Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'We moeten verder statistisch onderzoek gaan entameren'

Home

Bernard van Praag en Pauline van de Ven

Er is de laatste tijd wat onrust in Nederland over de situatie van de zorgsector. Wij publiceerden op 1 september in het economenvakblad Economisch-Statistische Berichten een artikel waarin we voorzichtige vergelijkingen maakten met een aantal andere landen, nl. België, Duitsland, Frankrijk, Japan, de VS en het Ver enigd Koninkrijk.

In de eerste plaats moeten wij de gedachte dat onze zorgsector zo duur is verlaten. Wij liggen met onze uitgaven per hoofd van de bevolking wat onder het gemiddelde.

In de tweede plaats vonden wij dat de Nederlandse zorgsector op een aantal punten minder goed lijkt te presteren. We keken daarbij in de eerste plaats naar de residuele levensverwachting, dat wil zeggen het aantal jaren dat men gemiddeld nog te leven heeft, wanneer men de leeftijd van 65 of 80 reeds bereikt heeft.

In de jaren zestig leek Nederland hierbij bovenaan te staan. In de laatste jaren zijn we echter danig afgezakt en voor mannen en vrouwen van boven de tachtig zijn we zelfs hekken sluiter geworden. In de tweede plaats blijken wachtlijsten als structureel verschijnsel slechts voor te komen in Engeland en Nederland.

Venijnig is de kritiek van de gezondheidseconoom Wynand van de Ven (Podium, 5 september). Hij spreekt van absurde en gevaarlijke conclusies en waarschuwt politici geen aandacht te schenken aan onze ondeugdelijke analyse. Wij zouden de reactie van Van de Ven willen typeren als ketelmuziek.

Wij zetten wat cijfers op een rij uit Oeso-gegevens en vinden dat de levensverwachting in Nederland achterblijft. Dat is een feit en meer beweren we niet. Van de Ven stelt dat de cijfers niet vergelijkbaar zijn, maar dat eerst gecorrigeerd zou moeten worden voor speciale factoren die in het ene land wel en in het andere niet gelden. Hij wijst op het rookgedrag, op euthanasie en op migranten.

Uiteraard kan een divergerende ontwikkeling op deze gebieden een verklaring bieden voor de gevonden tendentie. Wij hebben echter geen enkele aanwijzing dat de ontwikkelingen over de laatste veertig jaar op het gebied van roken, euthanasie of migratie sterk verschillen. Bovendien is de migratie nog betrekkelijk recent zodat invloed daarvan op de resterende levensverwachting van tachtigjarigen verwaarloosd kan worden. Landen zoals Frankrijk, Duitsland of Engeland hebben zeker zoveel immigratie als Nederland.

De euthanasie is weliswaar zeer spectaculair, maar wordt toch slechts bij enkele procenten van stervenden toegepast. De levensduurverkorting bedraagt in het algemeen enige weken. Het lijkt wat roekeloos om deze ontwikkeling van de levensverwachtingen ter zijde te schuiven als irrelevant. Het is verontrustend.

Het kan liggen aan de kwaliteit van onze zorg, maar de factoren die Van de Ven noemt zijn theoretisch ook mogelijk. In ieder geval lijkt het verstandig om dit sein serieus te nemen en verder onderzoek te entameren.

Deel dit artikel