Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Wat ben je toch een sukkel, alcoholist, met je dikke plofkop'

home

Erik Jan Harmens

Eric Jan Harmens (Foto: Mark Kohn)

Schrijver en dichter Erik Jan Harmens stopte vier jaar geleden met drinken. Hoe leeft hij in het besef dat die verdoving er nooit meer zal zijn? ‘Ik zal altijd weten hoe het smaakt.’

Hoe mijn eerste slok chocomel smaakte herinner ik me niet, mijn eerste slok bier wel. Mijn vader woonde nog thuis, dus ik was jonger dan 10. Er was bezoek geweest, de kamer was verlaten, de tafel stond vol glaswerk, het kleine blauwe asbakje zat propvol op elkaar uitgedrukte shaggies. Ik rechtte er een met duim en wijsvinger, stak het stompje tussen mijn lippen, hield het andere eind bij een vlam en inhaleerde. Ik voelde een onbekende druk op mijn keel, toen ik een aantal jaren later écht ging roken voelde ik die druk alleen nog bij de eerste sigaret van de dag, direct na de wekker. Dan was hij niet langer onbekend, ik wist wat er kwam. De rest van de dag was ik doorrookt en voelde ik niets meer.

Lees verder na de advertentie

De pijpjes Amstel druppelde ik leeg in een glas. Het was warm en smaakte bitter en zoet. Het was maar weinig, toch tintelde het in mijn hoofd. Ik ging op bed liggen, sloot mijn ogen, voelde me dronken. Toen ik een aantal jaren later écht ging drinken voelde ik die tinteling alleen nog bij het eerste glas van de dag. Van binnen was ik zeg maar een dor donker land waar niets wilde groeien, na de eerste slok kreeg de zon vrij spel en schoten kleurige bloemen uit de bodem.

Hoe mijn eerste slok chocomel smaakte herinner ik me niet, mijn eerste slok bier wel

Elke dag verheugde ik me op die reis van donker naar licht, al werd het door de jaren heen steeds sneller weer donker, vaak al na het derde of vierde glas. Waar de eerste me euforisch maakte, voorvoelde ik bij de volgende glazen de verlammende werking al die zou intreden als ik de tel zou zijn kwijtgeraakt. Na zo- en zoveel glazen kwam er inderdaad niets meer uit mijn handen, mijn enige daad was het aan mijn mond zetten en weer op tafel terugplaatsen van mijn glas, steeds weer opnieuw, tot het zo laat was geworden dat het bijna niet meer de moeite was om nog naar bed te gaan.

Fantasie

Als ik wakker werd dreunde mijn hoofd als een op hol geslagen heimachine en kwamen lelijke gedachten over mijzelf boven: wat ben je toch een sukkel, alcoholist, met je dikke plofkop.

Zo begon ik de dag. Nu dreunt er niks als ik wakker word, ook zijn er geen lelijke gedachtes over mijzelf. Na zoveel jaar drinken en zoveel katers en heimachines went dat nooit, het is nog elke dag weldadig.

Soms fantaseer ik dat ik op een dinsdagochtend naar de supermarkt loop en behalve melk, havermout en bananen ook een Westmalle Dubbel in mijn mandje stop. Ik reken af, leg thuis de melk in de koelkast, de bananen op de fruitschaal, de zak havermout gaat leeg in de doorzichtige voorraadbus en de Westmalle in het vriesvak. Een kwartier lang bestudeer ik de textuur van het pluis uit mijn navel, dan schenk ik de trappist uit in een omgespoeld glas. Ik proost op mijn gezondheid, daar ga je jongen, mijn neus raakt het schuim. Even aarzelen, dan de slok, het smaakt bitter, fruitig, hoppig, romig.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

"Toen ik een aantal jaren later écht ging drinken voelde ik die tinteling alleen nog bij het eerste glas van de dag." © colourbox

Zodra ik slik begint het te ratelen in mijn bovenkamer. Het klinkt als het geluid van de bel bij een spoorwegovergang: ding-ding-ding-ding-ding! Ik weet dat dat zo klinkt omdat ik de afgelopen vier jaar niet alleen in mijn fantasie alcohol heb gedronken, maar ook in het echt.

Strategie

Twee jaar geleden was ik twee jaar nuchter en reisde ik af naar een partycentrum in Friesland voor een disco. Iedereen moest een onesie aan en ik kwam in een bananenpak. Na twee pasjes begon ik al te zweten, verder was het erg gezellig. Ik maakte mijn slapen nat met wat Spa Rood, zette het glas neer en ging op de dansvloer los op de hit ‘212’ van Azealia Banks. Helemaal doorweekt liep ik terug naar mijn hoek, pakte mijn drankje en klokte. Ding-ding-ding-ding-ding! klonk boven in mijn hoofd, het was iemand anders’ glas, ik had per ongeluk gin-tonic gedronken.

Mijn mondwater koop ik nu alcoholvrij, van gevaarlijk gebak blijf ik af en na het dansen ruik ik eerst aan mijn glas

Snel keek ik om me heen of ik was gezien. Toen dat niet het geval bleek kon ik doen alsof het niet gebeurd was. Dat is een mij bekende strategie: als ik vroeger met die op hol geslagen heimachine in mijn hoofd wakker werd, kon ik voor de buitenwereld voorwenden dat ik die kater helemaal niet had. De avond ervoor had ik de lege flesjes in de schuur verstopt, onder stapels oude kranten. Vaak had ik twee lege flesjes op het aanrecht gezet, zodat mijn vrouw zou denken dat dat mijn consumptie was geweest. De andere twaalf waren nergens te bekennen en dus ook niet door mij leeg- gedronken. Door het bewijs zoek te maken kon ik wat er was gebeurd achteraf aanpassen. Ik kon mijn geschiedenis veranderen.

Ik heb nog twee keer alcohol gedronken, een keer toen ik in Italië een hap tiramisu nam (ding-ding-ding-ding-ding!) en nog een keer toen ik een slok mondwater nam, niet wetende dat daar alcohol in zit én niet wetende dat je het na het spoelen uit moet spugen in plaats van doorslikken. Alle drie de keren was geen sprake geweest van een terugval, maar van een ongelukje. Mijn mondwater koop ik nu alcoholvrij, van gevaarlijk gebak blijf ik af en na het dansen ruik ik eerst aan mijn glas. Nu is het enkel nog een kwestie van oppassen met de walm van schoonmaakmiddelen en niet te diep inademen als ik een geparfumeerde vrouw in haar nek lebber.

Overal aanwezig

Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal ik nooit meer drinken, maar ik zal altijd weten hoe het smaakt. Als ik mijn ogen sluit kan ik niet alleen de smaak van Westmalle Dubbel oproepen, maar ook die van een Duvel, een glas Barbazul of een ijskoude Stolichnaya, zoals een vegetariër nooit de smaak van boeuf bourguignon vergeet. Het heeft natuurlijk helemaal geen nut, dat ik die smaken kan oproepen. Je zou het bewust opwekken van de herinnering zelfs kunnen opvatten als zelfkastijding, maar mij geeft het controle: ik weet nog hoe het smaakt, ik weet in welke gemoedstoestand ik raak door het te drinken en ik kies ervoor het niet te nemen. Zo heb ik in mijn groentela ook bier liggen: geen Westmalles (je moet de kat niet op het spek binden) maar wel Warsteiners, in halveliterblikken. Die liggen er voor de gasten, maar ook voor mij.

Als mijn huis alcoholvrij was, zou ik bang zijn om naar buiten te gaan

Als dat bier niet in mijn groentela ligt, is mijn huis alcoholvrij. Maar de wereld daarbuiten is dat niet, integendeel. Bij de ene supermarkt zijn de kratten bier het hele jaar in de aanbieding, bij de andere kun je ze op gezette tijden tegen een spotprijs bij elkaar hamsteren. Met Oud en Nieuw proost men met champagne, na een crematie volgt een toost met oude jenever op ome Jan. Vanaf de loopband in mijn sportschool kijk ik uit op een Heineken-lichtbak aan de gevel van het café tegenover. Na een optreden krijg ik tegenwoordig chocolaatjes of olijfolie in plaats van wijn, maar dan is de drank aanwezig vanwege het ontbreken ervan.

Als mijn huis alcoholvrij is zou ik bang zijn om naar buiten te gaan, waar overal alcohol is. Maar als ik er binnenshuis voor kies niet te drinken terwijl er wél drank voorradig is, dan kan ik dat buitenshuis ook. Ik kan elke minuut van de dag weer gaan drinken, maar doe het niet. Omdat ik dan terug het donker in ga, en ik weet hoe donker dat donker is, en ik wil niet in dat donker maar in het licht.

Kalmte

Ook al vind ik leven in het licht soms best een opgave. De afgelopen vier jaar is alles patsboem binnengekomen, zonder vertraging en zonder filter. Als iemand boos op me is lach ik het niet weg, maar vraag ik waarom. Als ik mijn mobiel in de gracht laat vallen roep ik niet vol bravoure dat al die spullen me toch geen reet interesseren, maar googel ik wat een nieuwe iPhone kost. Als ik met iemand zoen gebeurt dat ook echt en voel ik ook echt de nabijheid van de ander, in plaats van dat mijn hand routinematig in een broek verdwijnt om daar te doen wat een hand in een broek nu eenmaal doet.

Alles is zoals het is. Wat ontbreekt is aanwezig: ik mis het soms een beetje en soms helemaal niet. Toen ik een tijdje geleden serieuze rugproblemen had schreef de arts me diazepam voor. Ik slikte er een en raakte overmand door kalmte, de wereld was zacht en vloeibaar geworden, ik was weer terug in mijn oude staat van geluk. Soms dook iemand op uit de mist, dan had ik visite. Toen mijn strips op waren zag ik op www.deapotheker.com dat ik diazepam, en allerlei andere middeltjes die eindigen op -pam, ook zonder recept kon bestellen. Dertig tabletjes voor 45 euro, dat is goedkoper dan drinken! Mijn cursor heeft een tijdje boven de bestel-knop gehangen, maar ik kocht het niet. Want die door kalmte overmande man in die zachte en vloeibare wereld, dat ben ik niet.

Dat ben ik niet méér. Ik leef niet onder, maar zónder verdoving. 

Erik Jan Harmens (1970) schreef vier romans. Zijn derde, 'Hallo muur' (Lebowski Publishers), verscheen begin 2015. Dit jaar gevolgd door 'Pauwl', een boek over autisme. Onlangs kwam zijn eerste kinderboek uit: 'Hans is kwijt' (uitgeverij Moon).

Dit is deel 2 van een serie. Het eerste deel verscheen op 10 juni en is hier te vinden. 

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
Hoe mijn eerste slok chocomel smaakte herinner ik me niet, mijn eerste slok bier wel

Mijn mondwater koop ik nu alcoholvrij, van gevaarlijk gebak blijf ik af en na het dansen ruik ik eerst aan mijn glas

Als mijn huis alcoholvrij was, zou ik bang zijn om naar buiten te gaan