Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Sla geen alarm over democratie'

Home

Maaike van Houten

Carolien van Ham: 'Misschien is het goed om samenwerking tussen partijen binnen een links en een rechts blok te bevorderen.' © Werry Crone
Interview

Dreigt de Nederlandse democratie te bezwijken onder boosheid, cynisme en desinteresse? Allemaal doemverhalen, stellen drie politicologen in een nieuw boek. 'Het beeld dat het vertrouwen is gedaald klopt gewoon niet.'

Te midden van een zee van somberheid over de staat van de democratie in Nederland, is er dan nu het boek van politicoloog Carolien van Ham (33) en twee collega's. De titel is 'De wankele democratie', maar dan heb je het wel gehad met het alarmerende karakter. In een zeer leesbaar betoog ondergraven de drie de ene na de andere populaire stelling over de verhouding tussen burger en politiek.

Jonge mensen zijn nog wantrouwender over het politieke systeem dan oudere generaties? Onzin! De onvrede en boosheid onder lager opgeleiden wordt alleen maar groter? Onbewezen! En, hun hamvraag: schudt het Nederlandse democratische systeem op zijn grondvesten, in die zin dat mensen zich er steeds meer van afkeren? Welnee, die legitimiteitscrisis - zoals politicologen dat noemen - is niet minder dan een mythe. Weg ermee!

Waarschuwingen
"Wij ageren tegen al die doemverhalen, dat de democratie in een crisis verkeert, dat er morgen een dictatuur komt als we niet oppassen. Dat is allemaal heel erg overdreven, dat soort opvattingen jaagt alleen maar angst aan", zegt Van Ham, verbonden aan de Universiteit Twente. "Wij kijken liever welke gegevens er nou precies liggen. Er zijn mensen ontevreden. Wie zijn dat, en waar zijn ze ontevreden over? Neem dat als aanleiding om dingen te verbeteren. Dat is veel nuttiger dan het steeds maar weer luiden van de alarmbel."

De waarschuwingen dat het politieke systeem op zijn laatste benen loopt, zijn overal. In de media, op straat - vraag aan mensen of ze tevreden zijn over de politiek, en tien tegen een dat het antwoord negatief is. Maar ze staan ook in officiële documenten. Van Ham en haar collega's Jacques Thomassen en Rudy Andeweg halen de Raad voor het openbaar bestuur aan, die een paar jaar geleden schreef dat er "bezien over een langere periode - inderdaad sprake is van tanend vertrouwen in parlement, regering en vooral politieke partijen."

De drie noemen ook David van Reybrouck, de Belgische archeoloog en cultuurhistoricus die zich ontwikkeld heeft tot een scherpzinnig waarnemer van de moderne westerse democratie. De mankementen kunnen naar zijn overtuiging alleen door een drastische ingreep - geen verkiezingen maar politici bij loting aanstellen - voorgoed gerepareerd worden.

Lees verder na de advertentie
Jonge mensen zijn nog wantrouwender over het politieke systeem dan oudere generaties? Onzin!

© Trouw | Bron: Eurobarometer

Behoorlijk positief
Op verzoek van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen zochten de drie politicologen uit of de representatieve democratie in een legitimiteitscrisis verkeert. De KNAW heeft hier een internationaal project voor opgezet, maar het boek De wankele democratie beperkt zich tot Nederland. Vanmiddag wordt hun boek gepresenteerd, bij een discussiemiddag over het KNAW-onderzoek.

"Het beeld dat het vertrouwen in het politieke systeem is gedaald klopt gewoon niet", zegt Van Ham. Hou je bij de feiten, adviseert ze, wijzend op de overdaad aan cijfers die bewijzen dat Nederlanders vergeleken met andere Europeanen, behoorlijk positief zijn over hun stelsel. 86 procent is trots op Nederland, 93 procent vindt ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging de beste bestuursvorm, 77 procent is tevreden over het functioneren van de democratie. En ga zo maar door: Nederland hoort ook steevast in de hoogste regionen bij het vertrouwen in het parlement, politieke partijen, politici, ja zelfs in de regering.

Conclusie: Nederland is een high trust land. Natuurlijk, er zijn schommelingen, er zijn jaren dat het vertrouwen wat afneemt, de tijd van Fortuyn, maar ook eind jaren zestig, toen de regeringsverklaring van het kabinet-De Jong repte over 'onvrede, onbehagen en onzekerheid'. Maar altijd, zeggen de wetenschappers, is er herstel.

Ook uit de rapporten van bijvoorbeeld het sociaal en cultureel planbureau blijkt keer op keer dat het met het vertrouwen nog niet zo slecht gesteld is. Waarom gaat die boodschap er zo moeilijk in?
"We hebben er nog geen antwoord op. Een verklaring zou kunnen zijn dat een alarmerend verhaal beter verkoopt. Marketing, dus. Als je een boodschap urgent maakt, krijgt die meer aandacht. Het zou ook zo kunnen zijn dat ontevreden burgers politiek actiever zijn, of dat media die ontevreden mensen eerder opzoeken. Dat geeft een vertekend beeld. Maar de discussie over legitimiteit is ook gewoon eigen aan de democratie. Democratie is nu eenmaal een ideaal, dat in werkelijkheid nooit helemaal gerealiseerd zal worden. Het verschil tussen ideaal en werkelijkheid leidt tot een permanent debat over de tekortkomingen van de democratie. Dat is goed, want zo kan de democratie verbeterd worden, althans, dat is de hoop."

"Democratie berust op de instemming van de burgers, dat is heel belangrijk. Mensen houden zich aan wetten en regels, omdat ze democratisch tot stand zijn gekomen. Als die steun wegvalt, kan gehoorzaamheid aan wetten alleen nog worden afgedwongen en leven we niet meer in een democratie. Legitimiteit is daarom een van de belangrijkste criteria voor de kwaliteit van de democratie."

Het beeld dat het vertrouwen in het politieke systeem is gedaald klopt gewoon niet

U stelt vast dat ouderen enthousiastere stemmers zijn dan jongeren. Die hebben ook minder politieke interesse. De democratie verkeert nog niet in crisis, zegt u, maar betekent deze houding van jongeren dat die crisis er wel aan zit te komen?
"Nee. Het verraste mezelf ook. Sinds Plato wordt er geklaagd over de jeugd, maar de feiten liegen er nu niet om. Jongeren zijn minder politiek betrokken. Je zou verwachten dat ze ook minder vertrouwen hebben in het systeem, dat ze minder tevreden zijn. Maar dat is niet zo. Ze zijn veel minder cynisch over politiek dan ouderen en ze zijn tevredener over het functioneren van de democratie. En dat blijft ook zo als ze ouder worden. Dat is heel positief."

Er is geen crisis, er komt geen crisis. Waarom is de democratie dan toch wankel, zoals u zegt in de titel van uw boek?
"Ha, misschien hebben we ons toch laten verleiden tot zo'n waarschuwing, om aandacht te krijgen? Nee, we hebben er wel over nagedacht. Een legitimiteitscrisis is er niet; de meeste Nederlanders zijn tevreden over de democratie. Maar het zou dommig of kortzichtig zijn om daaruit te concluderen dat er verder geen problemen zijn met de democratie. Bepaalde ontwikkelingen hebben wel negatieve gevolgen.

"Neem het verschil in politiek vertrouwen tussen hoger en lager opgeleiden. Vanaf de jaren zeventig zijn mensen met een lagere opleiding al ontevredener. Maar de kloof tussen die twee is sindsdien niet groter geworden. Dat vond ik verrassend. Maar eigenlijk is dit een veel zorgelijker gegeven. We weten al veertig jaar dat lager opgeleiden ontevredener zijn over politiek. Dat is nog steeds een vrij grote groep mensen, en we doen er niks aan. Als zij dan ook nog eens stemmen op partijen op de vleugels van het politieke spectrum die telkens niet in de regering komen, dan kan hun vertrouwen weleens nog verder worden ondermijnd."

Is daar wat aan te doen?
"Ons boek is een aanzet voor discussie, kant- en-klare oplossingen hebben we niet. Voor lager opgeleiden moet je waarschijnlijk meer naar het functioneren van de overheid kijken. Is de toegankelijkheid gewaarborgd van publieke diensten, van de rechtspraak? Als dat zo is, neemt het vertrouwen toe, ook in het democratisch systeem. Kiezers worden steeds geëmancipeerder, dat is goed voor het individu, maar op een hoger niveau leidt dat wel tot problemen.

"De formatie van een regering is complex, ideologische verschillen tussen partijen zijn moeilijker te zien, mensen maken zich zorgen over een gebrek aan daadkracht bij de regering, en over de versnippering van het politieke landschap. Misschien is het goed om samenwerking tussen partijen binnen een links en een rechts blok te bevorderen, zodat de PvdA minder makkelijk gaat regeren met de VVD. Je kunt ook de rol van de Eerste Kamer beperken, zodat het minder erg is dat de regering daar geen meerderheid heeft. Dat vergroot de daadkracht en dat stellen kiezers op prijs. Het is goed over deze dingen in debat te gaan. Want er is dan wel geen crisis, je moet wel aan de democratische legitimiteit blijven werken."

Jongeren zijn veel minder cynisch over politiek dan ouderen en ze zijn tevredener over het functioneren van de democratie. Dat blijft ook zo als ze ouder worden

Teken van emancipatie
Hoe komen de drie wetenschappers tot hun ontnuchterende bevindingen? Ze hebben de opvattingen van Nederlanders over democratie en politieke instellingen in kaart gebracht. Wat blijkt, Nederlanders zijn de afgelopen jaren niet negatiever gaan denken en in vergelijking met andere Europeanen zijn ze heel tevreden. Daarnaast hebben ze vier factoren bestudeerd die vaak worden genoemd als bewijs voor massaal verspreide onvrede over de politiek: minder mensen gaan stemmen, minder mensen zijn lid van een politieke partijen, meer kiezers zweven en het populisme is in opkomst.

De drie wetenschappers stellen het volgende tegenover deze schijnbaar sterke verklaringen. Bij verkiezingen komen minder mensen opdagen - vooral bij andere verkiezingen dan die voor de Tweede Kamer - maar dat wil nog niet zeggen dat hun politieke interesse ook is gedaald. Vooral hoger opgeleiden doen mee aan inspraak, acties en wat dies meer zij. Conclusie: mensen zijn niet minder, maar anders actief geworden.

En ja, kiezers zitten minder vastgebakken aan een partij dan in de verzuilde tijd. Maar dat is eerder een teken van emancipatie, vinden de auteurs, dan van politieke onvrede. Mensen kijken per verkiezing welke standpunten het beste bij hen passen. Dat is in de ogen van de auteurs precies wat je wilt in een democratie. Bovendien, kiezers zweven in een kleine ruimte: tussen linkse partijen, of tussen rechtse. Overloop tussen die blokken is er weinig.

Dat het aantal leden van politieke partijen in vijftig jaar is gehalveerd, is ook al geen teken dat het er slecht voor staat met de democratie. Vrijwel alle maatschappelijke organisaties hebben hun ledental zien afnemen, dat is niet uniek voor de politiek.

Tot slot de populistische partijen, waar de drie wetenschappers naast de PVV tot begin 2000 ook de SP onder scharen. Zij noemen dat een 'alleszins rationele keuze'. De gevestigde politieke partijen hebben 'een slechte neus' voor de 'veenbrand' rond integratie en recenter Europa. Mensen stemmen SP of PVV omdat die het beste hun opvattingen vertegenwoordigen, niet omdat ze tegen het systeem als zodanig zijn - al stemmen mensen die ontevreden zijn over de gevestigde orde veel vaker op een protestpartij dan mensen die wel vertrouwen hebben in het systeem. Voor zover er dan ook een verband is met onvrede, dan ziet het drietal die hier, bij de de populariteit van populistische partijen.

Carolien van Ham, Rudy Andeweg, Jacques Thomassen: 'De wankele democratie'. Prometheus Bert Bakker. 176 blz, € 24,95.

Mensen stemmen SP of PVV omdat die het beste hun opvattingen ver­te­gen­woor­di­gen, niet omdat ze tegen het systeem als zodanig zijn

Deel dit artikel

Jonge mensen zijn nog wantrouwender over het politieke systeem dan oudere generaties? Onzin!

Het beeld dat het vertrouwen in het politieke systeem is gedaald klopt gewoon niet

Jongeren zijn veel minder cynisch over politiek dan ouderen en ze zijn tevredener over het functioneren van de democratie. Dat blijft ook zo als ze ouder worden

Mensen stemmen SP of PVV omdat die het beste hun opvattingen ver­te­gen­woor­di­gen, niet omdat ze tegen het systeem als zodanig zijn