Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Wat deed God voor de aarde werd gemaakt?'

Home

Ger Groot

Volgens Augustinus ontstond de tijd pas bij de schepping. © afp
Column

Ik vermoed dat ik niet de enige was die verrast opkeek bij de kop in deze krant: 'Wat deed God voor de aarde werd gemaakt?'. Niet omdat ik die vraag zo verrassend vond. Integendeel. Je vindt hem al in de Bekentenissen van de kerkvader Augustinus. We zitten dan rond het jaar 400.

Die vraag was er één van de vele die die door kinderen uit de hele wereld aan de paus zijn voorgelegd. Een aantal daarvan kwam terecht in het boek: 'Dear Pope Francis'. De paus zou vaak hebben gezegd dat hij de vragen erg moeilijk vond, aldus Nikolaas Sintobin, die in het Nederlands taalgebied verantwoordelijk was voor de inzameling ervan.

Dat wil ik graag geloven. Ook Augustinus had het al moeilijk met de goddelijke bezigheid vóór de schepping van de wereld. Heidense filosofen gingen er graag het christelijk geloof mee te lijf. Een God die een eeuwigheid lang heeft zitten niksen, om op een goeie dag te besluiten maar eens een wereld te gaan scheppen: zo'n geloof kun je niet serieus nemen, moeten zij hebben gedacht.

Maar ook toen waren er kennelijk al christenen met humor. 'In die tijd vóór de schepping van de aarde schiep God de hel, voor de nieuwsgierige aagjes die dit soort vragen stellen,' schijnt iemand ooit te hebben geantwoord. Ik vind het nog altijd een briljante tegenzet. Onderschat nooit het belang van kwinkslagen in de filosofische retoriek.

Augustinus maakte zich er niet zo gemakkelijk van af. Daar hebben wij zijn beroemde meditatie aan te danken over de vraag wat de tijd eigenlijk is. 'Wanneer iemand het me vraagt weet ik het; wil ik het echter uitleggen ... dan weet ik het niet,' schreef hij. Om vervolgens een prachtige beschouwing te geven over wat 'voor' en 'na' betekent, en hoe in het schema van verleden-heden-toekomst ons bestaan samenhang krijgt. Hij was ermee bijna vijftienhonderd jaar op zijn tijd vooruit.

Lees verder na de advertentie
Augustinus had het al moeilijk met de goddelijke bezigheid vóór de schepping van de wereld. Heidense filosofen gingen er graag het christelijk geloof mee te lijf.

Maar die schepping dan: wat was er dáárvoor? Augustinus geeft er een ingenieus antwoord op. Ook de tijd is een deel van de schepping, schrijft hij. Er was vóór de schepping dus helemaal geen 'voor' of 'na'. Er was alleen eeuwigheid: de dimensie waarin God bestaat. Maar van 'eeuwigheid' kunnen we ons geen voorstelling maken, anders dan die van een tijdspanne waaraan maar geen einde wil komen. Dus tóch weer iets met een 'ervoor' en 'erna', zij het in de overtreffende trap.

Dat klinkt exotischer dan het is. Want eigenlijk zitten we in ons moderne, natuurkundige wereldbeeld met hetzelfde probleem. Ooit, een bijna onoverzienbare tijd geleden, is het hele universum onstaan vanuit één grote oer-ontploffing, zeggen de natuurkundigen. En ook wij vragen dan meteen: wat was er vóór die ontploffing? Waardoor werd ze veroorzaakt?

Als ware theologen van de moderniteit zeggen nu ook de fysici: met die Big Bang ontstond ook de tijd zelf pas. Bijna zou je geloven aan een religieus complot, wanneer je weet dat die theorie voor het eerst geformuleerd werd door een Belgische priester: Georges Lemaître, astronoom, wiskundige èn huisprelaat van de paus. Maar de Big Bang is géén verkapte scheppingstheologie en Augustinus géén verkapte astrofysicus.

De filosofische vragen die beiden oproepen lijken echter wèl op elkaar. Hoe kunnen wij ons een werkelijkheid indenken waarin de tijd niet bestaat? Of omgekeerd gezegd: waarin er alleen maar eeuwigheid is? Of je er nu een godsdienstige of wetenschappelijke draai aan geeft: onvoorstelbaar blijft het.

De tijd is een deel van de schepping. Er was vóór de schepping dus helemaal geen 'voor' of 'na'.

Augustinus

Even onvoorstelbaar is het dat het Vaticaan zich niet bewust zou zijn geweest van de lange geschiedenis van die kindervraag, die dus helemaal zo kinderlijk niet is. De samenstellers van het brievenboek moeten er voor de paus een uitgelezen kans in hebben gezien om te schitteren. Dat doet hij dan ook. 'God had lief,' zo antwoordt hij. 'Dat is wat God doet. Want God is liefde.'

Eigenlijk is dat net zo'n afleidingsmanoeuvre als het badinerend schermen met de hel voor té nieuwsgierige filosofen waarover Augustinus schrijft. Maar dan wel in het vriendelijke - zoals bij deze paus past. Met de tijd speel je maar beter niet, schreef ik een paar dagen geleden al op deze plek. Voor de eeuwigheid geldt dat in het kwadraat - want het verstand staat erbij stil.

Deel dit artikel

Augustinus had het al moeilijk met de goddelijke bezigheid vóór de schepping van de wereld. Heidense filosofen gingen er graag het christelijk geloof mee te lijf.

De tijd is een deel van de schepping. Er was vóór de schepping dus helemaal geen 'voor' of 'na'.

Augustinus