Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'We moesten doen of we kleurenblind waren'

Home

HINKE HAMER

Baukje Prins (1956), filosoof en lector burgerschap en diversiteit

"Ik kan niet meer in de huid kruipen van de Baukje van een jaar of acht, negen. Daardoor herinner ik me niet precies meer wat me zo aantrok in die Molukse meisjes. Ik weet nog wel dat ik vond dat ze zachter waren, niet zulke rouwdouwers als veel Friezinnen. Ik voelde me prettig bij mijn Molukse vriendinnetjes. Was ik in de wijk waar ze woonden, dan was ik in een ander wereldje.

Begin jaren vijftig kwam een grote stroom Molukkers vanuit het pas onafhankelijke Indonesië naar Nederland. Een deel van hen kwam terecht vlak buiten het Friese dorp Oosterwolde, in de kampen Oranje en Ybenheer. Dat maakte dat wij, kinderen uit de Friese Stellingwerven, begin jaren zestig, in één klas kwamen met 'Ambonese' kinderen. Het duurde lang voor ik me realiseerde dat mijn vroegere basisschool, de school van meester Hoogeveen, een gemengde school avant la lettre was.

Nadat ik in 1997 mijn proefschrift over het Nederlandse minderhedenvertoog afrondde, had ik zin om een minder theoretisch thema op te pakken. Ik besloot iets met mijn jeugd te doen. Al mijn oud-klasgenoten nodigde ik uit voor interviews, 35 van de 45 wilden wel meedoen. In de gesprekken hadden we het over de samenleving waarin we opgroeiden, over thema's als ontkerkelijking en welvaartsgroei, en over wat onze multiculturele jeugd met ons had gedaan. Daarnaast sprak ik enkele oud-docenten en de kinderen van onze inmiddels overleden hoofdmeester. En ik dook de gemeentelijke archieven in.

Heel nadrukkelijk wilde ik geen studie maken van alleen de Molukkers, maar juist van de manier waarop zij en de mensen van hier samenleefden en hoe zij allemaal hun gezamenlijke schooltijd hadden beleefd. Maar het bleek in de praktijk nog niet zo eenvoudig - de verschillen drongen zich op. Mijn Molukse oud-klasgenoten hadden duidelijk turbulentere levens geleefd, ze waren bovendien meer aan het reizen geslagen dan de Friezen. Ik merkte ook dat de Friezen meer gemengde gevoelens hadden bij de multiculturele samenleving dan de Molukkers. Vooral realiseerde ik me dat het haast onmogelijk was om beide groepen vanuit een neutraal perspectief te beschrijven.

'Het was eigenlijk heel gewoon', zeiden veel oud-klasgenoten met wie ik terugblikte op onze schooljaren. Maar dat was niet zo, wist ik. Het lijkt erop dat ons als norm was opgelegd om kleurenblind te zijn. We zijn allemaal kinderen van één Vader, zo leerden we van meester Hoogeveen en misschien maakte dat wel dat we toen vonden dat het 'heel gewoon' was om samen op te groeien.

Maar ik was niet kleurenblind als kind en ook onze oud-docenten herinnerden zich dat er tussen de kinderen scheidslijnen hadden bestaan. Uit de interviews met mijn klasgenootjes concludeerde ik dat zowel de Friezen als de Molukkers gemengde gevoelens hadden over hun schooltijd, hun wederzijdse achtergronden en de multiculturele samenleving.

Het is niet voor niks dat ik mij later ben gaan interesseren voor integratievraagstukken. Als filosoof zoek ik bij het bestuderen van verhoudingen tussen mensen uit verschillende etnische groepen altijd naar verklaringen die buiten het begrip cultuur omgaan. 'Het komt door de cultuur' is een stoplap, waarin elke discussie wordt gesmoord. Ik denk dat mijn neiging om verder te kijken al vroeg bepaald is door de Fries-Molukse omgeving waarin ik opgroeide."

Baukje Prins: Gemengde gevoelens. Molukse en Nederlandse klasgenoten in de jaren zestig.

Van Gennep Amsterdam; 262 blz. euro 19,90

Deel dit artikel