Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

...stierf de oranje freule voor het vuurpeleton

Home

Jan Kuijk

Het lot van de gebroeders De Witt is genoegzaam bekend: hoe zij op 20 augustus 1672 op de Plaats in Den Haag door het Oranje-gepeupel werden gelyncht voor hun scepsis ten aanzien van de Oranje-ambities. Maar wie bekreunt zich ooit nog over freule Van Dorth, die op 22 november 1799 vanwege haar onbezweken trouw aan Oranje in Winterswijk werd gefusilleerd door een patriottistisch vuurpeleton? Alleen in haar woonplaats Harreveld en in Winterswijk is er een Freule van Dorthstraat om de herinnering levend te houden.

De onkunde op dit terrein zal wel wat te maken hebben met de concentratie van de vaderlandse geschiedschrijving op het gewest Holland. Voor onze freule zullen we ons daarom naar de buitengewesten moeten begeven. Maar voor de juiste zetting eerst even Noord-Holland in de nazomer van 1799 - in de dagen dat de Bataafse republiek moeizaam bezig was om iets meer te zijn of te worden dan een Franse vazalstaat.

Op 27 augustus 1799 verscheen voor de kust bij Callantsoog een Engelse vloot, die naast de Britse ook de prinsenvlag voerde, met aan boord een behoorlijk (zo'n 25000 man) invasieleger. Ook de erfprins, de latere koning Willem I, kwam uit Duitsland naar Nederland terug en vestigde zich in Alkmaar. Daar deed hij een proclamatie aan het Nederlandse volk uitgaan, waarin terugkeer naar de (machts)verhoudingen van vóór 1795 werd aangekondigd.

Dat viel niet bij iedereen even goed. De proclamatie bedreigde ieder die op een of andere manier met het bestuur van de Bataafse republiek had meegewerkt, in zulke termen dat eigenlijk alleen de hardnekkige aanhangers van het oude bewind, vóór 1795, de dans ontsprongen. Clementie dus vooral voor degenen die al eerder naar Frankrijk of Duitsland waren uitgeweken.

Een tactische fout was ook dat Lord Duncas, de bevelhebber van de geallieerde vloot, over stadhouder Willem V had gesproken als over 'de wettige souverein'. Dat was niet alleen feitelijk onjuist, maar evenzeer tegen het zere been van hen, die ondanks alles aan onze oude republikeinse staatsvorm wen sten vast te houden.

Het invasieleger probeerde via de smalle landengte bij Beverwijk (het IJ en het Wijkermeer waren nog niet ingepolderd) naar het zuiden op te rukken, maar op 6 oktober 1799 werd het in de slag bij Castricum beslissend verslagen door een gecombineerd Frans-Bataafs leger. De geallieerde invasie eindigde in een flop en op 21 oktober 1799 trok ook de erfprins daarvan de consequentie. Hij verliet voor de tweede maal het land.

Een verwarrende tijd - ook voor het oosten van het land, waar de berichten uit het westen maar schaars binnenkwamen en een inval door het Pruisische leger werd verwacht. Die inval bleef uit, maar intussen begonnen heel wat Oranjeklanten, versterkt met

teruggekeerde emigranten, zich te roeren. Er vormde zich allerlei kleine bewapende legergroepen, wat des te eenvoudiger was omdat er in dat deel van het land nauwelijks Franse troepen waren.

In de nacht van 2 op 3 september 1799 ging in Dinxperloo de vrijheidsboom er aan, werd de proclamatie van de erfprins voorgelezen en woei de oranjevlag van de toren. Ook in Wester voort deden zich vergelijkbare gebeurtenissen voor met dit verschil dat hier tegelijk een aanval op Arnhem werd beraamd, maar een vijftig man sterke tegenmacht zag kans dit te verhinderen.

Op 5 september 1799, de dag die in onze geschiedenis bekend staat als de 'gele donderdag', kwam in Lichtenvoorde de Oranjepartij in beweging omdat het gerucht rondging dat de erfprins zich in Groenlo zou bevinden.

Freule Johanna Magdalena Catharina Judith van Dorth tot Holthuizen was die dag al vroeg van de partij. Met een uitbundig met oranje versierd rijtuig was ze acht uur 's morgens van de havezate Harrevelt, even buiten Lichtenvoorde, naar het dorp gekomen, waar zij met de leiders van de Oranjepartij overlegde. Ze vertrok daarop naar Groenlo om daar de komst van een groep enthousiaste Lichtenvoorders af te wachten.

Helaas - in Groenlo wist niemand iets van de erfprins (hij zat immers in Alkmaar), maar oud-burgemeester August Robert van Heeckeren van Suideras had inmiddels in Groenlo de leiding weer genomen. Met drie voormalige officieren, uitgerust met oranje, sabels en pistolen, was hij naar het gemeentehuis gegaan waar de bode gedwongen werd de proclamatie van de prins voor te lezen.

Ondertussen had zich in Lichtenvoorde een onverwachte gebeurtenis voorgedaan. Een vooraanstaande patriot, Frederik Reesink, was in de herberg doodgebleven. 'Met messteken omgebracht', zo werd er gefluisterd. Juist toen de emotie over het gebeurde zo'n beetje begon op te laaien, kwam freule Van Dorth terug. Haar enthousiasme was groot. ,,Zo moet het gaan! Er moeten er meer kapot, dat is er nog maar één'', riep ze en ze gaf haar broer Toon opdracht onmiddellijk naar Groenlo te gaan om daar de hulp van een paar duizend huzaren te halen. ,,Ze moeten allen kapot'', was haar oordeel.

Zover is het niet gekomen, want inmiddels was een Franse legermacht van 1 100 man uit Grave in de Achterhoek verschenen. De bevelhebber kondigde direct de staat van beleg aan en er volgde een grondig onderzoek. Ook de dood van Frederik Reesink en het gerucht van zijn gewelddadig einde kwamen ter sprake. ,,De moordenaar wordt op huize Harrevelt door freule van Dorth verborgen gehouden'', was het volgende gerucht. Huiszoeking leverde natuurlijk niets op, maar voor alle zekerheid werd freule Van Dorth, nu officieel aangeduid als 'oproerstookster', gevangen gezet en naar Arnhem gezonden.

Een zaak voor een militaire rechtbank. Er was immers een staat van beleg afgekondigd. De rechtbank telde vijf militairen, die in het civiele leven doende waren geweest als koperslager, leerlooier, baardscheerders en dergelijke. Herbergier Paschen was toegevoegd als vertegenwoordiger van het uitvoerend bewind. Gelukkig was er ook nog één jurist gevonden: de advocaat Bom uit Lichtenvoorde.

Het was voor de rechters duidelijk dat er een voorbeeld gesteld moest worden. En wie kon daar beter voor dienen dan een vertegenwoordigster van het oude bewind, die zo duidelijk partij had gekozen? Haar broer was zo verstandig geweest om te vluchten, maar de freule was gebleven waar ze dacht te moeten blijven.

Bij het overwegen van het vonnis hebben de rechters nog gedacht aan verbanning, maar de doodstraf leek toch beter. Er waren immers al zoveel emigranten en die hadden zojuist door hun terugkeer voor al die narigheid gezorgd. Hun gezelschap moest niet versterkt worden door een zo sterke vrouw als freule Van Dorth. Op 22 november 1799 werd het vonnis op de joodse begraafplaats in Winterswijk voltrokken door een zes man sterk vuurpeleton.

Het verhaal gaat dat ze, in haar kist neergelegd, zich nog éénmaal oprichtte. Een genadeschot maakte definitief een einde haar leven. Ze was 52 jaar.

Deel dit artikel