Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

’Staphorst heeft de naam, maar in Rijssen gebeurt het’

Home

Gerrit-Jan KleinJan

Na een eerdere documentaire over Staphorst heeft Emile van Rouveroy van Nieuwaal nu een film gemaakt over Rijssen, waar hij een ’stille oorlog’ ontwaarde tussen gematigde moslims en strenggelovige protestanten. „Er is religieuze terreur.”

Kerkgangers kwamen dreigend op hem af, mannen in stemmige kleding duwden tegen hem aan, jassen werden over de camera gegooid. Documentairemaker Emile van Rouveroy van Nieuwaal haalde voor zijn film over Rijssen de woede van het kerkvolk op zijn hals toen hij op een zondag bij de ingang van een van de gereformeerde gemeenten in het Twentse stadje filmde. Pas toen de predikant zijn toehoorders vanaf de kansel opriep de filmer met rust te laten, kon Van Rouveroy zijn werk doen.

Een veelzeggend avontuur, meent de documentairemaker. „Voor mij een bevestiging van wat ik al wist”, zegt hij. „In deze gemeenschap is de macht van Gods knecht bijna absoluut. Als de dominee wat zegt, dan volgt zijn gehoor dat op.”

Een week later deed hij, dankzij interventie van de dominee, met zijn draaiende camera wat hij wilde. Weliswaar keek zo nu en dan een kerkganger verbeten in de lens, maar Van Rouveroy werd geen haar gekrenkt.

De beelden die hij toen schoot vormen het openingsshot van zijn nieuwste documentaire ’Rijssens stille oorlog’. De film gaat over de maatschappelijke, politieke en religieuze verhoudingen in het stadje, dat bekendstaat als strengchristelijke bolwerk.

]]>

De film suggereert dat het autochtone orthodox-protestantse bevolkingsdeel zich in toenemende mate bedreigd voelt door een groeiende groep moslims in de stad. Tussen de twee bevolkingsgroepen, stelt van Rouveroy, bestaat niet alleen een ’onwrikbare tegenstelling’, er woedt niets minder dan een ’stille oorlog’. Om dit duidelijk te maken, portretteert de documentairemaker een aantal gematigde moslims en enkele strenggelovige protestanten.

Morgen gaat de film in première op het Nederlands Film Festival in Utrecht. De documentaire maakt kans op een Gouden Kalf voor de beste korte documentaire.

Het is niet de eerste film die Van Rouveroy (71) over een orthodox-christelijke gemeenschap heeft gemaakt. In 2006 toog de emeritus hoogleraar rechtsantropologie met zijn camera naar Staphorst. De film die dat opleverde, ’Staphorst in tegenlicht’, laat zien dat in het christelijke dorp een spanningsveld bestaat tussen traditie en kerk enerzijds, democratisch bestuur en vrije keuze van het individu anderzijds.

Waarom nog een film waarin een orthodox-protestantse gemeenschap een voorname rol speelt?

„Je kunt wel zeggen: wéér een film over reformatorische mensen, maar ik ben na Staphorst niet voor niets in Rijssen terechtgekomen. Staphorst heeft de naam, maar in Rijssen gebeurt het. De Rijssense bevolking is in religieus opzicht harder. Er is meer welvaart, er zitten veel ondernemers. De Rijssenaar heeft de neiging om aan de weg te timmeren. Ook met zijn religieuze overtuigingen.”

Wat bedoelt u daarmee?

„Laat ik een voorbeeld geven. Vorig jaar was er in Rijssen enorme commotie om rockfestival Elsrock. De orthodoxe kerken pakten dat enorm populistisch en fundamentalistisch op. Er lagen in de kerkgebouwen van de gereformeerde gemeenten voorgedrukte bezwaarschriften die kerkgangers aan het eind van de kerkdienst meenamen. Ze hoefden alleen maar hun naam in te vullen en het vervolgens op te sturen naar de gemeente. Orthodox Rijssen heeft zich uitermate goed georganiseerd.”

Uit dit voorbeeld klinkt geen sympathie.

„Een ander voorbeeld. Rijssen heeft een wandelroute die je langs plekken in de stad uit het leven en werk van de schrijver Belcampo voert. Vraag je ernaar bij de VVV, dan halen ze héél besmuikt een stenciltje met de route onder de toonbank vandaan. De schrijver wordt in Rijssen miskend omdat zijn novelle ’Het grote gebeuren’ godslasterlijk zou zijn. In het verhaal situeert hij het laatste oordeel in het centrum van Rijssen. Zo’n opstelling vernietigt wel een beetje mijn positieve gedachten over Rijssen. Maar mijn beeld is ambivalent. Kom ik bij dominees uit de gereformeerde gemeenten of de Hersteld Hervormde Kerk thuis, dan zijn dat vaak ongelooflijk beschaafde mensen.”

Over religie kun je makkelijker schrijven dan filmen, is de ervaring van Van Rouveroy. Mocht hij in de moskee welgeteld één keer een bijeenkomst filmen (’na stad en land afgebeld te hebben’), een kerkdienst kreeg hij helemaal niet op de film. Uiteindelijk mocht hij alleen wat mensen interviewen in het gotische interieur van de Schildkerk, een gebouw van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Hoe voorkomend de orthodoxe protestanten volgens Van Rouveroy ook mogen zijn, voor de camera willen ze doorgaans niet verschijnen. Veel deuren, zegt de filmmaker, bleven voor hem gesloten. Het komt door angst en intolerantie, gelooft hij stellig.

Begrijpt u waar die angst vandaan komt?

„Ik snap het helemaal niet. Ze zeggen altijd dat ze belachelijk gemaakt worden. Begrijp jij het?”

Als ik de orthodoxe protestanten in uw film zie, dan denk ik ook: daar heb je ze weer.

„Vind jij dat ik ze belachelijk maak?”

De mannen die u spreekt komen uit de uiterste rechtervleugel van de gereformeerde orthodoxie. U wekt zo de indruk dat heel orthodox-protestants Rijssen denkt en spreekt zoals zij, terwijl de orthodoxie in die plaats veel breder is.

„Ik zoek extremen op. Niet voor niets, die zijn voor mij als filmer het interessantst. Die personen doen uitspraken waaruit voor mij duidelijk is dat bevolkingsgroepen langs elkaar heen leven.”

De orthodoxie, ook in Rijssen, kent gematigde personen die de islam niet verketteren.

„Ik weet dat ik veel weg laat in de documentaire. Er zijn ook mensen die gezapig met elkaar omgaan.”

Heeft u bijvoorbeeld rondgevraagd in de relatief gematigde gereformeerde bond, waar ongeveer de helft van orthodox Rijssen kerkt?

„Nee, daar heb ik niet gezocht. Ik heb scherpe keuzes gemaakt. Wil je dat ik in een film van vijftig minuten alle groeperingen af ga? Als ik duidelijk had moeten maken welke religieuze stromingen je in Rijssen hebt, dan was ik de mist ingegaan. Rijssen is me in religieus opzicht te complex voor een film. Het noemen van al die geloofsgemeenschappen – van syrisch-orthodox tot Hersteld Hervormd – vind ik helemaal niet interessant.”

Gaat de film nu nog over de werkelijkheid zoals die in deze plaats beleefd wordt?

„Moet ik me hier nu gaan verdedigen dat ik als filmmaker keuzes maak? De werkelijkheid is complexer dan deze documentaire laat zien. Ik vind dat zelf ook een zwakke kant van de film. Ik laat maar een beperkt plaatje zien, maar als je me verwijt dat ik geen context geef, dan maak je denkfout. Deze film gaat namelijk helemaal niet over Rijssen.”

Wat zegt u nu?

„De film gaat niet over Rijssen, hij speelt in Rijssen. Ik laat twee bevolkingsgroepen aan het woord: orthodoxe protestanten en moslims. Dat is slechts een aspect van Rijssen. In die zin is het een beperkte film.”

Dat subtiele verschil wordt me als kijker op geen enkele manier duidelijk. Alleen de titel al pretendeert een portret van de plaats te geven. Als dit uw aanpak is, dan had u in iedere willekeurige plaats kunnen filmen waar bevindelijke gereformeerden en moslims wonen.

„Dat had ook gekund. Een orthodox-protestantse plaats is niet per se noodzakelijk voor mijn verhaal. Ik laat zien dat bevindelijke gereformeerden geen contact willen zoeken met de moslimbevolking. Ik wil onder meer laten zien dat de reformatorische hoek volgens mij zo in elkaar zit dat de theologie een barrière wordt in persoonlijke contacten met mensen die anders denken.”

De film suggereert wat anders. Het lijkt alsof de gemeenschap gespleten is en de integratie anders verloopt dan elders in Nederland.

„Ik denk dat Rijssen wat integratie betreft geen uitzondering is. Ik beken, de suggestie dat het in Rijssen anders loopt zit er inderdaad wel in. Ook de filmtitel ’Rijssens stille oorlog’ is een forse titel. Dat is zeker waar.”

Hierdoor bevestigt u wel weer een vooroordeel: in plaatsen als Rijssen wonen alleen intolerante bevindelijke gereformeerden.

„Je moet wel mensen aantrekken om te komen kijken.”

Hoe ziet u religie eigenlijk?

„Ik heb een heel linkse achtergrond, ik kom als wetenschapper uit de neomarxistische hoek. Ik wil in de film laten zien dat religie een vertegenwoordiger is van de macht. Een macht waar onvoldoende controle op is. Er is religieuze terreur, merk ik. Er komen refo’s bij mij die zeggen: ’Meneer Rouveroy, u hebt helemaal gelijk, maar we durven er niet over te praten’.”

Eigenlijk bent u zo’n ouderwetse linkse ontmaskeraar.

„Als je me zo noemen wilt, prima. Dominees bedrijven in Rijssen politiek. Zo moet het niet zijn. Ze geven Gods woord door – meer niet. Er zijn machten binnen de refogroepen die despotisch te noemen zijn, de voorbeelden heb ik je net gegeven. Machtsstructuren houden mensen in die groepen gevangen.”

Wat is uw doel met deze film?

„Ik vind dat mensen zich in Rijssen op eilandjes terugtrekken. Ik geloof dat ik ze door deze film bij elkaar breng. Door de film weten ze van elkaars bestaan.”

U werpt zich op als een soort messias voor Rijssen?

Lacht: „Dat predicaat werp ik natuurlijk van me. Maar ik weet absoluut zeker dat als de film in Rijssen te zien is, de zaal afgeladen vol zit. Net als toen in Staphorst. Ook dat was een topper.”

Lees verder na de advertentie
De foto van de filmposter. (Trouw)
Emile van Rouveroy van Nieuwaal (Trouw)
Beeld uit Van Rouveroys documentaire met Felix Schoonewille en boekhandelaar Wieger Smeijers, de orthodox-protestantse hoofdpersonen. (Trouw)

Deel dit artikel