Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'We sterven hier al in de vrouwen'

Home

WIM SCHOUTENDORP

Nog altijd is het uitzonderlijk als in het Nederlandse bedrijfsleven vrouwen weten door te dringen tot het niveau van directie en hogere staffuncties. Toch is daar inmiddels een aantal vrouwen in geslaagd. In deze serie praten zij over hun werk, over ambities en over de vraag of een voorkeursbeleid wel werkt. Vandaag: Annick van de Geest-Vogelaar, algemeen-directeur Vrij Uit.

Annick Vogelaar - algemeen-directeur (52) van al enkele jaren (in aantallen passagiers) de grootste touroperator in Nederland - is tot haar vijftigste vrijgezel gebleven. Pas zeven jaar geleden vond ze iemand met wie het echt 'klikte' en het duurt dan nog eens vijf jaar voor ze met haar geliefde in het huwelijksbootje stapt en haar achternaam wijzigt in Van de Geest-Vogelaar. “Dat alleen-blijven was niet bewust”, verontschuldigt ze zich. “Het kwam door m'n werk. Je runt zo'n toko met heel veel liefde en plezier, maar het slokt je op.” Openhartig vertelt de Brabantse boerendochter in de loop der jaren wel de nodige relaties te hebben gehad en ook zo nu en dan met iemand te hebben samengewoond. Maar na verloop van tijd liep het op de een of andere manier altijd weer spaak.

“Ik was te veel weg en ze vonden me te eigengereid. Dat ben ik natuurlijk ook en misschien heb ik steeds de verkeerde getroffen. Maar vaak hebben mannen er al moeite mee als je de aardappelen niet om zeven uur op tafel hebt. Ze vinden het best interessant om uit te gaan met een vrouw die carrière maakt. Ze worden alleen wat angstig als hun eigen vrouw dat doet. En wat mij betreft: ik heb een sterke man naast me nodig, die thuis af en toe zegt: 'Hallo, je bent hier de directeur niet'. Ik loop dwars over ze heen anders.”

Zelf weet Vogelaar zeker van aanpoten. Na haar middelbare school, het is dan 1961, wil ze naar de hotelschool, en wel naar een hele dure in Duitsland. Haar vader, een niet onbemiddelde herenboer in suikerbieten en graan bij Steenbergen, niet ver van Bergen op Zoom, denkt dat ze helemaal niet weet waar ze het over heeft en laat haar psychologisch testen in Utrecht. Ze blijkt inderdaad geschikt voor de toeristische branche en de horeca, maar pa wil dat ze eerst maar eens in de praktijk laat zien of dat het echt wel is. Via een kennis wordt het een stageplaats in hotel Zum Ritter in Essen. Als 'mager, schriel schoolmeisje' werkt ze als leerling eerst in de wasserij, promoveert tot kamermeisje bij de bedden en komt vervolgens in de keuken van het enorme, dertig koks tellende restaurant dat er bij hoort.

“Er was een warme keuken, een koude keuken, een patisserie. Verwend door de koks kwam ik gigantisch aan. Bedienen mocht ik daar niet, dat deden obers in frak. Na een half jaar besloot ik naar een Zwitsers drie- of vier- sterrenhotel te gaan, als serveerster. Daar heb ik echt groene sneeuw gezien. Alle kilo's die ik was aangekomen, verdwenen onmiddellijk. Het was werken van 's morgens zeven tot 's avonds elf en op vrijdag moest je vis fileren, iets wat ik nooit had gedaan. Maar ik moet eerlijk zeggen: je bent jong, je bent flexibel, je leert ontzettend snel. Vooral als je moet, want alle studiekosten die ik zou maken, diende ik later aan m'n vader terug te betalen.”

Terug in Nederland volgt ze een jaar bij Schoevers in Rotterdam cursussen Frans, Duits, Engels en correspondentie in die talen. Het Frans wordt later verder bijgespijkerd tijdens een universitaire cursus in Montpellier. Tussendoor werkt ze als receptioniste in een Zwitsers hotel. De Spaanse taal krijgt ze op een instituut in Malaga onder de knie. Na een half jaar in Italië bij een reisbureau te hebben gewerkt, kan ze ook in het Italiaans aardig uit de voeten. Aansluitend trekt ze tenslotte nog zes maanden op haar uppie door de Verenigde Staten en raakt daar als tourmanager onder meer betrokken bij de organisatie van incentive-reizen, groepsvakanties waar sommige bedrijven ijverige personeelsleden en dealers mee plegen te belonen.

Tussen haar vele reizen door komt Vogelaar in 1969 in contact met een marketing-man die het idee heeft voor bedrijven op grote schaal goedkope auto-vakantiereizen te organiseren, als iets extra's om klanten aan zich te binden. “Dat was iets geheel nieuws in die tijd. Hij ging er mee naar Esso, maar die hadden er geen budget voor. Vervolgens kwam hij bij Shell. Daar zagen ze er wel wat in om het vakantieprogramma te verspreiden via de benzinestations en zo meer benzine te verkopen. Precies zoals met Air Miles, van nu uit gezien was het een soort kleine Air Miles. Onder de indruk van wat ik tot dan allemaal had gedaan, vroeg hij me dat samen met hem op poten te zetten.”

De reisorganisatie van Shell blijkt een groot succes en al spoedig voegen de ANWB, Rabobank en verzekeraar Nationale- Nederlanden zich bij het initiatief. De naam verandert in 'Vrij Uit' en besloten wordt tot een exclusieve verkoop van de vakantietrips, als service voor de ANWB-leden en de klanten van de drie bedrijven. Het snel groeiende bedrijf krijgt twee directeuren: de bedenker van het idee en iemand namens Shell. In 1978 wordt mede-oprichtster Vogelaar aan het directie-team toegevoegd als adjunct-directeur. In 1983 - de omzet bedraagt dan 50 miljoen gulden met 200 000 klanten, maar als gevolg van de recessie lijdt Vrij Uit verlies - trekken Rabo, Shell en Nationale-Nederlanden zich om uiteenlopende redenen terug uit het aandeelhouderschap van Vrij Uit. De reisorganisatie wordt een volle dochter van de ANWB.

Omdat ook de beide directeuren dat jaar met pensioen gaan, ontstaat er evenwel een probleem. Annick Vogelaar (dan 40) is als adjunct-directeur de enige die het bedrijf door en door kent en als opvolger in aanmerking komt, maar niemand lijkt aan haar te denken. Ze besluit een sollicitatiebrief te schrijven en om een persoonlijk onderhoud te vragen. “Nooit gedacht dat je die ambitie had”, krijgt ze als reactie. “Ze vonden me ook wat jong, terwijl ik nota bene al veertig was. Op zo'n moment werkt toch tegen je dat je vrouw bent.” Maar ze zorgt er voor dat ze niet om haar heen kunnen en inderdaad, het lukt: ze wordt aangesteld door de ANWB tot 'directeur auto-reizen' en is daarmee feitelijk de hoogste baas bij Vrij Uit. De statutaire titel van 'algemeen-directeur' wordt haar echter om onduidelijke redenen onthouden.

Na het loslaten van de constructie met de vier partners kan Vogelaar haar reizen ook via andere verkoopkanalen aanbieden. Naast de ANWB worden dat zo'n 5 000 reisbureaus en reizenverkopende bankfilialen. Dat heeft opnieuw een enorme stijging van de omzet tot gevolg, ook is er weer winst. Als touroperator bemiddelt het bedrijf in de reservering van vakantieverblijven door heel Europa, van luxe kastelen en palazzio's in Portugal tot eenvoudige bungalows en sta-plaatsen op campings in Frankrijk en Nederland. Aanvankelijk gaat het alleen om verblijven, waar je met de eigen auto heen kunt. Later wordt de formule verbreed tot vakanties per trein, pendelbus, fietsbus, vlieg-huurautocombinaties en de verhuur van woonboten, campers en motorfietsen.

In 1987 wordt de creatieve Vrij Uit-directeur uitverkoren tot 'zakenvrouw van het jaar'. De jaarlijks door het Franse (en ooit door een vrouw groot gemaakte) cognacmerk Veuve Clicquot en dagblad De Telegraaf georganiseerde verkiezing brengt de gelauwerde Vogelaar enorme publiciteit. Een jaar later, de omzet is dan verdubbeld tot 100 miljoen gulden, krijgt Annick Vogelaar bij de ANWB-dochter alsnog de door haar begeerde titel van algemeen-directeur. “Voor mijn gevoel was dat heel belangrijk, dan kan er niemand meer boven je komen.”

Vrouwen spelen een belangrijke rol bij Vrij Uit (nu zo'n 900 000 passagiers per jaar en meer dan 200 miljoen gulden omzet). Van de 200 werknemers is slechts een kwart man, bij klantgerichte afdelingen als reserveringen en klachtenafhandeling werken zelfs uitsluitend vrouwen, onder wie veel parttimers en herintredende huisvrouwen. Veel vrouwen aanstellen is niet een bewust gekozen beleid, zegt Vogelaar. “Ik geef leiding aan mènsen, maar vrouwen zijn gewoon beter aan de telefoon, hebben meer geduld, hebben meer oog voor detail, kunnen beter met de klant omgaan. We hebben op die afdelingen natuurlijk wel eens mannen gehad, maar die willen gelijk binnen een half jaar carrière maken en bij wijze van spreken op mijn stoel zitten. Ze hebben te weinig geduld, ik ben tenslotte ook zelf van onderen af aan opgeklommen.”

Grote groepen werknemers van één sekse vindt Vogelaar echter minder gewenst. “Ik geloof in het natuurlijke evenwicht. Mijn voorkeur bij sollicitaties gaat nu eigenlijk meer uit naar een man, want we sterven hier al in de vrouwen. Ik heb bij de uitbreiding van ons management-team ook uitdrukkelijk naar een mannelijke directeur gezocht. Twee vrouwen zitten er in, onder wie ikzelf, en vijf mannen. Je vult elkaar aan, dat zie ik heel duidelijk.”

Geregeld wordt Vogelaar benaderd voor andere top-banen in het bedrijfsleven. Maar ze vindt het welletjes zo. In haar huidige werk voelt ze zich 'als een vis in het water'. Bovendien: eindelijk is ze gelukkig in de liefde. “Je moet je beperkingen kennen. Hier geniet ik van en er is meer in het leven. Wat brengt het me als ik het nòg hoger zou zoeken?”

Deel dit artikel