Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Vorm geven aan wat je raakt'

Home

Hélène Butijn

Ineke Wienese (54) liet jaren geleden een Turkse cliënte bellen met een Turkse ex-cliënte die al gescheiden was. Ze konden zo in hun eigen taal over hun ervaringen praten. Dat was een groot succes, en het begin van de Turkse vrouwentelefoon in Den Haag. Orthopedagoge Wienese, werkzaam bij de Haagse riagg, betrekt migrantenvrouwen zoveel mogelijk bij de hulp aan lotgenoten. Voor haar baanbrekend werk als migrantenhulpverleenster, twintig jaar lang, kreeg ze afgelopen week de Henny Verhagenprijs.

Haar ouders namen Wienese als kind mee op verre reizen. ,,Mijn vader was een soort ontdekkingsreiziger. In de zomer stouwde hij zijn vijf kinderen in de auto en dan vertrokken we naar landen waar toen nog maar zelden Europeanen kwamen. In Turkije ontstond in de dorpen een volksopstand als wij als westers gezin daar kwamen. Ik was erg onder de indruk van de kleuren, geuren, geluiden daar. Op het strand leerde ik, 13 jaar oud, een Turks meisje kennen. Met haar heb ik jarenlang gecorrespondeerd.'' Ze ging op aanraden van haar moeder, een onderwijzeres, naar de kweekschool en studeerde daarna orthopedagogiek. ,,Ik wilde niet mijn hele leven voor de klas, daar was ik toen ook te dromerig voor. Ik wilde weten hoe mensen in elkaar zitten, wat hun drijfveren zijn.'' Ze studeerde snel af om te gaan reizen. ,,Ik wilde kennismaken met andere culturen en mensen. Ik ging niet om mezelf te leren kennen, het was die drang om weg te zijn.'' Met tengere handen pakt ze de globe vanachter een bos bloemen op de keukentafel en volgt, al draaiend, de route. ,,Samen met een vriendin trok ik door Turkije, Afghanistan, Pakistan, tot in India. In Afghanistan zaten we dagen in een bus over hobbelwegen. Het was in de hippietijd; de helft van de bus was stoned. Achter theehuizen sneden ze de plakken hasj. Ik heb nooit wat genomen. Ik wilde het allemaal onder controle houden.'' Na een jaar reizen, kwam ze terug in Nederland. ,,Dat was lastig. Je kan het niet uitleggen. Het gaf vervreemding, een grote onrust. 'Leuk', was het, zeg je, 'bijzonder'. Later komen de verhalen.''

Wienese vond een baan bij het Medisch Opvoedkundig Bureau (MOB). ,,Daar kwamen gelukkig al snel buitenlandse mensen langs. Voor mij was dat een herkenning: 'Jullie hebben tenminste meer te vertellen'.'' Wienese begeleidde migrantenvrouwen die hun familie misten, aanliepen tegen andere normen en waarden, problemen hadden met hun kinderen, psycho-somatische klachten hadden, niet met hun man konden praten. ,,In Nederland moet je praten om te overleven. Deze vrouwen waren dat niet gewend.''

Aanvankelijk ging ze 'traditioneel' te werk. ,,Ik deed projecten alleen samen met een Nederlandse, witte hulpverleners. Zou ik nooit meer zo doen. Ik heb op een 'zwarte school' sociale vaardigheden gegeven, op een Nederlandse manier. Mijn hemel. Dat gebeurt soms nog, vreselijk. Als jongeren dat generaliseren en bijvoorbeeld in hun eigen omgeving heel direct zijn, zien ze alle hoeken van de kamer, want dan tonen ze geen respect. Je moet ook aansluiten bij de eigen achtergrond.''

Wienese studeerde drie jaar Turks. Ze ontwikkelde een project waarbij vrijwilligsters vrouwen thuis lieten zien hoe ze kinderen konden laten spelen. Ze nam het initiatief tot een eigen telefonische hulplijn, dat inmiddels in andere steden navolging kreeg. ,,Ik was een van de eersten die ervaringsdeskundigen mijn kamer binnenhaalden en niet alleen in projecten of bij voorlichting met hen samenwerkten. Regelmatig nodig ik ex-cliëntes bij een gesprek uit. Zij werken met spreekwoorden, begrijpen elkaar en geven voorbeelden waar ik nooit op gekomen was.''

Turkse vrouwen in Nederland die willen scheiden, staan onder grote druk van de schoonfamilie en de omgeving, legt Wienese uit. ,,En goedopgeleide vrouwen die stoppen met werken, vallen vaak terug op de oude normen en waarden. Er anders over denken, betekent nog niet dat je het ook doet.'' Ook Turkse en Marokkaanse mannen zitten vast in dat systeem, meent Wienese. En vrouwen die uiteindelijk wel macht krijgen, moeten uitkijken dat ze bij het opvoeden de oude patronen niet opnieuw toepassen. Onderwerpen als uithuwelijking moeten binnen de Marokkaanse en Turkse gemeenschap worden besproken, meent Wienese, liefst via liberale imams.

Wienese probeert met voorbeelden uit haar leven het vertrouwen van cliëntes te winnen. ,,En ik laat merken dat ik iets van hun positie afweet, zodat ze niet steeds hun cultuur moeten uitleggen. Zo probeer ik ze ertoe te bewegen stap voor stap meer de ruimte te nemen.'' Ze pakt het beeldje van de Verhagenprijs op. ,,Tot ze zo zijn: een vrije vrouw.''

Wienese publiceerde over echtscheiding, partnerkeuze en seksualiteit bij Turkse en Marokkaanse vrouwen. Nadat ze plotseling zelf in korte tijd twee geliefden verloor, werkte ze aan haar boek 'Nazmiye en Sultan'. Daarin staan de verhalen van gescheiden Turkse vrouwen en hun dochters. ,,De wereld die de vrouwen in de Schilderswijk voor mij openden, hou je niet voor mogelijk; geweld, ontvoeringen, alles. Ik besefte steeds dat ik weer terug kon naar mijn eigen veilige wereldje, en zij niet.''

,,Migrantenvrouwen hebben veel verloren, hun dromen en verwachtingen, maar ze hebben kinderen dus moeten ze doorgaan. Dat herken ik. Al hebben zij het stukken moeilijker dan ik. Zij zijn zo veel kwijt, hun familie, hun land, dat komt dubbel zo hard aan. Zeker als mensen niet gewend zijn daar over te praten.'' Wienese schreef over rouwverwerking bij Turkse en Marokkaanse vrouwen en meisjes in Nederland. Ze praatte met verlieskundigen over rouwgevoelens bij jonge migranten. ,,Je geeft vorm aan de dingen die je raken.''

Wienese maakt weer verre reizen. ,,Met mijn dochter, nu kan het nog.'' Ook voor haar werk heeft ze veel plannen. Voor meld- en steunpunten over biculturele partnerkeuze. Daar wil ze dan weer projecten uit afleiden. Voor groepen waar allochtone meiden die seksueel zijn misbruikt, hun verhaal kwijt kunnen. Wienese zit in een werkgroep die onderzoekt hoe voorkomen kan worden dat relatief veel allochtone vrouwen zelfmoord plegen. En ze wil liberale imams bij de hulpverlening betrekken. Even kijkt ze naar het beeldje op de keukentafel. ,,Ik ben trots, ook op mijn collega's. De titel van het congres waar de prijs werd uitgereikt was: 'Van dode mus tot feniks'. Heel even voel ik me die feniks.''

Deel dit artikel