'Wél problemen tweede generatie'

home

door Seije Slager

Psychiater Arend Veeninga betwijfelt het bestaan van een zogeheten 'secundair trauma' bij familieleden van oorlogsslachtoffers. Een theoretische discussie, volgens sommigen.

 “Ik kan het niet wetenschappelijk aantonen, maar voor mij staat het buiten kijf dat er mensen zijn die een trauma van hun ouders hebben overgenomen“, zegt Marian Meeks van de stichting Kinderen van Verzetsdeelnemers. “Wij hebben hier veel te maken met mensen die zelf nooit de oorlog hebben meegemaakt, maar wel de ervaringen van hun ouders herbeleven, die vaak angstdromen hebben.“

Ook Hans Vuijsje, directeur van het Joods Maatschappelijk Werk, is verbaasd door de conclusies van Veeninga. “Het strookt in elk geval niet met de ervaring die wij hebben opgedaan in de praktijk.“

Het onderzoek van Veeninga heeft tot enige commotie geleid in kringen van de zogeheten 'tweede generatie': de mensen die na 1945 geboren zijn, maar het oorlogstrauma van hun ouders hebben 'overgenomen'. Volgens Veeninga is het niet aantoonbaar dat zo'n trauma 'overdraagbaar' is: als je nakomelingen van oorlogsslachtoffers vergelijkt met een willekeurige andere groep mensen, hebben die net zo vaak psychiatrische problemen.

Dat laatste klopt, zegt Joop Lamboo, coördinator van het 'aanspreekpunt naoorlogse generatie' van de stichting Cogis. Maar dat wil niet zeggen dat er niets aparts met de kinderen van oorlogsslachtoffers aan de hand is. Een simpel voorbeeld: “Veel van die kinderen groeiden in zeer beschermde omgeving op. De buitenwereld was de vijand, alleen binnen was het veilig en dus mochten ze bijvoorbeeld niet naar feestjes. Daardoor missen ze later vaak sociale vaardigheden. Dat kun je op de grote hoop 'relatieproblemen' gooien. Maar wij merken dat je gewoon betere behandelingsresultaten boekt, wanneer je het plaatst in de context van het oorlogsverleden van de ouders.“

Daarbij sluit Toine Driessen zich aan. Hij is hoofd behandeling bij Centrum '45, waar oorlogsslachtoffers behandeld worden. We weten dat er bij die naoorlogse generatie heel specifieke klachten zijn.“

Veeninga vindt dat veel kinderen van oorlogsslachtoffers moeten stoppen om de oorlog overal de schuld van te geven, maar Driessen is een andere mening toegedaan. “Veel van deze mensen zijn lang niet serieus genomen omdat ze zelf de oorlog niet meemaakten. Wij hebben gezegd: We moeten iets met deze mensen als groep. Dat blijkt een goede basis voor behandeling.“

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie