Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Trainspotting': niet gebruik van drugs en geweld reden voor discussie, maar het succes

Home

MATHIJS SMIT

De film 'Trainspotting' heeft zijn langverwachte première beleefd in de Nederlandse bioscopen. De verfilming van Irvin Welsh's cult-roman over vier jeugdige heroïne-gebruikers in Edinburgh was eerder dit jaar een groot, maar omstreden succes in Groot-Brittannië. De rauwe, realistische manier waarop het leven van de vriendenclub in beeld wordt gebracht (gekenmerkt door diefstal, apathie, seks, geweld en vooral veel harddrugsgebruik), leidde tot felle discussies.

Een van de punten waarover in de Britse media uitvoerig is gediscussieerd, is de wenselijkheid om drugsgebruik aan jongere bioscoopbezoekers te tonen op de manier waarop dat in deze film wordt gedaan. Hoewel 'Trainspotting' in zijn geheel een onmiskenbare anti-drugsmoraal uitdraagt, zijn er talloze scènes waarin het gebruik van drugs positief belicht wordt. Het eerste kwartier heeft zelfs veel weg van een reclamespot voor heroïnegebruik. Zo wordt het gevoel na een shot wervender omschreven dan ooit het Zwiterserlevengevoel omschreven is: 'Take the best orgasm you ever had. Multiply it by a thousand. You're still nowhere near it.' ('Denk aan het beste orgasme dat je ooit heb gehad. Dat duizend keer, en dan heb je nog geen idee.')

De hoofdpersoon Renton merkt ergens op dat iedereen altijd de verschrikkingen van het drugsgebruik belicht: “Niemand heeft het over het plezier dat er aan beleefd wordt. Alles waar een 'normaal mens' zich druk om dient te maken (...) wordt in één klap totaal onbelangrijk. Als drugs geen plezierige kant hadden, zou toch niemand ze gebruiken? Zo gestoord zullen we toch niet zijn?” En je moet het Renton nageven: daar zit een zekere logica in.

Uiteindelijk blijkt echter al snel dat het 'vrolijke drugsleventje' ook zijn keerzijde heeft, en slechts een blinde zal na het zien van de film niet begrijpen dat je er maar beter nooit aan kunt beginnen. Kortom, de discussie of 'Trainspotting' al dan niet drugsgebruik propageert, behoeft niet gevoerd te worden.

Een ander onderwerp van discussie in de Britse media was de toepassing van gewelddadige scènes in deze film. Het gebruik van grote doses humor en geweld doet vermoeden dat de makers van 'Trainspotting' dezelfde formule hanteren die eerder zo succesvol werd toegepast in recente populaire cult-films als 'Pulp fiction', 'Reservoir dogs' en 'Natural born killers'. Maar dat is een misvatting. In deze films wordt geweld gebruikt om een slapstick effect op te roepen. In 'Trainspotting' zijn geweld en humor niet aan elkaar verbonden. Integendeel, de gewelddadige scènes (vooral rondom Begbie, opmerkelijk genoeg de enige van de vriendenclub die géén heroïne gebruikt) zijn verre van grappig, eerder angstaanjagend.

Hoe dicht fictie hier bij de werkelijkheid staat, blijkt onder meer uit de gelijkenis tussen de scène waarin een kroegbezoeker die per ongeluk een glas bier heeft omgestoten, ongenadig in elkaar wordt geslagen, en de jongen die onlangs tijdens het uitgaan in Amsterdam werd doodgeschopt. De enkele lach die tijdens deze beklemmende scènes toch in de zaal klinkt is het gevolg van het hardnekkige misverstand van sommige Tarantino-fans: dat er per definitie om geweld gelachen moet worden.

Hoe dan ook, de discussie hoeft ook niet gevoerd te worden over de toelaatbaarheid van het tonen van geweld, want evenmin als bij het gebruik van harddrugs worden de gevolgen ervan gebagatelliseerd of verheerlijkt.

Herkenbaarheid Er is een belangrijker punt dat naar aanleiding van 'Trainspotting' discussie behoeft. Daarvoor moeten we ons afvragen waarom de film zo'n groot succes in Groot-Brittannië was. Drugsgebruik is immers op het eerste gezicht nauwelijks een thema dat zich goed leent voor een speelfilm.

De populariteit van deze film is te verklaren uit de herkenbaarheid van de hoofdpersoon. De gemiddelde jongere bioscoopbezoeker zal zich gemakkelijk kunnen identificeren met Mark Renton. (Veel gemakkelijker dan met de hard-boiled criminelen in bijvoorbeeld Tarantino's werk, en daarmee is het tweede verschil met de slapstick-geweldfilms aangegeven.) Daarmee wil niet gezegd zijn dat de gemiddelde bioscoopbezoeker zich te buiten gaat aan uitbundig heroïnegebruik. Maar dat een groeiend aantal jongeren genoeg heeft van de huidige carrière-neurose onder hun tijdgenoten (waarvan een aantal inderdaad belandt in het andere uiterste van feesten, drugsgebruik en algemene apathie) zal niemand ontkennen.

Onlangs schreef de jonge historicus Joris Abeling in NRC Handelsblad over de carrière-neurose onder de Nederlandse jongeren (3 juli 1996). “Veel jongeren laten zich gek maken door (...) turbo-kapitalistische retoriek. Ze krijgen van overheid en bedrijfsleven te horen dat dit toch vooral een moeilijke tijd is, waarin niets meer vaststaat, en waarin je maar beter zo vroeg mogelijk aan je toekomstige baan kunt gaan denken. Vervolgens gaan ze elkaar opjutten om zo snel mogelijk de zekerheden veilig te stellen waar hun ouders prat op gingen: eigen baan, eigen huis, eigen auto. Wie heeft er het best gevulde CV, wie heeft er voor zijn twintigste al een eigen bedrijf? De economische onzekerheid van de jaren negentig creëert zo een stijgend aantal bange, volgzame kwezels, die zó op hun carrière-perspectief gefixeerd zijn, dat ze nauwelijks nog de tijd nemen uit te vinden wat ze leuk en belangrijk vinden in hun leven. Het is de CV-generatie: wel genetwerkt, maar nooit een smoel gekregen.”

Abeling sprak daar (overigens zeer terecht) zijn zorg over uit. Maar hij besteedde geen aandacht aan een ander gevolg van dit waanzinnige arbeidsethos. Het merkwaardige bijverschijnsel doet zich voor dat een ander deel van de jongeren het onder deze grote druk volkomen af laat weten. 'Trainspotting' is niet minder dan de uiting van een jongeren-subcultuur, die gekenmerkt wordt door een afkeer van de situatie die Abeling beschrijft.

De mate van succes van deze film in Nederland zal uitwijzen in welke mate deze subcultuur hier al voet aan de grond heeft gekregen. Als de film even populair blijkt te worden als hij dat in Groot-Brittannië was, is het wenselijk ook hier de discussie te voeren, niet over de toelaatbaarheid van het tonen van geweld of hard-drugsgebruik in films, maar over de vraag waarom westerse samenlevingen er steeds slechter in slagen de jonge generatie een gezond alternatief te bieden voor een bestaan als noodgedwongen workaholic ofwel als apathische feestneus.

Deel dit artikel