Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

’Stoppen is nu nog geen optie’

Home

Ellis Ellenbroek

Karen Venhuizen, Nederlands succesvolste kunstrijdster, heeft een ernstige neurologische aandoening. Ze herstelt. Maar het ijs is nog ver weg.

Ze dronk roosvicee uit een tuimelbeker, kon alleen eten met lichtgewicht plastic bestek en moest geholpen worden bij douchen en naar toilet gaan. Ze heeft erom moeten lachen, zegt ze, en ’moet je mij zien, het is toch om je dood te schamen’ geroepen. Nu schuifelt kunstrijdster Karen Venhuizen (24) bij haar ouders in het Drentse Midlaren op slippers door de keuken. Ze maakt koffie en noemt dat ergotherapie.

Venhuizen heeft het syndroom van Guillain-Barré. De negenvoudig Nederlands kampioene buigt en strekt haar vingers bij wijze van oefeningen. Aan tafel vertelt ze hoe ze op een maandag in februari opstond met tintelingen in handen en voeten. „Ik dacht dat ik verkeerd gelegen had. Maar toen ik ging schaatsen viel ik constant uit mijn passen. Ik heb tegen mijn trainster gezegd dat ik niet wilde springen. Ik vertrouwde het niet. Die nacht kreeg ik enorme pijn tussen mijn schouderbladen, ik kon niet eens meer ademen.”

Venhuizen begon te lopen als een dronkeman en werd door de huisarts linea recta naar het Universitair Medisch Centrum in Groningen gestuurd. Daar lag ze diezelfde avond plat op haar rug aan een infuus en kon amper bewegen. Ze moest weken blijven. „Boeken lezen kon ik niet. Als ik mijn hoofd boog kreeg ik zo'n hoofdpijn. Mijn zenuwen waren allemaal ontstoken. Het enige wat ik kon was naar de televisie boven me kijken. Ik heb alle series gezien. Onderweg naar morgen, Goede tijden slechte tijden, Will and Grace, Dharma and Greg, Joey, Friends.”

„Zou kunnen, zegt ze op de vraag of haar ziekte – waarvoor officieel geen oorzaak is vastgesteld – door overbelasting kan komen. „Ik kwam net terug van het Europees kampioenschap, ik had een heupblessure, en dan al die trainingen.”

Met gevoelloze en niet te sturen vingers deed ze er in het ziekenhuis een kwartier over om een fax te schrijven om haar teamgenoten succes te wensen voor de Aegon Challenge Cup in Den Haag. Geen Challenge Cup voor haar, en eind maart geen WK in Gotenburg. Terwijl ze op het EK in Zagreb net zo lekker had gereden: „Een veertiende plaats, dat was de beste prestatie voor Nederland sinds 1976, geloof ik.”

Zonder een spoor van spijt en frustratie praat Venhuizen erover dat het schaatsseizoen zo treurig eindigde. „Ik werd ziek en heb me eraan overgegeven.” Ze vroeg zich wel af hoe erg ze achteruit zou gaan, Guillain-Barré kan ook de ademhalingsspieren aantasten. Maar in paniek was ze geen moment, bezweert Venhuizen. En huilen deed ze alleen van de pijn. Moeten we dat echt geloven? „Ik heb ook drie jaar anorexia gehad, de nodige blessures en ook mentale klappen. Ik weet hoe ik moet omgaan met tegenslagen.”

De sportvrouw snoept van de bonbons die ze van Joan Haanappel kreeg toen die in revalidatiecentrum Beatrixoord in Haren op bezoek kwam. Na haar ziekenhuisverblijf werd Venhuizen in Haren opgenomen. Ze is er inmiddels ontslagen en werkt nu op ambulante basis aan verder herstel. Straks gaat ze ook weer naar haar eigen huisje in Heerenveen. Tussen het revalideren door stopt Venhuizen tijd in haar vergevorderde universitaire studie communicatie- en informatiewetenschappen.

April is voor kunstschaatsers een rustige maand, het seizoen loopt van september tot eind maart. In juni zou Venhuizen weer moeten beginnen met nieuwe küren maken en nieuwe sprongen oefenen. Ze wil er nog niet aan denken. Aan stoppen trouwens ook niet. De meeste collega's zijn stukken jonger, dat wel, maar het zegt zo weinig, want veel van die jonkies haken ook weer af. „Maria Butyrskaya werd op haar achtentwintigste wereldkampioen.”

Nu is het lijf in elk geval nog niet aan schaatsen toe. En Venhuizen knoopt de ijzers ook niet zomaar weer onder. „Ik heb gezegd: Met een gevoelstoornis in mijn voeten ga ik niet schaatsen. Ik ben topsporter. Ik wil geen beperking tegenkomen in iets wat ik goed kan. Ik wil niet schaatsen op een recreatief niveau.”

Deel dit artikel