Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Van Damme is verraden door zijn echtgenote'

Home

Leonoor Kuijk

Tien jaar geleden werd in Singapore de 60-jarige Nederlandse zakenman Johannes van Damme opgehangen wegens heroïnesmokkel. Het was voor het eerst in Azië dat na een eerlijk proces de doodstraf werd voltrokken bij een blanke. Zijn geestelijk verzorger Guus van Bladel ziet in Van Damme's Nigeriaanse echtgenote de kwade genius achter de smokkel.

De zin van de executie van Van Damme? De Nederlander Guus van Bladel, die Van Damme tot zijn dood gedurende twee jaar lang wekelijks opzocht in de gevangenis in Singapore, aarzelt even. ,,Het recht heeft zijn loop gehad'', zegt hij ten slotte ferm. ,,Het is goed dat Singapore geen uitzondering heeft gemaakt voor een achtenswaardige hoogopgeleide Nederlander van zestig jaar en gewoon zijn eigen wetten heeft nageleefd.''

Maar achter de koele woorden van Van Bladel blijkt na tien jaar nog een hoop emotie te zitten. ,,Het is verschrikkelijk om afscheid te moeten nemen van een kerngezond iemand, een beer van een vent'', zegt hij schor. ,,Ik wist vanaf het begin dat hij zou hangen. Meer dan víer kilo heroïne had hij bij zich in de dubbele deksel van zijn koffer, toen hij op 27 september 1991 werd gearresteerd op de luchthaven van Singapore.''

Van Bladel kijkt erbij alsof hij nog steeds niet kan geloven dat iemand met zulke hoeveelheden drugs rondloopt. Hij haalt een muntje van twintig cent uit zijn broekzak. ,,Dit is ongeveer vijftien gram. Zelfs jonge Singaporezen die vijftien gram heroïne bij zich dragen, worden onder de Singaporese wet beschouwd als drugsdealer en opgehangen. Het was uitgesloten dat Van Damme de dans zou ontspringen.''

We hebben afgesproken op de vaste ontbijtplek van de inmiddels 73-jarige, maar nog jongensachtig ogende Van Bladel. Het is een golfplaten afdak op schroothouten palen naast de visvijver in Melaka. Sinds drie jaar woont Van Bladel in deze stad in Maleisië, het grote buurland van Singapore. Een van de afgebladderde formicatafels met rode plastic tuinstoelen is zijn vaste stek. De Chinese uitbater, krom van ouderdom, heeft de ochtendkrant al klaarliggen voor 'mr.Gus', en ook een broodtrommeltje met zijn ontbijt.

,,Ik dacht, laten we hier maar afspreken. Hier kan ik tegen de wind in schreeuwen of huilen, hier voel ik me niet gegeneerd.'' En terwijl het langzaam dag wordt en de tropische warmte komt opzetten, vertelt Van Bladel hoe hij en Van Damme elkaar in het huis van bewaring, bij gebrek aan een spreekkamer, wekelijks mochten ontmoeten in een soort bezemkast. ,,Het was een ruimte zonder ramen, waarin we samen werden opgesloten. Als we klaar waren, klopte ik op de deur en werden we eruitgehaald. Die gezamenlijke opsluiting heeft de band versterkt. De bezemkast komt in dromen nog geregeld terug.''

Van Bladel woonde vanaf 1977 in Singapore. Het warme klimaat dat hij op doktersadvies was gaan opzoeken, bleek zo heilzaam voor zijn gezondheid, dat hij zich er vestigde. De schrijver Gerard Reve, die vanaf 1971 bij Van Bladel in Weert had ingewoond en over wie Van Bladel in 1997 een aardig boekje schreef, verhuisde toen naar Frankrijk.

Van Bladel volgde in Singapore verschillende cursussen voor hulpverlening en reclassering. Als vrijwilliger begeleidde hij drugsverslaafden. Van Damme was dus niet de eerste drugsdelinquent voor wie hij werkte -wel de enige die ten slotte werd opgehangen en ook degene bij wie hij het meest betrokken raakte.

,,Ik heb geaarzeld of ik Van Damme moest begeleiden. Eigenlijk was hij mijn vijand. Hij was niet verslaafd en had moedwillig drugs gesmokkeld. Hij hielp de mensen die ik als maatschappelijk werker probeerde te helpen aan dat nare goedje. Toen ik hem al een tijdje geregeld bezocht, ben ik wel eens bij mezelf te rade gegaan: kon ik het aan? Ik realiseerde me dat die man zich ontzettend aan mij ging hechten en dat -als ik wilde stoppen- ik dit beter tijdig kon doen. Ik besloot om door te gaan. Dit was gewoon mijn taak. Een arts vraagt zich ook niet af of degene die hij opereert dat wel heeft verdiend.

Er is een warme band, een vriendschap ja, tussen ons ontstaan. Hij was niet alleen een land- en leeftijdgenoot, maar hij bleek een heel hartelijk en sociaal iemand. Hij had vier kinderen, voor wie hij alles overhad: twee volwassen dochters bij zijn eerste vrouw in Nederland en twee jonge kinderen bij zijn tweede vrouw in Nigeria. Ook de twee oudere kinderen die zijn tweede vrouw had uit een eerdere relatie, beschouwde hij als van hemzelf.

Het zat hem verschrikkelijk dwars dat hij zo weinig van zijn Nigeriaanse gezin hoorde. Ik probeerde te helpen door brieven te schrijven naar de Nederlandse ambassade in Lagos, om zijn gezin op te sporen. Ook probeerde ik hem afleiding te bezorgen door elke week boeken en tijdschriften mee te brengen. We hebben ook gelachen, hoor. De regels schreven voor dat er geen plattegronden de gevangenis in mochten. We ontdekten eens dat een kaart van de maan, die ingesloten zat in een National Geographic, de censuur niet had gepasseerd.''

De wekelijkse ontmoetingen staan Van Bladel voor de geest alsof ze onlangs plaatshadden. ,,Johannes is mijn levenswerk geworden. Ik heb er een boek over geschreven, ik heb aantekeningen en brieven overgedragen aan het Nationaal Archief in Den Haag, maar ik ben er nog steeds niet overheen. Het is verschrikkelijk om van een levend iemand afscheid te moeten nemen.''

Die ervaring heeft echter niet verhinderd dat hij positiever is gaan denken over de doodstraf. ,,Een feit is dat het aantal executies in Singapore de laatste jaren is afgenomen, ondanks de verdere aanscherping van het drugsbeleid. In het jaar dat Van Damme werd opgehangen, heb ik het bijgehouden: 226 executies waren er vermoedelijk in 1994. Ik weet zeker dat het er nu veel minder zijn. Het is allemaal moeilijk na te gaan, er worden geen officiële cijfers gepubliceerd en de processen en executies worden niet allemaal in de krant gemeld.''

Ook over het proces tegen Van Damme heeft tijdens de rechtsgang geen woord in de, door de overheid gecontroleerde, Singaporese pers gestaan. Singapore was veel te bang voor discussie over deze zaak en voor politieke en economische sancties van Nederland. ,,De berichtgeving kwam pas op gang na zijn executie, maar maakte toen wel diepe indruk. Van Damme was immers een blanke. Nog steeds weten veel Singaporezen én buitenlanders zich zijn ophanging te herinneren.''

Singapore heeft een voorbeeldfunctie voor andere Aziatische landen. Het land stelde al begin jaren zeventig strenge straffen in op drugshandel. Later hebben andere landen, verenigd in de Asean, de associatie van Zuidoost-Aziatische landen, hun drugspolitiek hierop afgestemd. Toen Van Damme werd opgepakt, hadden de Asean-landen juist afgesproken dat op het vervoeren van vijftien gram heroïne de doodstraf stond. Alle landen keken naar Singapore: wat ging het land doen? Singapore hield de rug recht; de 'stille diplomatie' uit Nederland had geen effect.

Toch zijn er nationale verschillen. Cambodja heeft de doodstraf in 1989 afgeschaft, in Brunei bestaat de doodstraf officieel nog wel, maar is deze straf sinds 1957 niet meer uitgevoerd. In veel van de Asean-landen wordt de doodstraf, anders dan in Maleisië en Singapore, weliswaar opgelegd bij drugssmokkel, maar in de praktijk nauwelijks voltrokken. Dat geldt onder meer voor Thailand en de Filippijnen. Indonesië kwam onlangs in het nieuws toen dat land voor het eerst in meer dan tien jaar weer een drugskoerier ter dood bracht.

,,Zwaar straffen helpt wel degelijk'', zegt Guus van Bladel. Terwijl hij praat, lijkt hij hiervan steeds overtuigder en gaat hij harder met zijn armen zwaaien. ,,In de tien jaar na Johannes van Damme is er in Singapore maar eenmaal een andere Nederlander met drugs gearresteerd. Dat was xtc, een middel waarop toen nog niet de doodstraf stond. Dat is nu anders. Die man, een hartpatiënt, werd veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en acht stokslagen. Hij is uiteindelijk in de cel aan een hartaanval overleden. Nederlanders kijken nu wel uit: Singapore is strikt in het uitvoeren van regels.''

Van Damme werd in april 1993 door de rechter ter dood veroordeeld en van het Huis van Bewaring overgeplaatst naar de dodencel van Changi Prison. Ook in hoger beroep in november 1993 werd zijn betoog dat hij was misleid door een Nigeriaanse zakenman door de rechtbank niet geloofd. Justitie oordeelde dat er genoeg bewijs was dat aantoonde dat hij heeft geweten wat hij deed. Er was zelfs een bandopname van een gesprek tussen Van Damme en een criminele relatie over deze drugssmokkel. Half juli 1994 werd zijn in mei ingediende gratieverzoek door de Singaporese president afgewezen. Ook een brief van koningin Beatrix aan de president van Singapore bracht geen verandering. Het was nu duidelijk dat het onvermijdelijke zich zou voltrekken.

Ondertussen raakte Van Damme zelf steeds meer van zijn onschuld overtuigd. ,,Dat zie je bij alle veroordeelden, ze gaan in hun eigen gedachtekronkels geloven. Johannes klampte zich vast aan de gedachte dat hij nog vrij kon komen. Dat was niet realistisch. Als er al versoepeling van het vonnis zou komen, zou dit levenslang betekenen, geen vrijspraak. Ik probeerde hem dat wel duidelijk te maken, maar Johannes wilde er niet aan, en ik ging er daarom niet op door. Ik hield me steeds voor dat mijn enige taak was onnodig leed bij Johannes te voorkomen.''

Vrijdag was de vaste executiedag, maar aan de gevangenen werd steeds pas de dinsdag tevoren verteld dat hun tijd gekomen was. De onzekerheid maakte de laatste twee maanden zenuwslopend. Van Damme was er verschillende malen van overtuigd dat hij de eerstkomende vrijdag 'zou gaan', zoals de gevangenen in de dodencel dat noemden. Maar toen de datum eindelijk vastlag, was het voor niemand een opluchting.

,,Iedereen was volkomen van de kaart, ondanks het feit dat we hierop voorbereid waren. Zijn vrouw kwam op woensdag 21 september over uit Nigeria. Ze hadden elkaar drie jaar niet gezien. Ik begeleidde haar vanaf het vliegveld en was er, op verzoek van Johannes en haarzelf, ook tijdens het bezoek bij. De bewakers hadden Johannes deze keer ongeboeid gelaten, dat vond ik sympathiek. Ze mochten elkaar nog een afscheidskus geven door een speciaal luik. Zij moest al haar sieraden afdoen, maar haar handen trilden zo dat ze niet eens haar oren kon vinden.''

,,Ze huilt eerst heel lang voor ze met elkaar kunnen praten'', schrijft van Damme over zijn vrouw, in het dagboek dat hij gedurende zijn laatste dagen op verzoek van Van Bladel bijhoudt. ,,Iedereen was geroerd door de gebeden van Eleanor. Moge God haar voor eeuwig zegenen.''

Maar Van Bladel is een andere mening toegedaan: ,,Die vrouw is een duivelin, die hem erin geluisd heeft''. Voor Van Bladel vielen er na Van Damme's dood steeds meer puzzelstukjes op hun plaats. ,,Ik heb veel met Johannes gepraat, maar nooit antwoord gekregen op de waarom-vraag. Ik vond het wel merkwaardig dat Johannes maar niets van zijn familie hoorde. Hij hield zielsveel van zijn vrouw en kinderen en zocht voortdurend contact.

Ik geloof dat Johannes door de Nigeriaanse maffia is geconditioneerd en dat zijn vrouw daarbij een rol heeft gespeeld. Ze hebben hem als het ware klaargemaakt om te smokkelen. Eerst is hij bankroet gemaakt. Er speelt ook een rare kwestie dat hij zijn laatste geld op een Nigeriaanse bankrekening wilde storten en dat precies op het moment dat hij met de contanten in de rij staat, de bank wordt overvallen en hij zijn geld moet afgeven. Alleen zijn vrouw wist dat hij met dat geld in die rij zou staan.''

Ook andere voorvallen zetten hem aan het denken. ,,Na Van Damme's executie belde zijn vrouw mij nog een paar maal op. Maar ze belde niet voor de gezelligheid of om steun te vinden, ze wilde weten waar het geld was gebleven dat Van Damme had verdiend met de heroïnesmokkel!'' Hij kijkt peinzend voor zich uit. ,,Ik weet niet of Van Damme heeft geweten van het verraad van zijn vrouw. Dat is een van de geheimen die hij heeft meegenomen in zijn graf.''

Deel dit artikel