Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

’Uiteindelijk wint de natuur toch’

Home

Marten van de Wier

In tijden van zeespiegelstijging is watersnood niet alleen verleden, maar ook toekomst. Vandaag opent het Watersnoodmuseum drie nieuwe zalen.

Premier Balkenende had kunnen afzeggen voor de heropening van het Watersnoodmuseum. Hij moet vandaag namelijk ook de premier van Zuid-Korea ontvangen. „Maar in plaats daarvan neemt hij hem mee naar hier. Leuk hè?”, zegt directeur Jaap Schoof. Het museum in het Zeeuwse Ouwerkerk is inmiddels wel gewend aan nationale en internationale belangstelling. „Na de tsunami in Azië en de overstroming van New Orleans kwamen mensen ook kijken hoe het hier is geweest, in 1953. En heel Nederland praat over het klimaat en de zeespiegelstijging.”

De watersnoodramp is al 56 jaar oud, maar het museum krijgt meer bezoekers dan ooit. Drie jaar geleden namen 23.000 bezoekers een kijkje, vorig jaar ruim 30.000 en dit jaar rekent Schoof op 40.000 gasten. Het moet raar lopen als dat niet lukt, want sinds 10 april heeft het museum er al meer dan duizend gehad. „En we zijn nog niet eens officieel open!”, roept Schoof uit.

Pas na vandaag zijn er namelijk drie nieuwe zalen toegankelijk voor het publiek. Het museum is gevestigd in caissons, afzinkbare betonnen ruimtes waarmee Nederland in 1953 de gaten in de dijken dichtte. Bij Ouwerkerk liggen er vier in het zand. In 2001 begon het watersnoodmuseum in één van de caissons. De afgelopen maanden is ook het zand uit de andere caissons gehaald. De gevaartes van 62 meter lang en 19 meter hoog zijn met gangen verbonden.

Met de uitbreiding speelt het museum in op de gestegen interesse in het klimaat. ’Herinneren en herdenken’ was het motto van het museum. Nu is dat ’Herinneren, leren en vooruitzien’. Van de nieuwe ruimtes is er één volledig aan de toekomst is gewijd. „Deze expositie updaten we iedere drie jaar, aan de hand van nieuwe inzichten”, vertelt Schoof. Op schermen is te zien hoe wetenschappers dijkgras testen, door er liters water overheen te laten lopen. Ook zijn er buitenlandse ’Deltawerken’ te zien: het Mose-project dat Venetië vanaf 2012 voor overstroming moet behoeden, en de surge barrier waaraan New Orleans werkt.

„Hier kun je je postcode invoeren, en kijken hoe ver je onder de zeespiegel woont”, zegt Schoof. Wie in paniek raakt van die informatie, kan voorzorgsmaatregelen treffen. Op een grote dwarsdoorsnede van een huis zijn ze ingetekend. Op zolder heb je een reddingsbootje nodig, en een dakkapel om door te vluchten. In de keuken eten en drinken voor drie dagen. En in de woonkamer grote haken in de muur, waaraan je je meubels kunt ophangen als het water slechts één meter hoog staat. Of Schoof zijn huis zo heeft ingericht? „Ben je belazerd! Uiteindelijk wint de natuur toch altijd.”

De tekening moet mensen vooral aan het denken zetten over het gevaar. Want Schoof is ervan overtuigd dat er ooit een nieuwe watersnood komt. „Het is compleet achterlijk dat we nog steeds in de uiterwaarden bouwen”, vindt hij. „En eigenlijk ook dat we blijven wonen in de Zeeuwse delta. Misschien kunnen we beter met z’n allen naar de Veluwe. Ik zeg niet dat we het moeten doen, maar we moeten er wel over nadenken.”

Dat het museum zich nu richt op de toekomst, wil niet zeggen dat het de 1835 doden van de ramp is vergeten. In de eerste caisson staan, net als vroeger, de feiten van de ramp centraal. Via een oude telefoon zijn de eerste nieuwsberichten over de ramp te horen. Een maquette toont hoeveel land onder water stond. „Men ziet dit soms als een Zeeuwse ramp, maar het was ook een Brabantse en Zuid-Hollandse ramp”, zegt Schoof. „De meeste slachtoffers zijn buiten onze provincie gevallen.”

Indrukwekkend is de nieuwe tweede caisson. In het donker worden de namen van slachtoffers op de grond wordt geprojecteerd, als de aftiteling van een film. Doordat het zand op de vloer golft, lijken de passerende namen wel maanlicht op de nachtelijke golven van de Schelde. Wie dichterbij komt, kan één van de namen roepen. Als het systeem straks werkt, reageert de computer door het verhaal achter die naam te vertellen.

„Kijk, Jan Heijboer uit Nieuwerkerk”, zegt Schoof. „Dat was mijn oom.” Heijboer kwam samen met Schoofs tante, oma en nichtje om in de golven. Dat wil niet zeggen dat Schoof destijds de ernst van de situatie inzag. „Wij werden door Urker vissers meegenomen. Ik sliep in een echte kooi. Voor een jongen van 5 jaar is dat geweldig. Daarna kwam ik bij een tante in Rotterdam. Op school in Rotterdam wou iedereen mijn vriendje wezen. Toen we in de zomer terugkwamen, gingen we vlotten bouwen. In het water dat er nog stond, vingen we geweldige botten en scharren. Mijn vader moest zijn zus identificeren, en de kadavers van zijn koeien opruimen. Maar ik hoefde geen lijken te zien.”

Zo hebben veel Zeeuwen verhalen bij de ramp. Dat de belangstelling voor die verhalen toeneemt, licht niet alleen aan de klimaatcrisis, denkt Schoof. „Ook de jaarlijkse herdenking van de ramp trekt steeds meer publiek. Misschien dat ze in het verleden tegenwicht zoeken voor onze individualistische maatschappij.”

Lees verder na de advertentie
De herinneringen aan de slachtoffers van de Ramp worden in deze ruimte ten gehore gebracht na het roepen van hun naam. (Trouw)
De ruimte in het Watersnoodmuseum waar men geluidsfragmenten van de watersnoodramp kan horen. (FOTO'S JÿRGEN CARIS, TROUW)



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie