Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Van God krijg je nooit iets terug'

Home

Monic Slingerland

Stefan van Dierendonck © Koen Verheijden

Stefan van Dierendonck zegt het bijna achteloos: "Toen ik nog priester was." Nu werkt hij bij een callcenter, en geeft daar advies over Bosch boormachines. Zeventien jaar geleden lag hij plat ter aarde, als begin van een godgewijd leven. Hij was pas 23. En nee, het was niet de liefde die hem vijf jaar later de kerk uit dreef.

Een enkel buisje bloed was het, meer niet. Zijn eigen bloed, onderzocht in het laboratorium van een ziekenhuis. Zodra hij de uitslag hoorde van dat bloedonderzoek was het hem duidelijk dat hij niet meer achter het altaar woorden over lichaam en bloed van Christus zou kunnen uitspreken.

Van Dierendoncks spijsvertering bleek geen gluten te kunnen verdragen. Het tarwemeel in de hostie richtte ernstige schade aan in zijn darmen. De vaste formule die gelovigen uitspreken vlak voor ze de hostie tot zich nemen: 'en ik zal gezond worden', was niet meer geloofwaardig. Van het brood in de kerk werd hij juist doodziek.

In zijn boek 'En het regende brood', net uitgekomen en nu al de derde druk, vertelt Van Dierendonck zijn eigen verhaal via de romanfiguur Clemens Driessen. Ook Clemens volgt als priesterstudent zijn opleiding op het Sint Janscentrum in Den Bosch, vaste leverancier van orthodoxe jonge geestelijken. Tussendoor ondergaat hij daar ongewenste intimiteiten van een zekere Pim, die zich dik en zwetend in het keurslijf van het priesterbestaan probeert te persen. Na zijn wijding gaat Clemens als jong en rechtlijnig priester de parochie in. Daar botst hij met de parochianen, die gewend zijn hun eigen gang te gaan.

Steeds magerder wordt de romanfiguur. Langzamerhand ontdekt hij dat hij coeliakie heeft, glutenintolerantie. De bisschop van Den Bosch is even vriendelijk als onverbiddelijk. Het lichaam van Christus dient absoluut tarwe te bevatten. In Rome, in de Sint Pieter, komt het moment van ommekeer. Een aanval van diarree dwingt hem de kerk te verlaten. Net voor de uitgang, pal voor de 'Pietà' van Michelangelo, verliest hij met zijn ontlasting ook zijn geloof. Basta.

Er zijn nogal wat overeenkomsten tussen Clemens Driessen en Stefan van Dierendonck.

"Maar ook verschillen. Aan het begin sterft de vader van Clemens door een motorongeluk. Mijn vader leeft nog. En Clemens zelf rijdt zich met zijn motor welbewust de dood in. De uitgever wilde liever een open einde, maar ik heb vastgehouden aan deze zelfgekozen dood. Waarom? Dat past bij de Christus-metafoor. Overigens is het boek opgedragen aan mijn oom Clemens, die door een motorongeluk is omgekomen. Een drama in de familie.

"Mijn uitdaging was niet een autobiografie te schrijven, of een biografie. Ik heb de vorm van een raamvertelling gekozen, waarbij een pater Johannes Beckers een doos krijgt met de nalatenschap van Clemens Driessen. Beckers, ja net als bisschop Bekkers van den Bosch. Een grapje."

Welk verhaal wilde u vertellen?

"Ik wilde laten zien hoe kwetsbaar iemand is die zich met huid en haar uitlevert aan een instituut. De vorm van de raamvertelling heb ik gekozen omdat ik ook wil tonen hoe mensen aan de haal gaan met elkaars verhaal. Ik heb Clemens herschapen, door de doos met zijn nalatenschap te laten overreiken door een abt aan pater Beckers. Het is een spel met de waarheid en met identiteit.

"Ook met het verhaal over het leven van Christus zijn mensen aan de haal gegaan. In zijn leven is een hiaat, tussen zijn twaalfde en dertigste. Natuurlijk is Jezus getrouwd geweest, de voortplanting is het eerste gebod in het jodendom. Maar voor mij is dat niet zo belangrijk. Ik wil de vraag centraal stellen: wie ben ik zelf? Clemens heeft zich gemodelleerd naar het voorbeeld van Christus. Hij is engelachtig, zacht, verzet zich nauwelijks."

Hij verzet zich wel tegen de avances van priesterstudent Pim.

"Tot op zekere hoogte."

Hoe kwam u er zelf achter dat glutenallergie en priesterschap niet te combineren zijn?

"Tijdens colleges had ik al geleerd dat een hostie van tarwemeel gemaakt moet zijn, en niet van rijstmeel of maïsmeel. Ik kende het probleem van mensen met coeliakie. Toen de uitslag binnenkwam van het bloedonderzoek wist ik meteen dat ik een grondig probleem had. Dat ging bij mij veel snelller dan bij Clemens Driessen. Die doet er veel langer over om zich dat te realiseren."

Waarom moet er per se tarwe in een hostie zitten?

"Thomas van Aquino heeft dat in de dertiende eeuw vastgelegd en in de negentiende eeuw is het daarom als erkend genoteerd. Er bestaan overigens wel glutenarme hosties, maar ook die werken schadelijk op mijn darmen."

Dat u daarom geen priester meer kon zijn, ligt voor de hand. Maar waarom de kerk helemaal de rug toegekeerd?

"Dat kon niet anders. Als ik iets besluit, dan ben ik daarin vrij radicaal. Ik heb mijn hele leven naar de waarheid gezocht. Daarom ben ik gaan studeren. Ik heb de kerk alles gegeven wat ik te geven had.

"Toch is het een buisje bloed geweest dat me over de rand van het christendom heeft doen glijden. De uitslag van dat onderzoek bracht voor mij de waarheid aan het licht. Een meetbare waarheid, veel eenvoudiger dan de idee van transsubstantiatie (de term waarmee de rooms- katholieke kerk leert dat wijn tijdens de mis verandert in het bloed van Christus, red.). Met dat inzicht heb ik het christendom laten vallen. Het is als met het principe van het scheermes van Ockham, dat als conclusie heeft dat de eenvoudigste verklaring het dichtst bij de waarheid komt.

"De uitslag van het onderzoek verklaarde mijn ervaringen. Zodra die uitslag binnenkwam, was ik ineens een ander mens."

Een ander mens?

"Ik ben nu pas in staat diepe emoties te verwoorden. Het priesterschap heeft mij verleid al mijn behoeftes opzij te zetten. Ik heb Clemens nodig gehad om dat te kunnen verwoorden. Vroeger dacht ik, met een blik op de gekruisigde Christus, dat ik alles moest opgeven, omdat hij dat ook had gedaan. Ik vond het vroeger arrogant als iemand zei dat hij niet hetzelfde wilde proberen. Nu vind ik het arrogant wanneer je zegt dat je juist wel wilt proberen hetzelfde te doen als Christus."

U leeft nu met uw vriendin hier in Nijmegen. Kan dat niet, van God houden en van haar houden?

"Nee, dat lijkt dan een tweekoppige liefde en dat werkt niet voor mij. Het is óf God óf een vrouw. Ik kan het niet combineren."

Wat is het verschil tussen de liefde van God en de liefde van een vrouw?

"Wederkerigheid. Van God krijg je niks terug, echt helemaal niks. Je kunt bidden wat je wilt, maar je zult nooit iets terugzien. Van mijn vriendin krijg ik op goede dagen álles terug. Het fijne van mensen is dat ze terugpraten. Het leven is veel rijker geworden."

Gaat u nog wel eens een kerk binnen?

"Soms. Dat roept altijd emotie op. Het schijnt dat ik dan verander. Het is een grote traditie, waartegen je je afzet. 'Wie ben ik dat ik hier afstand van neem', denk ik dan. Waarom ik toch ga? Ach, ik hou er nog steeds van om mezelf te pijnigen."

U werkt nu bij een callcenter.

"Ja, ik krijg klanten van Bosch aan de lijn. Er wordt geturfd hoe vaak ik een klantcontact heb en ook of ik dat naar tevredenheid afwikkel. Hiervoor werkte ik als docent levensbeschouwing op een middelbare school."

Plannen?

"Ik wil schrijven en daarvoor moest eerst dit boek er komen. Niet omdat ik meteen een literair hoogstandje wilde neerzetten, maar ik moest dit verhaal schrijven omdat het verhaal een obstakel is dat eerst uit de weg moest. Nu er dit boek is van 400 gram over dingen die tien, vijftien jaar geleden gebeurd zijn, kan ik verder als schrijver. Ik schrijf niet als entertainer. Mijn boeken moeten wel ergens over gaan."

Stefan van Dierendonck: En het regende brood. Thomas Rap, Amsterdam. 256 blz, € 18,90.

Deel dit artikel