Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Sesamstraat wordt meer en meer reality-tv'

Home

ROP ZOUTBERG

“Het is een vis!” In Sesamplein uit 1974 wordt op heldere wijze het verschil tussen dichtbij en veraf uitgelegd, telt een vrolijke stem tot twintig en ontstaat uit driehoekjes een dier. De kinderen worden tamelijk bevoogdend toegesproken en de techniek ziet er beroerd uit. Toch is het geraamte van Sesamstraat al goed zichtbaar. Kinderen zingen: 'Sesamplein / Het pleintje van zonneschijn / Waar het zo fijn kan zijn'.

Sesamplein werd afgelopen woensdag uitgezonden in verband met het twintigjarig bestaan van Sesamstraat. Een bijzondere gebeurtenis, want het is nooit de bedoeling geweest Sesamplein ooit op tv te laten zien. In de proefuitzending verkoopt Adèle Bloemendaal letters van piepschuim van een handkarretje. “Die scène is wel heel expliciet”, vindt Aart Staartjes, regisseur van en acteur in het huidige Sesamstraat. “Dat zouden we nu niet meer doen. Het is beter om per ongeluk een letter te ontdekken dan kinderen maar meteen het hele alfabet in de strot te duwen.”

Pas recentelijk dook Sesamplein op, tijdens een historisch onderzoek van Ajé Boschhuizen naar de televisieserie Sesamstraat in de periode tussen 1969 en 1994. Boschhuizen werkte sinds 1991 als redactielid bij het programma en promoveerde er vorig jaar op. Zijn proefschrift 'Mensen maken de straat' geeft een goed beeld van de tijdgeest bij het ontstaan van het programma.

Zes jaar voor de eerste officële uitzending van het kinderprogramma in Nederland, op zondag 4 januari 1976, ijverden programmamakers van NOS en Vara al voor een bewerking van het Amerikaanse Sesame Street. Ze werden daarin gesteund door Dolph Kohnstamm, lector in ontwikkelingspsychologie aan de universiteit van Utrecht. Kohnstamm was verbonden aan het Utrechts Pedagogisch Instituut, waar kinderen uit achterstandsbuurten met hun ontwikkeling geholpen werden.

Op een congres in 1970 vertelde een linguïste Kohnstamm over het succes dat Sesame Street in de Verenigde Staten boekte. Het programma was opgezet voor dezelfde groep kinderen als waar Kohnstamm mee werkte.

Er was in Amerika vier jaar gewerkt aan Sesame Street, dat door Childrens' Television Workshop (CTW) werd ontwikkeld. De bedoeling was om niet-blanke stadskinderen van ouders met lage inkomens te helpen hun leerachterstand weg te werken. De makers wilden de kijkertjes onder andere sociale vaardigheden bijbrengen en taal en rekenen leren, maar realiseerden zich terdege dat de commerciële televisie een lastige concurrent was.

“We wisten dat jonge kinderen jaren voor ze naar school gingen al veel televisie keken. We wisten ook dat ze van cartoons hielden, spelletjes, sketches. Kinderen reageren op slapstick en muziek, en voelen zich boven alles aangetrokken tot snelle, zeer visuele en vaak herhaalde reclamespotjes”, schreef de destijds bij het project betrokken televisieproducente Joan Cooney achteraf.

Het was volgens haar dan ook niet eens zo revolutionair om al die technieken in Sesame Street te gebruiken om kinderen basisvaardigheden als het herkennen van letters en simpel rekenen te leren. Een snelle vormgeving zou ook mooi kunnen helpen om de slag met de commerciële televisiestations aan te gaan.

POPPEN Cooney benaderde ook poppenmaker Jim Henson. Die maakte op dat moment furore met zijn Muppets, en in de ogen van Cooney kon niemand anders zo'n verscheidenheid aan eigenzinnige televisiepoppen creëren als Henson. Maar Cooney wilde niet alleen poppen, om te voorkomen dat het programma al te statisch werd. Daarom werd een straat verzonnen waarin mensen en poppen met elkaar samenwonen.

De acht miljoen dollar die nodig waren voor de serie kwamen van het ministerie van onderwijs, omroepen en particuliere organisaties (waaronder The Ford Foundation). Voor reclame en distributie werd maar liefst acht procent van het budget uitgetrokken, wat voor die tijd een fors bedrag was. Het succes bleef niet uit: 190 publieke stations besloten Sesame Street uit te gaan zenden, waardoor negen van de twaalf miljoen Amerikaanse kleuters het programma konden zien. Nog in het eerste jaar won Sesame Street de Prix Jeunesse voor kindertelevisie in München.

In maart 1970 publiceerde Dolph Kohnstamm in Vrij Nederland een artikel over de effecten die Sesame Street ook in Nederland kon hebben. Het verhaal miste zijn uitwerking niet. Toch zou het, door langdurig overleg binnen de werkgroep Jeugd van de NOS, nog jaren duren voor de proefaflevering Sesamplein gemaakt kon worden. Dat was dus in de zomer van 1974, deels op lokatie in Amsterdam-Noord. Sesamplein doorstond de toets der kritiek, op een zure opmerking van de EO over de aanwezigheid van Alexander Pola in het programma na.

Een redactiecommissie zette een jaar later tien doelstellingen op papier waaraan de Nederlandse bewerking van Sesame Street moest voldoen. Een greep uit die lijst leert dat de makers Nederlandse en Vlaamse kinderen tussen drie en zes jaar wilden aanspreken. Men wilde werken aan een 'positieve instelling van kinderen tegenover lees-, schrijf- en rekenonderwijs'. De kijkers moesten affectief aangesproken worden en moest geleerd worden hoe ze konden nadenken over kleine problemen. Ook moest Sesamstraat de relaties tussen kinderen en oudere mensen bevorderen.

PRETTIG EN VEILIG “Ik denk dat we Sesamstraat nog steeds voor een heel breed publiek maken”, zegt Aart Staartjes nu. “Ook doordat er nog steeds kinderen in achterstandposities zitten. Sesamstraat is een prettig en veilig wereldje.” Staartjes is sinds 1981 bij de serie betrokken, in wisselende functies als redactielid, regisseur en vertolker van de rol van 'meneer Aart'. De laatste ontstond eigenlijk toevallig in 1984, toen acteur Lex Goudsmid door een rol in een musical slecht inzetbaar was.

Meneer Aart is bij kinderen vrij populair, net als de wat ondeugende Tommie, die twintig jaar geleden door regisseur Ton Hasebos uit een oude bontjas van zijn vrouw gemaakt werd. (De regisseur maakte ook Pino, naar het voorbeeld van Big Bird uit Sesame Street). Aart Staartjes: “Ik had meer weerstand tegen meneer Aart verwacht. Hij liegt, steelt en is een verschrikkelijke kankerpit. Meneer Aart is zo'n typisch Nederlandse figuur. Hij geeft ook aanleiding tot conflicten, en dat ontbrak erg in de serie.”

Zijn consequente uitspraak van 'Pienjo' en plaats van 'Pino' levert nog steeds reacties op. “Kinderen blijven mij maar corrigeren. Dat betekent dat ze luisteren, dat ze zo'n grapje doorzien. Mooier kun je het eigenlijk niet wensen.”

De algemene indruk die het proefschrift van Ajé Boschhuizen achterlaat, is dat Sesamstraat in onderwerpkeuze veel tijdlozer is geworden. Niet langer wordt geforceerd aan zoiets als integratie gewerkt, door een Surinaamse acteur uitsluitend autochtone kinderen voor te laten lezen. Noch zal Sien tegen Piet zeggen dat hij maar zèlf die knoop aan zijn hemd moet zetten. Staartjes: “We houden ons minder krampachtig bezig met die man-vrouwverhouding. Sien kan net zo goed een boodschappentas dragen. We leggen daar niet meer zoveel nadruk op.”

Wat wel gebleven is, is dat de makers moderne televisietechnieken van andere programma's overnemen. Aals voorbeeld noemt Staartjes een cameravoering vanaf de schouder, zoals bij de Sinterklaasaflevering. Maar ook de snelheid van bijvoorbeeld soaps heeft invloed. “Sesamstraat wordt meer en meer reality-tv.”

De NOS verzorgt morgenavond een lange jubileumuitzending over twintig jaar Sesamstraat. Het is een verhaal vol vreemde gebeurtenissen. Tommie, Pino en Ieniemienie lossen het raadsel op, maar komen daardoor voor grote problemen te staan.

“Pino is de jongste van Sesamstraat”, zegt poppenspeelster Renée Menschaar. “Hij is erg naïef, hoewel hij uitschieters naar boven heeft. Pino is de liefste.” Sinds 1991 speelt Menschaar Pino. Dat is overigens geen gemakkelijk werk. In tegenstelling tot de spelers van Tommie en Ieniemienie moet ze helemaal in het pak kruipen. Met één hand bespeelt ze de kop, en binnenin kan ze op een monitor van het formaat postzegel (in spiegelbeeld) enigszins zien wat ze doet. Twaalf kilo aan batterijen maken de klus er niet eenvoudiger op.

Pino en Tommie werden in Nederland ontwikkeld, niet bepaald tot volle tevredenheid van het Amerikaanse CTW. In 1980 dreigden de twee karakters zelfs te verdwijnen, omdat CTW vond dat ze zo slecht te merchandisen waren. Als compromis verzon regisseur Hasebos toen de muis Ieniemienie, die deze eigenschap wèl had. Maar CTW ging zich vanaf dat moment streng met de Nederlandse poppen bezig houden, en vervaardigde een remake van Tommie. Ook Pino moest er aan geloven. Het pak werd niet geheel zonder problemen verscheept naar de VS. Een telex van CTW naar de NOS: 'Geloof het of niet. Pino wordt vastgehouden door de douane omdat hij gedeeltelijk van veren is gemaakt.'

Renée Menschaar is al lang bij Sesamstraat betrokken. In 1984 trad ze aan om de twee poppenspeelsters van Tommie te assisteren. Ze zegt veel en graag naar kinderprogramma's te kijken. “Zolang ik dat heb is het wel goed. Ik vind dat kinderprogramma's heel erg veranderd zijn. Kinderen hebben ruzie, pesten elkaar, hebben verdriet. Er is wat dat betreft ook veel meer emotie in Sesamstraat gekomen. Kinderen zijn harder en veel mondiger geworden, maar dat wil niet zeggen dat je daar helemáál op moet inspelen. We moeten zeker niet ieder jaar onze opzet wijzigen. Sesamstraat is ook de veilige plek die niet verandert.”

Deel dit artikel