Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Vrijhandel niet belemmeren met sociale rechten'

Home

INEKE NOORDHOFF

DEN HAAG - Iedere morgen om vijf uur staat een legertje kinderen op om onze kranten te bezorgen. Ze zitten vervolgens te slapen in de schoolbanken. Pas sinds 1980 hebben we in Nederland het stakingsrecht en vakbondsvrijheid vastgelegd als grondrecht.

Wat geeft ons het recht om kinderarbeid en vakbondsvrijheid dwingend op te leggen aan arme landen, vraagt prof. L. Mennes, directeur van de FMO (Nederlandse financieringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden), zich dan ook af.

Mennes is, tot zijn eigen verbazing, in de Nederlandse verhoudingen een buitenbeentje. Hij vindt dat je vrijhandelsakkoorden niet moet 'belasten' met sociale clausules.

Landen die kinderen te werk stellen of mensen uitbuiten moeten uiteindelijk via een internationale handelsboycot gecorrigeerd worden, zo stelde onlangs een speciale Ser-commissie. Zij adviseerde daarom minimale sociale rechten op te nemen in vrijhandelsakkoorden. Prof Mennes was de enige die er anders over dacht: “Het heeft mij hogelijk verbaasd dat ik daarin de enige was”, geeft hij toe. Hij hoopt voor zijn standpunt meer begrip te krijgen bij de regering, die binnenkort met een standpunt komt ter voorbereiding van de WTO-conferentie in december.

Normaliter zijn werkgevers niet voor enige belemmering van de vrijhandel. “Misschien vonden ze dit advies zo vaag geformuleerd, dat ze verwachten dat het er toch nooit van komt”, reageert Mennes vanuit zijn statige directeurskamer in het nieuwe FMO-kantoor. In de hal houdt een fraaie stenen wereldbol de aandacht van bezoekers gevangen door permanent rond te draaien in een vijver.

“Over de doeleinden is iedereen het eens. Natuurlijk is kinderarbeid niet goed, moet er vakbondsvrijheid zijn, ben ik tegen uitbuiting en voor bescherming van het milieu” somt hij op. “Waar het om gaat is dat een aantal van die elementen het gevolg zijn van armoede en onderontwikkeling. Als je zulke uitingen van armoede gaat bestrijden met sancties is dat in wezen het paard achter de wagen spannen”, vindt hij.

Vrijhandel is de beste manier om economische groei te brengen naar onderontwikkelde landen of landen in transitie, zoals hij de voormalige communistische landen noemt. “Economische groei, en onderwijs”, verduidelijkt hij. Daarom ook is hij zo blij met de 'globalisering' - de enorme toename van wereldhandel en investeringen over de grens. “Dit hadden we vijf jaar geleden niet durven denken”, zegt de FMO-directeur over de toegenomen omvang van buitenlandse investeringen. “Er wordt nu veel geïnvesteerd in ontwikkelingslanden en landen in transitie. Dat is een teken van vertrouwen”, meent hij. Daarom is hij er niet voor om de mogelijkheden tot investeringen over de grens te beperken, in het belang van de armere landen.

“Kijkt u naar onze eigen geschiedenis. Weet u wanneer we in Nederland het stakingsrecht hebben vastgelegd als grondrecht? Dat is pas in 1980 gebeurd, via het Europees sociaal handvest. Dat is maar zo kort geleden. Moeten we dan landen die nog niet zover zijn, bestraffen met de ultieme sanctie, de grens sluiten?”

Mennes argwaan tegen het opleggen van 'onze normen' aan arme landen is gewekt door de opstelling van de VS en Frankrijk. “Die vinden dat het ontbreken van minimale sociale rechten leidt tot een concurrentievoordeel voor ontwikkelingslanden. Maar dat is helemaal niet het geval.”

“Wat erachter zit, is dat als de economie in de VS of Frankrijk ontwricht raakt, zij de grens kunnen sluiten. De VS zijn zo machtig. Zij zijn in staat alles in de wereld ondergeschikt te maken aan hun belang. Kijk maar wat ze doen in Cuba, Libieï Iran. Trekken zij zich iets aan van de Europese Unie? Welnee toch. De VS dicteren wat hen politiek uitkomt. Ik heb daar echt geen illusies over.”

Mennes vindt zijn commissiegenoten naïef, waar die geloven in goede bedoelingen. Maar ook al zouden de bedoelingen goed zijn, een handelsboycot pakt voor de onderdrukte kinderen of volwassenen buitengewoon slecht uit. Mennes: “Dat is wel bewezen in bijvoorbeeld Bangladesh. De ontslagen kinderen kwamen terecht in de prostititie of verhongerden. Hun lot werd er nog ellendiger door.”

Ook om andere redenen is het middel niet doeltreffend: “Acht van de tien kinderen werkt in de landbouw. Die sector exporteert niet en wordt dus ook niet getroffen door een handelssanctie.” Mennes grootste bezwaar tegen sociale clausules in handelsakkoorden is pragmatisch: “Ik voorzie de grootst mogelijke ellende.” Hij doelt op de formulering van de normen. Want wat is 'humaan'?

“Ons vreemdelingenbeleid. Daar zijn best dingen op te zeggen. Er zijn heel schrijnende gevallen bij”, signaleert hij de mogelijkheid voor arme landen om juist ons land ter verantwoording te roepen en voor te dragen voor een tegen-handelsboycot. Of de VS zelf. “In Californië hebben ze een wet die het verbiedt om illegale immigranten te ondersteunen - hoe ellendig ze er ook aan toe zijn. Dat soort regels kun je moeilijk als humaan kwalificeren.” En niet alle vakbonden zijn een zegen voor de maatschappij. “Er zijn ook bonden die er uitsluitend op uit zijn de lonen van de leden zo hoog mogelijk op te schroeven.”

“Als de WTO zich daarover moet gaan uitspreken, ben je ver van huis”, vindt Mennes. “Het is de bedoeling dat de WTO de wereldhandel vergemakkelijkt”. Dat doel wordt niet bereikt als er eindeloos gediscussieerd wordt over vage sociale normen. Daarmee schiet niemand iets op.

“We zijn er wel erg snel mee, ons systeem op te leggen aan anderen”, werpt Mennes een ander bezwaar op. “Dat is een uiting van typisch westers superioriteitsgevoel”, meent hij. Om uit te leggen: “Er zijn culturen waar ze niet zoveel moeten hebben van pluriformiteit. In de ontwikkeling van zo'n land kan het best zijn dat er dan maar één vakbond is. Indonesië is nu een slecht voorbeeld. Want daar wordt de andere vakbond onderdrukt en de leider gevangen genomen. Daar ben ik natuurlijk ook op tegen. Maar over het algemeen zie je: hoe meer investeringen van buitenlanders er komen, hoe meer zo'n land verwestert, des te meer die oude één-partijcultuur verwatert. Door ontwikkeling zie je dat er ruimte komt voor pluriformiteit.”

Toch kent ook zijn tolerantie grenzen. Slavernij, en dwangarbeid waarbij mensen met kettingen om tewerk worden gesteld gaat te ver. “Dat is wat anders dan veel kinderarbeid”, vindt hij resoluut. Burma mag wat hem betreft getroffen worden door wereldwijde sancties: “Fysieke belemmering van menselijke vrijheid vind ik tot een klasse behoren waarover geen discussie mogelijk is.”

Over China is hij nog onzeker. “Misschien is daar dwangarbeid. Ik weet het niet. Moet je dan zeggen: Ik handel niet meer met China? China is een machtig land. Dus houdt de VS zijn mondje dicht. En de EU zeker. Hier gaan we al sjoemelen, want als het de Filippijnen betreft, durven we er wel wat van te zeggen. Bij China doen we het niet. Cuba, Iran en Libië zijn niet zo belangrijk. Daartegen durven we wel op te treden.”

Mennes concludeert: “Je bent meteen aan het schuiven.” Nog een voorbeeld van de betrekkelijkheid van normen: “Wat er vroeger in de Sovjet-Unie gebeurde, daar hadden we geen idee van. Dat blijkt nu. We handelden er rustig mee.”

“Wij financieren als FMO natuurlijk investeringen in ontwikkelingslanden en landen in transitie. Wij zitten ook in schoenfabrieken in Indonesië. Daar werken een paar duizend vrouwen. Die hebben een beter bestaan dan hun omgeving. Ze krijgen een loon dat op het minimum of erboven ligt. Beter het minimumloon dan helemaal niks. Ze krijgen vakantie, voedsel, we zorgen voor transport, ze mogen lid worden van een vakbond, er werken geen kinderen onder de 15.”

FMO controleert ook sociale en milieu-omstandigheden van haar projecten. “En dat doen alle verstandige ondernemers, die handelen naar wat in hun perceptie het grootste eigen voordeel oplevert.” Daar hoort een sociaal minimum bij, op straffe dat een firma getroffen wordt door acties van hun kopers, die via actiegroepen geïnformeerd raken.

“De meeste ondernemers weten dat je beter niet kunt sjoemelen. Maar”, zo geeft hij toe, “natuurlijk zal er wel eens ontduiking plaatsvinden van de regels.” Om eraan toe te voegen: “Hier rijdt er toch ook wel eens iemand door een rood stoplicht.”

Deel dit artikel