Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'We overschatten sociale media in de strijd tegen onderdrukkers'

Home

Sebastiaan van der Lubben en politicoloog

Politicoloog Sebastiaan van der Lubben buigt zich over de Arabische Lente, de zogenoemde 'Twitterrevolutie'. "Dit is geen Revolutie 2.0. Sociale media bevrijden niet."

De Groene Revolutie in Iran (2009) was misschien nog te vroeg, maar na Tunesië en Egypte begin dit jaar verdient Twitter toch de Nobelprijs voor de Vrede - ex aequo met Facebook, uiteraard. Social media - verzamelnaam voor alle mogelijkheden om via internet instant met anderen te communiceren - staan aan de wieg van de omwentelingen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

'Arabische Lente' en 'Twitterrevolutie' zijn synoniemen voor de binnenlandse politieke conflicten met een regionale doorwerking. Ben Ali, Moebarak en met een beetje geduld en geluk ook Assad: allemaal weggetwitterd door een nieuwe generatie vrijheidsstrijders.

Internet als voorwaarde voor democratisering
De revolutionair 2.0 is niet bewapend met een AK-47, maar met een laptop en internetverbinding of smartphone. Hij filmt, post, twittert en verspreidt zijn revolutionaire ideeën online. Hij omzeilt via internet blokkades en betreedt westerse bibliotheken waar hij bij John Stuart Mill of Barack Obama belandt, of in debat gaat met westerse leeftijdsgenoten of daarvoor aangestelde ambtenaren van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Zo doet hij inspiratie op voor het post-revolutionaire tijdperk.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton en voormalig adviseur Nationale Veiligheid van president Bush, Mark Pfeifle, venten de successen van deze nieuwe revolutionairen graag uit.

Ook de speciale VN-gezant voor het recht op vrije meningsuiting, de uit Guatemala afkomstige Frank La Rue, is enthousiast. Hij schrijft in een rapport voor de Verenigde Naties dat internet een belangrijke voorwaarde is voor democratisering in de wereld. Transparantie, toegang tot informatie en het ondersteunen van actief burgerschap zijn door internet mogelijk. De rest - democratisering - volgt bijna als vanzelf. Sterker: internet biedt toegang tot informatie en helpt samenlevingen niet alleen vooruit, maar helpt ze ook waarheid en democratie te vinden.

Tool om strijd te coördineren
Het was trouwens Pfeifle die Twitter al in 2009 nomineerde voor de Nobelprijs voor de Vrede. Die nominatie verdiende het sociale medium toen met een beetje hulp van de door Obama aangestelde e-diplomaat Jared Cohen. Hij belde in 2009 vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken naar Jack Dorsey. Of de Twitter-topman het onderhoud aan het platform kon uitstellen? Iraniërs hadden de tool nodig om hun strijd tegen het regime te coördineren, wist Cohen.

En zo geschiedde. Volgens Cohen kon door dat uitstel de Iraanse bevolking even de lucht van de democratie inademen. Die lucht werd al snel uit de opstand geknepen. Na een wekenlange, verwoede strijd zat Iran eind 2009 weer potdicht.

En dat herhaalt zich nu in Syrië, waar even moedige als weerloze opstandelingen rake en vaak fatale klappen krijgen zonder noemenswaardig contact te kunnen leggen met buitenlanders. Reporters Without Borders meldt de ontvoering van de Syrische blogster Amina Arraf (A Gay Girl in Damascus). Volgens haar neef is ze door drie mannen een auto ingesleept. Sindsdien: geen spoor. Wie zat erachter, de geheime dienst, militia van de Baathpartij of ordinaire gangsters?

Op internet gaat het verhaal dat Iran Syrië bijstaat in de strijd tegen opstandelingen. Niet alleen op straat, ook op internet. In Tunesië berichten bloggers over politiegeweld tegen jongeren die zich zorgen maken over de voortgang van de hervormingen. En in Egypte lijkt sektarisch geweld de voorbode voor een mogelijke militaire interventie om rust en orde te herstellen. Als militairen daar al ooit uit beeld zijn geweest.

Het belang van sociale media
Arabische Lente? Zeker! Maar komt die wel door Twitter? Of zijn het stijgende prijzen, toenemende werkloosheid, ergernis over volstrekt willekeurige corruptie en een uitzichtloos bestaan voor tweederde van de bevolking rond de dertig onder een dictatoriaal regime?

Deze politieke, economische en sociale factoren ontbreken vaak in verklaringen voor de revoltes. Er zijn schokkende, schokkerige beelden van neergeslagen demonstraties op tv te zien, YouTubefilmpjes die ons inloggen in de wereldgeschiedenis die zich nu ontvouwt. Maar wie zien we, wat willen ze precies, en van wie?

We overschatten het belang van sociale media in de strijd tegen onderdrukkers. Zo ontwikkelen wij een blinde vlek voor humanitair leed en verleggen onze aandacht naar diplomatieke 'experimenten' met 'veilige' tools voor dissidenten.

Idealiter creëren we in het Westen een ruimte waarin we de revolutionair 2.0 vanachter ons bureau en laptop kunnen bijstaan in zijn doodsstrijd tegen dictatoriale regimes. Die wens komt voort uit onze betrokkenheid met die vrijheidsstrijd en onze vooringenomenheid met internettechnologie. En uit een overtuiging die zeker niet nieuw is: wie toegang heeft tot de juiste informatie, kan zichzelf bevrijden. Internet is de ultieme combinatie van ons technocentrisme en het liberale idee van bevrijdende kennis.

Toch zijn er vier goede redenen om Twitter geen Nobelprijs voor de Vrede toe te kennen, maar op zoek te gaan naar een ouderwetse revolutionair 1.0 - een dissident van vlees en bloed.

> Lees hier welk redenen dat zijn

Deel dit artikel