Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Wat zag mijn vader in mij?'

Home

Marije van Beek

De geïnterviewde: 'Mijn vader is nooit ergens op aangesproken.' ©Jorgen Caris

Zij wil anoniem blijven. De vrouw van begin dertig groeide op in de Gereformeerde Gemeente in een klein dorpje in Zuid-Holland. Haar vader heeft haar en haar broers jarenlang misbruikt en is daarvoor ook veroordeeld. Bij haar kerk kon ze niet terecht.

'Zeggen wat mijn vader allemaal met mij deed, dat liet ik wel uit mijn hoofd. Vanaf mijn negende heeft hij aan me gezeten. Eerst alleen als mijn moeder naar de vrouwenvereniging van de kerk ging. Later ook als ze thuis was. Alles wat gebeuren kan, gebeurde. Een, twee keer per week. Hij zou een einde aan zijn leven maken als ik er over zou praten.

Het misbruik begon nadat mijn vader voor de zwaarste variant van het gereformeerde geloof was gevallen. Plots kwam er een boekenkast met zwarte boekjes in huis, vol preken van strenge dominees als Mallan, van de Gereformeerde Gemeente in Nederland. Ook haalde mijn vader stuivertjes op voor de Gereformeerde Bijbelstichting. Vrome uiterlijkheden moesten overschaduwen wat binnenshuis gebeurde, zo zie ik het.

Ik wist dat iets niet klopte, maar kon het niet benoemen. Dacht dat het normaal was. Dit is wat ik verdien, waar ik om vraag: zo rijmde ik het. Ik had een hoofd en een lijf, die twee hield ik strikt gescheiden. Ik moest wel, ik moest overleven. Het was slikken en doorgaan.

Mijn moeder moet het hebben geweten. Maar zij was net zo bang, had geen leven bij mijn vader. Mijn vader dronk bovenmatig veel en dreigde vaak met zelfmoord. Na de dood van mijn moeder, zestien was ik toen, werd het pas echt de hel op aarde en viel mijn vader me nog vaker lastig.

Eindelijk hadden mijn broertjes en ik genoeg moed verzameld om naar ouderling Janssen te gaan. Voorzichtig begonnen we over het drinken te vertellen, maar de ouderling snoerde ons de mond: 'Het is wel je vader'.

Voortaan, bij het voorlezen van de wet in de kerk, keek ouderling Janssen bij het vijfde gebod even naar onze bank. "Eert uw vader en uw moeder" - en dan ging hij weer verder. Hij kon net zo kijken als mijn vader.

Voor zichzelf vergoelijkte mijn vader wat hij met me deed. 'Als God een mens loslaat, word je een beest', zei hij. In zijn ogen was het Gods schuld. Sowieso voedde hij ons op met angst. Zei bijvoorbeeld: 'Weten jullie hoe het voelt je hand te branden? Zo is de hel, maar erger, en dan voor eeuwig, geheel in het vuur.' Ik stak, als niemand keek, mijn vinger wel eens in een kaars.

Thuis, op school, in de kerk, overal in het dorp was me verteld: onweer is de stem van God. In een aardrijkskundeles, op de middelbare school in de grote stad, hoorde ik pas van elektrische lading in een wolk. Ik dacht: die docent is niet goed. Ik wist niet beter. Er was geen tv, geen radio, dus wat wist ik nou?

Er is weinig voor nodig om kinderen het zwijgen op te leggen, in de wereld waar ik uit kom. Niet tegen je ouders ingaan, is me ingeprent. 'Opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heere uw God geven zal', zo staat het in de Bijbel. De kerk en mijn ouders moest ik trouw zijn: en dat was mijn hele netwerk, meer had ik niet.

Ik heb een tijdje de pil geslikt, om te voorkomen dat mijn vader me zwanger maakte. Stiekem, want de pil mag niet. Alles wat met seks van doen heeft was zondig, ook zelfbevrediging. Dat geheimzinnige en verbodene maakt het enkel aantrekkelijker, denk ik.

Hulp inschakelen kwam niet in me op. Er was niet eens een politiebureau in het dorp. Wel zijn we naar de huisarts gegaan toen we vermoedden dat een van mijn broertjes ook misbruikt werd. Ineens stond de Kinderbescherming op de stoep. Ze belden aan, en gingen doodleuk het gesprek aan met mijn vader, waar wij bij waren. Dat was niet zo handig. Wij zaten 's avonds gewoon weer met hem aan tafel. Tussen twee happen andijvie door zei hij: 'Ik kan me gerust voorstellen dat een vader zijn kinderen vermoordt'.

Achttien was ik toen ik het huis uit ging. Na een jaar bleek dat het klopte, mijn broertjes werden ook misbruikt. Toen pas heb ik aangifte gedaan, omdat ze anders terug naar huis moesten. Mijn vader is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf. Hij heeft nooit iets bekend.

De kerk wist zich er geen raad mee. Als we er niet over praten, is het er niet, denken ze. Mijn vader is nooit ergens op aangesproken. Inmiddels is hij overgestapt naar een andere kerk. 'We laten het maar rusten', zei een ouderling tegen mijn broer. Dat mijn vader is veroordeeld deed er niet toe. Want, verklaarden zij, het was ons woord tegen het zijne.

Een tijdlang heb ik nog in het reformatorische milieu geleefd. Maar ik was het 'moeten' en die angst zo zat, ik kon het niet meer. Wat me er altijd heeft gehouden, heeft me er ook doen vertrekken. In God geloof ik nog, maar niet meer in die vier muren en de regels van de gemeenschap. Heb je naaste lief als jezelf: dat doet er als enige toe.

Ik hoop dat ik iets kan betekenen voor lotgenoten. Liefst had ik mijn verhaal voor het Reformatorisch Dagblad verteld, zodat meisjes het lezen die hetzelfde meemaken en er door mijn verhaal mee naar buiten durven komen. Maar die krant heeft me nooit benaderd. Van hun kerkenraad hoeven die meisjes sowieso niets te verwachten, daar bedekken ze alles met de mantel der liefde.

Pas was ik in het zwembad, het dochtertje van mijn vriend was mee, ze is nu negen. Dat lijfje. Ze heeft nog helemaal niets, is nog lang geen vrouw. Wat zag mijn vader in mij?

Nu ben ik zelf in verwachting. Van een meisje, ik schrok toen ik dat hoorde, ik moet haar hier op die mannenwereld zetten. Dat kroelen met je kind heel normaal en onschuldig is, moest ik leren. In het begin was ik bang dat mijn partner zou worden als mijn vader. En ik moet soms nog vechten tegen de angst dat er iets van mijn vader in mij is geslopen, en ik mijn eigen kind later iets aandoe. Tegen mijn vriend heb ik gezegd: 'Als dat zo is, vermoord me dan maar'."

Deel dit artikel