheimer hebben."

Want misschien sneuvelt het idee wel ergens op die lange weg. En was het toch niet zo'n goed idee. Toch houdt hij de moed erin. "Binnenkort word ik 66 maar ik haal er nog steeds genoegen uit om mijzelf wetenschappelijke vragen te stellen. Ik heb zo'n vijfhonderd publicaties op mijn naam staan. Daarvan lijken er tien echt relevant. Dat is niet slecht, maar het is ook geen hoog percentage. Toch denk je elke keer weer: dit is het! Alleen is het accent verschoven van een goed idee naar de vraag hoe je bewijst of dat idee goed is."

"Vroeger verzon ik een test om een mechanisme te onderzoeken. Dat is mij nu te foutgevoelig. Nu maak ik dingen die je kunt vastpakken. Iets dat je in een potje kunt stoppen en waarvan anderen meteen kunnen zien of het werkt of niet."

Wie is Jaap Goudsmit? 

Amsterdam, 22 juli 1951

1978 Afgestudeerd in geneeskunde (cum laude) aan de Universiteit van Amsterdam

1982 Promotie UvA op studie humane papillomavirus bij mannen

1978-1983 Werkt op NIH in Bethesda bij Daniel Carleton Gajdusek

1983-2002 Aidsonderzoek bij het AMC, sinds 1989 als hoogleraar virologie

2003-2011 Wetenschappelijk directeur en lid Raad van Bestuur Crucell

2011-2017 Hoofd Crucell Vaccin Instituut (van Johnson & Johnson)

2016 Benoeming hoogleraar Harvard T.H. Chan School of Public Health en hoogleraar neurowetenschappen UvA

De Buck-affaire

Het is donderdag 12 april 1990 de opening van het achtuurjournaal: 'Nederlandse wetenschappers bereiken grote doorbraak in strijd tegen aids'. Op de campus van de Technische Universiteit Eindhoven geven de hoofdrolspelers, Jaap Goudsmit en Henk Buck, een persconferentie over hun onderzoek dat de volgende dag in het vakblad Science zal worden gepubliceerd.

Bij de methode die Buck in zijn Eindhovense laboratorium heeft ontwikkeld, fosfor-methylase, wordt het stukje in het DNA waar het aidsvirus zich heeft genesteld afgeplakt zodat het zich niet kan vermenigvuldigen. Tenminste, dat was de theorie die volgens het artikel in Science werkte. In de praktijk bleek het lastig een perfect stukje plakband te maken dat op de goede plaats ging zitten.

Professor Henk Buck toont zijn lab in 1990 aan Edzo Toxopeus, de voorzitter van het Aidsfonds. © spaarnestad

Waar het precies fout ging, is nooit helemaal duidelijk geworden. In Eindhoven had men, om de concurrentie voor te blijven, een paar bochten uit het fabricageproces afgesneden. In Amsterdam was men onvoldoende verdacht op de mogelijkheid dat bij zo'n chemisch proces altijd vervuilingen optreden. De monsters uit Eindhoven bleken achteraf helemaal geen fosfaatgemethyleerd DNA te bevatten.

Onderzoekscommissies van beide universiteiten oordeelden dat er niet was gefraudeerd, maar wel dat de vervuilingen hadden moeten worden opgespoord. De onderzoekers hadden hun artikel toen al teruggetrokken. Buck was al meteen geschorst en kreeg later ontslag, Goudsmit kwam er met een reprimande van af.

In de hele affaire is Buck de zondebok. Vooral zijn optreden in het journaal, waarin hij beweert dat er binnen vijf jaar een medicijn is, wordt hem aangewreven. Achteraf kun je je afvragen of hij zo hard had moeten worden aangepakt, zegt Goudsmit. "Buck heeft niemand echt kwaad gedaan. Ik erken dat ik toen fouten heb gemaakt, maar hij heeft nooit meer kunnen werken."

Deel dit artikel

Hij neemt de tijd voor zijn antwoorden, formuleert bedachtzaam, bijna op dic­teer­snel­heid

Bij neurologie zat iets dat mij prikkelde, dat mij iets harder deed studeren

Jaap Goudsmit

Mijn idee bleek te kloppen, de ziekte van Alzheimer is niet overdraagbaar. Het werd mijn eerste grote les in wetenschap

Jaap Goudsmit

Normale virologie is acute virologie. Je wordt besmet en je wordt ziek. Zo niet bij aids

Jaap Goudsmit

Ik ben zorgvuldiger geworden, ik heb geleerd om niet op iedere vraag van een journalist antwoord te geven

Jaap Goudsmit

Alzheimer is dus niet overdraagbaar, maar de ziekte verspreidt zich in de hersenen wel als een infectie

Jaap Goudsmit