Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

"Bij ons thuis gaat het altijd over onderwijs."

Home

Irene Schoenmacker

Fenje Koksma aan het werk op basisschool 'de Hoeksteen' in Surhuisterveen. © Sjaak Verboom

Hij werkt op het vmbo, zij in het basisonderwijs. Peer Besselink en Fenje Koksma hebben het thuis regelmatig over hun werk. 'Waar heb je de tijd om die kinderen überhaupt nog wat te leren?'

Ze hakketakken nog wel eens wat af, aan de keukentafel in het klein dorp in het noorden van Groningen. Fenje Koksma (44) is juf in groep zes op een basisschool in Friesland, haar partner Peer Besselink (54) docent techniek op het vmbo. "Bij ons thuis gaat het eigenlijk altijd over onderwijs."

Lees verder na de advertentie

Er zit nogal wat verschil tussen het voortgezet en het primair onderwijs, vinden ze. Kijk bijvoorbeeld maar naar het salaris: een docent op de middelbare school verdient veel meer dan een juf of meester in het primair onderwijs.

Maar er zijn ook overeenkomsten: in beide sectoren wordt stevig geklaagd over de hoge werkdruk, de grootte van de klassen en de invoering van het passend onderwijs. Hoe kijkt dit onderwijsstel, beiden fulltime werkend, naar deze verschillen?

Dat fulltime werken is gelijk al 'een prikkelpuntje' begint Fenje. Peer heeft elke maandag lesvrij om te studeren en zijn lessen voor te bereiden, Fenje moet vijf dagen per week op school aanwezig zijn. "Maar als ik ga tellen, hebben we wel hetzelfde aantal lesgebonden uren. Waar is mijn lege maandag? In het basisonderwijs kan zoiets niet."

Het werk is onderwijzen én opvoeden tegelijk geworden

Fenje Koksma

De werkdruk is hoog en de laatste jaren 'enorm toegenomen'. Vooral in het primair onderwijs, waar de verschillen in niveaus tussen kinderen groter zijn. Er is de laatste jaren veel bijgekomen: schoolprogramma's gericht op gezonde voeding, het pestprotocol, mediawijsheid... "Zo ontstaat er meer druk en is het werk onderwijzen én opvoeden tegelijk geworden."

En dat is anders op het voortgezet onderwijs, vindt ze. Als je leerlingen de hele dag in de klas hebt kan je lastig gedrag of sociaal-emotionele problemen niet een keer door de vingers zien of negeren, zegt Fenje. "Bovendien kan iemand in het voortgezet onderwijs die middelmatig presteert het veel langer volhouden en zijn tijd uitzitten doordat de klassen rouleren. Dat kan in het basisonderwijs echt niet meer."

Peer is het daarmee eens. "Er zijn collega's die nog nooit van de term differentiëren hebben gehoord. De leerlingen die het heel goed doen, worden bij ons nogal eens vergeten omdat we ons voornamelijk concentreren op de middenmoot en de onderkant."

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

© Sjaak Verboom

Salaris

De laatste tijd is er in het onderwijs veel te doen over het salarisverschil tussen de sectoren, dat kan oplopen tot honderden euro's per maand. "Flauwekul", noemt Fenje het verschil. "Er wordt beargumenteerd dat mensen in het voortgezet onderwijs een hogere opleiding hebben genoten. Dat is niet waar: in het primair onderwijs zijn net zo goed mensen met een afgeronde master: denk bijvoorbeeld aan zij-instromers. Bovendien is het niet belangrijk wat mensen hebben als vooropleiding, maar wat ze leveren op de werkvloer. Iedereen herinnert zich wel de natuurkundedocent met een fantastische opleiding die het echt niet kon overbrengen. Ik heb zelf op de middelbare school bijna alleen maar van dat soort docenten gehad in de exacte vakken: dat waren ontzettend intelligente, hoogopgeleide mannen, maar didactisch gezien niet sterk. Dat klinkt onaardig, maar zo was het wel."

Peer: "Die horen daar niet te zijn". Fenje vult aan: "Maar ze worden wel goed beloond, die lesboeren die hun methodes afdraaien zonder enige vorm van interactie."

Je hebt dezelfde verantwoordelijkheid, zeggen beiden. "Die kloof is daarom erg onterecht", zegt Peer. Zouden didactische vaardigheden zwaarder moeten wegen? "Ja, natuurlijk moet dat", zegt Fenje. "Daarmee valt of staat je hele onderwijs. De kennis van je vak bepaalt niet de kwaliteit van je onderwijs. Als je niet bevlogen bent, geen pedagogische vaardigheden hebt, dan leren kinderen helemaal niets."

Er wordt veel meer dan vroeger gekeken naar je taalgebruik, de interactie met de kinderen en of ze wel uitgedaagd worden

Fenje Koksma

Gelukkig wordt er de laatste jaren wel meer aandacht besteed aan dit soort kwaliteiten en ook gewogen, zegt Fenje. Ook bij haar werk: een positieve ontwikkeling. Peer: "Dat doen wij ook hoor." Fenje: "Hou je nou even stil." Ze pauzeert, kijkt quasiboos opzij en vervolgt: "Er wordt veel meer dan vroeger gekeken naar je taalgebruik, de interactie met de kinderen en of ze wel uitgedaagd worden. Dat wordt dan gewoon gevinkt bij de lesbezoeken. Ik vind dat goed en nuttig."

"Wij proberen zo'n soortgelijk systeem te vinden", zegt Peer, "maar we zijn in het voortgezet onderwijs nog erg aan het zoeken." Hij laat af en toe een pauze vallen om even na te denken. "Dat is wel een groot verschil tussen de onderwijssectoren. Ik heb wel eens gedacht: waar heb je de tijd om die kinderen überhaupt nog wat te leren? Jullie zijn in het primair onderwijs voortdurend bezig met monitoren waar ze staan, en aan het toetsen en testen en overal komen lijnen en grafieken uit. Wij hebben dat helemaal niet."

"Dat is inderdaad een veelgehoorde klacht in het primair onderwijs", zegt Fenje. Al dat documenteren: ze erkent enerzijds het belang, anderzijds levert het enorm veel werk op. Fenje: "Je moet als leraar tegenwoordig behoorlijk eigenwijs zijn: alleen opschrijven wat echt nodig is, maar natuurlijk wel goed blijven kijken en analyseren. Ik kijk bijvoorbeeld niet elke dag de schriften na, dat laat ik de kinderen zelf doen. En ik toets elke drie weken, niet elke week."

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Peer Besselink (54) docent techniek op het vmbo. © rv

ADHD en dyslexie

Een onderwerp waar beide sectoren de laatste jaren veel mee te maken hebben gehad is het passend onderwijs. Sinds 2014 wordt er van scholen verwacht dat zij aan de onderwijsbehoefte van elk kind proberen te voldoen en dat de kinderen hierdoor minder snel naar het speciaal onderwijs worden doorverwezen. Dit legt veel druk op de docenten en leerkrachten. Superingewikkeld, noemt Fenje het. Enerzijds vindt ze het een verrijking: haar klas leert 'ontzettend veel' van het meisje met een verstandelijke en lichamelijke handicap dat één dag per week in de klas zit.

Anderzijds doet het een enorm appèl op leerkrachten om alle leerlingen tegelijk te bedienen op hun eigen niveau. "Zeker als je kinderen in de klas hebt die ook nog iets extra's vragen omdat ze bijvoorbeeld ADHD of dyslexie hebben."

Peer: "Ik heb soms hele klassen vol van deze bijzondere leerlingen." Fenje: "Daarom ben ik blij dat ik in het primair onderwijs werk. Ik heb de tijd, want ik zie de hele week dezelfde kinderen. Zo kan ik goed een vertrouwensband opbouwen en ze begeleiden." Peer: "Jij kan verwijzen naar een gebeurtenis van die ochtend en daar nog eens op terugkomen. Dat kan ik niet."

Peer noemt het 'onverantwoord' om technieklessen te geven in een klas van dertig waarin kinderen met zogenoemde rugzakjes zitten. "Dat is voor de klas lastig, maar ook voor zo'n jongen of meisje zelf, want hij of zij krijgt niet alle hulp die hij nodig heeft." Hij is strenger geworden, merkt hij ook. "Vroeger zei ik: ik probeer het wel. Nu zeg ik eerder nee. Het kan gewoon niet in zo'n grote klas."

Voorstelling geven

Beiden hebben het onderwijs de laatste jaren flink zien veranderen. "Je moet leerlingen veel meer 'bedienen', omdat ze zoveel andere prikkels hebben, maar ook omdat ze anders leren en zelf veel meer weten", zegt Fenje. Dus moet het onderwijs aantrekkelijk worden gemaakt en er van alles uit de kast worden gehaald.

Soms als ik naar huis rij ben ik leeg, alsof ik een hele voorstelling heb gegeven

Peer Besselink

"Je bent als docent veel meer aan het verkopen", vult Peer aan. "Het is niet meer automatisch zo dat ze iets doen omdat ik het zeg. Je moet je kunnen verantwoorden. Soms als ik naar huis rij ben ik leeg, alsof ik een hele voorstelling heb gegeven."

Het onderwijs is nog vrij ouderwets, vinden beiden. "We zitten nog in twee sporen", zegt Fenje. "Enerzijds gaat de ontwikkeling enorm snel en wordt er van ons verwacht dat we kinderen 21ste-eeuwse vaardigheden aanleren en ze goed op de toekomst voorbereiden.

Anderzijds wordt er nog steeds volgens het traditionele model klassikaal frontaal lesgegeven en zijn scholen volgens Fenje nog erg gericht op rekenen en taal. "Bovendien beoordelen we nog wel op de oude manier", zegt ze. "We kijken nog steeds naar de opbrengsten, naar de cijfers."

Zo is er nauwelijks echt ruimte voor inhoudelijke vernieuwing omdat de mensen geen ruimte krijgen om te veranderen: "Als het oude overeind moet blijven omdat je daarop of in wordt afgerekend, hoe kan je dan durven vernieuwen?" zegt ze.

Het is laat als de koffiekopjes worden opgeruimd, in Noord-Groningen. En het liefst hadden ze beiden nog wel willen doorpraten: Peer op z'n bedaarde toon, Fenje vol vuur over haar vak. Want, zo mailt ze later nog, "in de praktijk zijn er wellicht verschillen in taken en rollen maar de essentie is hetzelfde: didactisch en pedagogisch goed lesgeven en kinderen opvoeden en onderwijzen, zodat die uiteindelijk mooie en betrokken mensen worden, die iets positiefs bijdragen aan een samenleving vanuit hun kwaliteiten en kracht."

Lees ook: 'We vertrouwen onze leerkrachten niet meer'

Deel dit artikel

Het werk is onderwijzen én opvoeden tegelijk geworden

Fenje Koksma

Er wordt veel meer dan vroeger gekeken naar je taalgebruik, de interactie met de kinderen en of ze wel uitgedaagd worden

Fenje Koksma

Soms als ik naar huis rij ben ik leeg, alsof ik een hele voorstelling heb gegeven

Peer Besselink