Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Raadsleden moeten leren als burger mee te praten'

Home

MAAIKE VAN HOUTEN

In de gemeente Peel en Maas bepalen de bewoners zelf wat hun dorp nodig heeft

Ook al is het al vijftien jaar geleden, ambtenaar Geert Schmitz weet nog goed hoe groot de schok was toen zijn Limburgse gemeente geld weigerde voor zichtbare projecten om de leefbaarheid in dorpen te vergroten. We gaan als gemeente geen dorpshuizen meer opknappen of speeltuintjes aanleggen, zeiden de Limburgse bestuurders. Ze wilden alleen geld geven als ze dat mochten steken in het op gang brengen van gesprekken tussen de dorpsbewoners, waarin die zelf konden formuleren hoe zij de toekomst van hun gemeenschap zagen en zelf konden aangeven welke rol zij daar in hadden en wat er van de overheid moest komen.

Schmitz, strateeg bij de fusiegemeente Peel en Maas (43.000 inwoners), kan het niet vaak genoeg benadrukken. Elke poging om de relatie tussen overheid en burger te verbeteren, is gedoemd te mislukken zolang de overheid vergeet te beginnen bij wat hij ziet als het begin: de relatie tussen mensen onderling, in hun gemeenschap, of dat nu hun familie is, hun buurt, dorp, de school, de hobbyclub of internet. "Er was helemaal geen besef dat je zonder de overheid een gemeenschap kan vormen", blikt hij terug. "De overheid komt voort uit de gemeenschap, maar dat zijn we kwijtgeraakt. We hebben het zelfs omgedraaid, dat er geen gemeenschap is zonder overheid. Dat is onzin!"

Welkom in de Proeftuin Zelfsturing, een vernieuwend concept van de verhouding tussen burgers en overheid, waaraan naast de gemeente Peel en Maas onder andere ook de provincie Limburg en de regionale welzijnsorganisatie meedoen. Kern van het denken is dat mensen zelf werken aan de kwaliteit van hun leven en van hun leefomgeving, en dat ze daar niet in eerste instantie, maar pas als het niet anders kan de overheid bij inschakelen. De gemeente strooit dus niet meer met subsidies voor dorpshuizen, maar vraagt dorpsbewoners zelf een visie te ontwikkelen over wat er nodig is in het dorp, en hoe ze dat denken te gaan realiseren. In de ene kern bleek de kroegbaas het dorpshuis wel te willen uitbaten, in de andere maakt het plaatselijke café dankbaar gebruik van de grote zaal in het dorpshuis.

"Wij hoeven niet te zeggen hoe ze de zaken moeten organiseren, dat kunnen ze prima zelf. En de verschillen tussen de dorpen vinden ze niet langer onrechtvaardig, maar die geven juist nieuwe energie", zegt Schmitz. De gemeente onderhoudt ook de sportvelden niet meer; dat doen groepjes vrijwilligers, voor wie dit werk meteen een sociaal evenement is. En als een zieke ergens heen wil, dan komt niet meteen een taxi voorrijden, maar wordt eerst gekeken in de buurt. Logisch gevolg zal uiteindelijk zijn, verwacht Schmitz, dat de gemeente toekan met minder ambtenaren dan nu.

In de praktijk merkt hij dat de bewoners de nieuwe visie makkelijk oppikken. Moeilijker ligt dat bij raadsleden. "Zij worden aangesproken op dingen die niet goed gaan. Kan hij dat voor ons regelen, vroegen ze. Raadsleden moeten leren dat ze meepraten als burger, maar niet als raadslid."

Maar het lastigst is de omslag voor de burgemeester en haar wethouders. "Zij zien zichzelf als mensen die problemen op moeten lossen. Daar zijn ze voor. Zelfsturing vraagt van hen dat ze die houding veranderen, dat ze vertrouwen op een gemeenschap die zich ontwikkelt, met een overheid die op de achtergrond aanwezig is. Niet als bepaler, maar als ondersteuner als dat nodig is. We praten veel over democratie, maar het is allemaal van boven naar beneden. We moeten niet sturen op resultaat, maar op het proces. Want de kwaliteit van de gemeenschap bepaalt ook de kwaliteit van de democratie."

Schmitz wil dit model niet ophemelen - er gaat ook weleens wat mis. Het dorp Koningslust wilde een winkel beginnen. Er kwam van alle kanten subsidie, onder de voorwaarde dat er elke dag 2,50 euro per inwoner aan omzet zou zijn. Dat lukte niet, en de wethouder zette het experiment stop. Zulk soort tegenvallers moet je incalculeren, vindt de ambtenaar. "Er mag best eens iets mislukken; dan blijft het betere vanzelf over."

In de doe-democratie moeten mensen de handen uit de mouwen steken, schrijft de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid in zijn recente rapport 'Vertrouwen in de burger'. Maar hoe gaat dat in de praktijk? Trouw praat daarover met professionals en vrijwilligers. Vandaag aflevering 5: Geert Schmitz, strateeg bij de gemeente Peel en Maas.

Opvang voor mensen met lichamelijke of psychische problemen
Het hele zaaltje van het dorpshuis geurt naar de worstjes die in de keukenhoek worden gebakken, de aardappels kunnen bijna worden afgegoten, de tafel is gedekt, een tiental ouderen is aangeschoven. Sinds het klooster in Helden, gemeente Peel en Maas, is verbouwd tot dorpshuis, is er dagopvang voor meest oudere mensen met somatische of psychische klachten. Ze worden door vrijwilligers gebracht en gehaald, en achter de pannen staan vrouwen die de zaak draaiende houden zonder dat ze ervoor betaald krijgen. Elke dag is er ook een professionele kracht voor de verzorging.

Op dat handjevol beroepskrachten na is het hier allemaal door en voor het dorp: de vrijwilligers en de cliënten komen allemaal uit Helden zelf. Dat was ook het idee van de dorpsbewoners. Als er hier ergens behoefte aan is, dan is het aan dagopvang voor mensen die anders waren aangewezen op een instelling in Panningen, een paar kilometer verderop. Daar is weliswaar meer gespecialiseerde hulp, zoals een fysiotherapeut, maar de mensen in Helden vinden dat net wat minder belangrijk dan deze opvang zo dichtbij. "Ik kan het niet meer missen", zegt de een. "De sociale contacten zijn heel belangrijk, thuis zit je maar alleen", zegt een ander.

Het eten wordt geserveerd. Vanmiddag bedenken de vrijwilligsters wat ze volgende week op tafel zetten en wie boodschappen doet.

Deel dit artikel