Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Twee hondjes' zijn niet van Carmiggelt

Home

BIJDRAGEN: FRED LAMMERS en ANDREA BOSMAN

Of het ooit goedkomt met het authentieke oeuvre van tekstschrijver Michel van der Plas? Gisteren stond in deze rubriek een bericht over het 'Kronkelpad', een paadje in het Amsterdamse Eerste Weteringplantsoen dat naar de Parool-columns van Simon Carmiggelt zal worden genoemd. In datzelfde bericht worden de volgende vermaarde dichtregels aan Carmiggelt toegeschreven: “Ik zit me voor het raam onnoemelijk te vervelen. Ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen.”

Simon Carmiggelt heeft deze regels echter nooit geschreven, dat is zeker. Maar het gedichtje is wèl jarenlang abusievelijk toegeschreven aan Godfried Bomans. Schrijver Michel van der Plas, die Nederlandse cabaratiers als Wim Sonneveld, Toon Hermans en Gerard Cox van een schier oneindige rij teksten, gedichten en liedjes voorzag, stelde in 1954 de bundel 'Ongerijmde Rijmen' samen, een bloemlezing van humoristische Nederlandse poëzie. Bij wijze van grap vertaalde Van der Plas een Duits gedichtje onder de titel 'Spleen', en schreef het toe aan zijn goede vriend Godfried Bomans. Bomans heeft echter nooit toegegeven dat de 'twee hondjes' in feite een geesteskind van Van der Plas zijn.

Bomans was in deze geen uitzondering. Ook andere cabaretiers hadden er moeite mee hun succes met de 'echte' tekstschrijver te delen. Zo heeft Wim Sonneveld Van der Plas met het zeer populaire 'Frater Fernantius' destijds ronduit belazerd. Van der Plas is volgens kenners echter nooit iemand geweest die erg voor zichzelf opkwam.

Deel dit artikel