Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'We hebben hier niets, geen eten, geen eigen huis'

Home

Ate Hoekstra

© Getty Images
Interview

De Rohingya-moslims vluchten massaal uit Burma naar Bangladesh. Trouw-correspondent Ate Hoekstra tekent bij de grens hun verhalen op. 'Een van mijn dochters is vermoord.'

Tien dagen geleden at Nurhaba Begum (53) voor het laatst een fatsoenlijke maaltijd. Dat was net voordat ze met haar negenkoppige gezin uit haar dorp in Rakhine, Burma, vertrok. "Hier hebben we niets", vertelt Begum. "Geen eten, geen eigen huis, en alleen de kleding die we nu dragen."

Lees verder na de advertentie
We moesten wel weg. Onze huizen werden platgebrand en er werden mensen doodgeschoten

Nurhaba Begum

Met een groep van zeker vijftig andere Rohingya staat Begum langs de kant van de weg in Cox's Bazar, een Bengaals district aan de grens met Burma. Het zijn vooral vrouwen en kinderen. Hun kleding is smerig, hun blikken zijn hongerig. Ze staren naar iedere auto en elke tuk-tuk die voorbij raast, hopend op hulp.

"We zijn drie dagen geleden gearriveerd en per boot naar Bangladesh gekomen", vertelt Begum. "We moesten wel weg uit ons eigen dorp. Burmese soldaten vlogen met helikopters over onze huizen heen en beschoten ons. Ze brandden onze huizen plat en schoten mensen dood. Een van mijn dochters werd vermoord."

Zes dagen lopen 

Begum en haar familie moesten zes dagen lopen om bij de kust van Rakhine te komen, de Burmese deelstaat waar het leger een keiharde anti-guerrilla-operatie uitvoert die inmiddels meer dan 370.000 Rohingya naar Bangladesh deed vluchten.

Aangekomen bij de kust, stapten ze in een vissersboot. Een Rohingya-visser, die jaren geleden naar Bangladesh vluchtte en sindsdien in Cox's Bazar woont, voerde hen weg van het geweld. Een volle dag brachten ze door op zee. Begum: "Ik denk dat er wel veertig mensen in de boot zaten. Het waren er veel te veel. We waren ontzettend bang. Het stormde en regende. De golven waren hoog."

Boten keerden niet terug 

Volgens lokale vissers maakten de vissersboten - zwarte, maanvormige gevaarten met hoge punten aan de voor- en achterzijde - in de afgelopen drie weken zo'n 600 tochten naar Rakhine om Rohingya op te halen. Verschillende boten keerden niet terug. "Onderweg zagen we een boot die midden op zee was omgeslagen", herinnert Begum zich. "Ik heb geen idee hoe het met de opvarenden is afgelopen."

Eenmaal in Bangladesh werden ze opgevangen door lokale boeren en vissers, veel van hen Rohingya die in de afgelopen decennia al uit Burma vertrokken. Net als duizenden andere vluchtelingen, zijn Begum en haar familie bij aankomst niet geregistreerd. Van een hulporganisatie of een aan de Verenigde Naties gelieerd programma hebben ze nog niets vernomen. Ook dat is een lot dat zij met tienduizenden Rohingya in Cox's Bazar delen.

Tekst gaat verder onder de foto 

Een Rohingya-vrouw die gevlucht is uit Burma, stort in nadat ze bij de Bengaalse kust is aangekomen. © Ate Hoekstra
Er zit voor Nurhaba Begum weinig anders op dan langs de kant van de weg te wachten op hulp

Nauwelijks eten 

Begum wijst naar de groene en zompige rijstvelden links van de weg. Er loopt een modderig pad door de velden dat uitkomt bij een paar eenvoudige huizen. "Bij die gemeenschap hebben we een plek gevonden om te slapen. Maar ze hebben er nauwelijks iets te eten." Er zit voor haar weinig anders op dan langs de kant van de weg te wachten op hulp. "Af en toe stopt er een auto met mensen die ons iets geven."

Begum is blij dat ze van de oorlogsellende in Burma wist te ontsnappen. Maar hier in Bangladesh zit niemand op haar te wachten. "Ik voel me hier niet thuis", verzucht ze. "Zodra de situatie kalmeert, wil ik terug."

Lees ook: Aan de grens met Bangladesh is er steun voor de rebellen in Burma: Wij moeten wel terugvechten
Lees ook: In Bangladesh zijn de vluchtelingenkampen overvol

Deel dit artikel

We moesten wel weg. Onze huizen werden platgebrand en er werden mensen doodgeschoten

Nurhaba Begum

Er zit voor Nurhaba Begum weinig anders op dan langs de kant van de weg te wachten op hulp