'Tienminutengesprek te kort voor allochtone ouders'

home

Hanne Obbink

© Thinkstock

Allochtone ouders zien heel goed hoe belangrijk de school voor hun kind is. Maar hun verwachtingen sporen niet altijd met die van de school, en daarom verlopen gesprekken met de leerkracht vaak moeizaam. Dat zegt Mariëtte de Haan, bijzonder hoogleraar interculturele pedagogiek aan de Universiteit Utrecht.

Allochtone ouders bekommeren zich vaak niet om de school van hun kind, wordt vaak gezegd. Klopt dat?

"Vaak zijn ze er juist erg mee bezig. Ze hebben een achterstand, ze missen kennis van het Nederlandse onderwijs, ze hebben vaak niet genoeg opleiding om hun kind te helpen met huiswerk. Maar er gebeurt veel op dit gebied. Migrantenouders leren steeds beter hoe ze hun kind moeten begeleiden, ze dragen onderling kennis over - dat je voor je kind naar de bibliotheek moet om boekjes te halen bijvoorbeeld."

Maar deze ouders kijken vaak anders aan tegen school dan de leerkrachten. Hoe heeft u dat onderzocht?

"We hebben bijna zestig gesprekken gevolgd tussen leerkracht en ouders in groep 8 van de basisschool over het schooladvies, over het voortgezet onderwijs dat een kind na de basisschool kan volgen. Gesprekken met migrantenouders verlopen inhoudelijk anders dan die met ouders van Nederlandse komaf.

Met migrantenouders gaat het vaker over inzet, over je best doen; dat wordt vaak aangevoerd als de belangrijkste verklaring voor de prestaties van de kinderen. Tegenover Nederlandse ouders worden vaak meer psychologische verklaringen genoemd, zoals faalangst of concentratievermogen."

Ligt dat aan de inbreng van de ouders zelf of aan die van de leerkracht?

"Zo kijken deze ouders zelf ook aan tegen schoolprestaties. Ze zijn naar Nederland gekomen met een doel: economisch stijgen. Dat lukt vaak niet binnen één generatie, dus is de boodschap aan hun kinderen: je moet goed je best doen om hogerop te komen.

Deze ouders geven ook een ander antwoord op de vraag wat ze hopen voor hun kind. 'Een zo hoog mogelijke opleiding', zeggen ze, en 'een goed mens worden'. Nederlandse ouders vinden dat hun kind zich vooral 'moet ontplooien'.

"Leerkrachten spelen daarop in. Die brengen tegenover migrantenouders andere zaken ter sprake. Ze gaan ervan uit dat deze ouders anders tegen hun kind en de school aankijken dan zijzelf en ze beginnen die andere verklaringen vaak al bij voorbaat te weerleggen. Daardoor worden het moeizame gesprekken."

Klopt dat dan niet, dat allochtone ouders anders tegen school en kind aankijken dan Nederlandse ouders?

"Migrantenouders houden meer afstand. Wat er op school gebeurt zien ze als verantwoordelijkheid van de leerkracht, wat er thuis gebeurt als die van henzelf. Dat onderscheid is bij Nederlandse ouders vloeiender; die benadrukken meer dat ze een gemeenschappelijke achtergrond delen met de leerkracht.

In gesprekken met migrantenouders kwam vaker ter sprake dat opvoedpraktijken op school en thuis juist verschillen. Bijvoorbeeld als het om streng straffen gaat om kinderen tot hogere prestaties te brengen: deze ouders zien daar het nut wel van in, maar dat komt hen op kritiek van de leerkracht te staan.

Zulke conflicten komen bij Nederlandse ouders minder voor, omdat ze vaak dezelfde kijk op opvoeden hebben als de leerkracht."

Betrokken ouders helpen hun kinderen op school vooruit, zegt minister Van Bijsterveldt. Welke les leert uw onderzoek daarover?

"De betrokkenheid van deze ouders kan alleen tot stand komen op basis van gezamenlijke opvattingen over onderwijs en opvoeding. Dat kost tijd en moeite. Op gezette tijden een tienminutengesprek is dan niet genoeg."

Voor het onderzoek van Mariëtte de Haan werden 80 gesprekken geanalyseerd tussen ouders van kinderen in groep 8 en Nederlandse leraren.

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie