Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'We hebben dringend hulp nodig'

Home

Esther Scholten

De sportgids van de Nederlandse Ski Vereniging (NSV) raakt niet uitgejubeld over schansspringers Niels de Groot en Jeroen Nikkel. De eerste 'maakte het afgelopen seizoen een spectaculaire groei door'. De tweede 'kende de laatste twee jaar een grote progressie'. Mooie woorden, maar ze staan in schril contrast tot de sombere toon van de gelauwerden zelf. ,,We hebben dringend hulp nodig.''

Feest op de burelen in Den Haag. En geef de bobo's eens ongelijk. Zo vaak is de liefde niet wederzijds tussen de Nederlander en het witte goud op de bergen. Nikkel, met de stilzwijgende instemming van De Groot: ,,Wij bewijzen dat vlaklanders in de sneeuw normale concurrenten kunnen zijn.''

Hoe is het mogelijk? Ze zijn gedisciplineerd, gemotiveerd en getalenteerd, verklaart hun Duitse trainer Horst Tielmann. Hij herinnert zich nog de scepsis die hij bij zijn aanstelling in 1995 ontmoette. De oud-Olympiaganger had twee junioren gezien die 'voor de grap' van dertig meter schansen afvlogen. Met hen wilde hij Nederland als schansspringnatie op de kaart zetten.

De eerste aanzet is er, verrassender dan verwacht. De twee jonge neven hebben zich geplaatst voor de kwalificaties van de World Cup. Jawel, een prestatie op zich, benadrukt de NSV. Alleen de beste tachtig van de wereld mogen daaraan meedoen.

De vliegende Hollanders, met recht. In Garmisch eindigde Niels de Groot als 52e, slechts twee plekken te laag voor deelname aan de finaleronde. De bondscoach roemt zijn atletisch en technisch vermogen. Hij is met zijn achttien jaar de jongste en meest verlegen van het stel. ,,We trekken mekaar omhoog.''

Ze zijn trots op wat ze 'al' bereikt hebben, zeggen ze desgevraagd op de jaarlijkse persconferentie van de NSV. Twee serieuze jongens, in woorden allesbehalve stoer. Jeroen Nikkel is 'bijna negentien' en durft volgens de trainer het meeste risico te nemen bij de sprongen. Hij spreekt vloeiend Noors en stelt klinisch vast dat zij zijn begonnen 'met een sport die hier niet bestond'.

Gerrit Jan Konijnenberg is vergeten. In de jaren tachtig zette hij het nationaal record op 99 meter. Het was de tijd waarin verdwaalde toeristen de schansen nog konden bevolken. De tijd dat ieder land recht had op tenminste één startbewijs. De tijd dus van Eddy the Eagle, de maffe Engelsman voor wie iedere sprong een doodsvlucht leek. ,,Voor hem was het een lolletje, voor ons is het topsport'', aldus De Groot die de beste vaderlandse vlucht (111,5 meter) inmiddels op zijn naam heeft staan.

Zeven jaar geleden schreven De Groot en Nikkel zich uit nieuwsgierigheid in voor een talentendag. Ze beleefden tijdens de wintersportvakanties veel plezier aan skiën en langlaufen, dus waarom zou schansspringen niet wat voor hen zijn?

Nu zitten ze 185 dagen per jaar in de sneeuw, zijn ze B-sporters van NOC-NSF, stuiven ze met 100 kilometer per uur van de 120 meter-schans af, dromen ze van de Olympische Spelen en heeft de NSV eindelijk weer eens wat positiefs te melden. Maar haar loftrompet wordt overschreeuwd door de 'noodkreet' van de tieners zelf. ,,We kunnen ons alleen nog verbeteren als we meer financiële steun krijgen.''

De wittebroodsweken zijn voorbij. Aan de top draait het enkel om details en tellen de wetten van een materiaalsport des te zwaarder. Eigenlijk hadden ze gisteren willen afreizen naar Lillehammer, maar omdat er te weinig sneeuw ligt is de trip twee dagen uitgesteld. De Groot: ,,We hadden al wel kunnen trainen in Lapland, als we geld voor een ticket hadden gehad.''

Hun talent is hetzelfde als dat van de toppers uit Finland, Japan, Duitsland en Oostenrijk, stelt Tielmann. Hun techniek ook, hun motivatie ook, hun 'risico-bereidheid' ook. Hun materiaal echter niet. ,,Dat scheelt vier tot acht meter.'' Nikkel, met ironie: ,,Het testen van pakken is heel belangrijk. Wij doen dat niet, omdat we maar één wedstrijdpak hebben en bij iedere sprong vermindert het draagvermogen. Hoe dunner en uitgerekter de stof, hoe meer lucht hij doorlaat.''

Het is een bekende frustratie. Welke ambitieuze Nederlandse wintersporter was ooit tevreden? De NSV heeft het accent nog meer dan voorheen verschoven naar de breedtesport. Sponsors staan niet in de rij. ,,Wij maken moeilijk naam, omdat onze sport in Nederland niet belangrijk is.''

Hoe anders is het over de grens. Bij sommige wedstrijden zit 50 000 man publiek. Op ieder moment van de dag worden de sporters daar geleefd. ,,Zelfs als je op de startbalk zit, staat er een camera op twee meter afstand.''

Met de aandacht en de groeiende verwachtingen hebben De Groot en Nikkel moeite. Ze hebben last van 'startspanning' gekregen. ,,Alles hangt af van één moment. Bij de afsprong moet je in 0,02 seconden van de aanloop- in de vluchthouding komen. We krijgen van een sportpsycholoog concentratie-oefeningen om ons rustig te maken.''

Veel jonge collega's hebben er last van. Het hoort bij het leerproces, zegt Tielmann. Maar voor de beide Nederlanders is het nog moeilijker om te gaan met de druk. Ze zijn het nooit gewend geweest. ,,In de Alpen staan we nu constant in de belangstelling. In Nederland nooit. Dat is heel tegenstrijdig en het omschakelen kost telkens energie. We leven in twee verschillende werelden.''

Deel dit artikel