Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Psychiaters zijn niet meer bekend met godsdienst'

Home

ELKE VAN RIEL

interview | Pastores en dominees signaleren psychische stoornissen vaak eerder dan een huisarts. Meer contact tussen kerk en hulpverleners is daarom gewenst, zegt hoogleraar Arjan Braam.

In de geestelijke gezondheidszorg is meer aandacht nodig voor levensbeschouwing en religie, betoogt psychiater Arjan Braam vandaag in zijn oratie 'Christuswaan of Chi-kwadraat' aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Hij is daar sinds vorig jaar bijzonder hoogleraar levensbeschouwing en geestelijke volksgezondheid met bijzondere aandacht voor de psychiatrie.

Aan de muur van zijn werkkamer hangt een grote poster met onderzoeksresultaten, geïllustreerd met Christusportretten van Marlene Dumas. Een ervan is opvallend donker. "Het heet 'Jezus is cross': Jezus is boos", zegt Braam. "Dat is als beeld in het geloof niet zo gangbaar, maar voor sommige mensen staat boosheid, of het gevoel dat God ze verlaten heeft, op de voorgrond. 63 procent van de ouderen kampt met langer durende depressiviteit. In de onderzoeksliteratuur en uit mijn eigen onderzoek blijkt dat er een sterke correlatie is tussen zo'n godsbeeld en depressie."

Braam wil de komende jaren met empirisch onderzoek achterhalen of dat gevoel van verlatenheid verdwijnt na de depressie. "Er zijn data die erop wijzen dat het blijft. Dat is voorstelbaar, want als juist iets intiems als spiritualiteit of geloof gemankeerd raakt in de stoornis, ervaren mensen het daarna waarschijnlijk als minder betrouwbaar."

Aleid Schilder beschreef ruim twintig jaar geleden al het verband tussen een zwaar geloof met veel schuldgevoelens en depressie. "Het fenomeen 'gereformeerde depressie' bestaat, maar dat betekent zeker niet dat alle gereformeerden daaraan lijden, want doorgaans staat er een genadeleer tegenover", aldus Braam. Sterker, hij vond in eigen onderzoek dat juist gereformeerde ouderen de minste psychische klachten hebben. Minder dan hervormden of katholieken, en zeker minder dan onkerkelijken en kerkverlaters.

Hoewel bij mensen met een zware depressie schuldgevoelens meer voorkomen bij degenen met een christelijke herkomst, kun je het niet omdraaien en stellen dat de christelijke religie vanwege schuldgevoelens dús leidt tot depressies, benadrukt Braam. "Mensen met schuldgevoelens maar zonder depressie hebben vaak veel godsvertrouwen en een positief en troostend godsbeeld. In het algemeen werkt geloof juist ondersteunend."

In onderzoek waarbij hij betrokken was, bleek ook dat mensen die tijdens een depressie iets van geloof weten vast te houden, sneller herstellen. "Het gaat dan waarschijnlijk vooral om het vermogen tot vertrouwen. Maar misschien zijn mensen die dat vertrouwen nog hebben toch iets minder ziek."

Waarom is er in de ggz weinig aandacht voor levensbeschouwing en religie?

"Op een intakeformulier is vaak wel een kopje 'kerkelijke achtergrond', maar hulpverleners in de ggz spreken hier doorgaans weinig over met hun patiënten. We vinden het een heel moeilijk onderwerp. Ooit, toen ik verpleeghulp was op een afdeling ouderenpsychiatrie, wilde een patiënte graag het Onze Vader met me bidden, want ze wist de woorden niet meer. Ik heb toen met haar gebeden, maar kreeg het verwijt van grensoverschrijdend gedrag. Dat zette me aan het denken.

"We vragen wel aan mensen uit een andere cultuur hoe het gaat met de Ramadan, maar niet wat een gelovige met Pasen ervaart. Dat staat blijkbaar op grotere afstand. Geloof wordt beschouwd als privé, nog meer dan seksualiteit. Vragen naar levensbeschouwing is eng, want het raakt aan de psychiater als privépersoon.

"Levensbeschouwing is breder dan religie: het kan ook gaan om ontzag voor de natuur, de rijkdom van relaties of het dienen van bepaalde waarden. Dat lijkt heel subjectief. Maar bijvoorbeeld de vraag waar een overledene gebleven is, is universeel, want iedereen verliest een keer een naaste."

Wat valt er te winnen met meer aandacht voor levensbeschouwing in de ggz?

"Erop ingaan hoe iemand in het leven staat is bevorderlijk voor de vertrouwensrelatie. Patiënten die er gehoor in vinden, zijn daarover vaak enthousiast. Het is ook diagnostisch interessant. Mensen in een psychose krijgen soms religieuze opdrachten, of menen samen te vallen met bijbelse figuren. Verder kun je onderzoeken welke steun het geloof aan iemand geeft."

Hoe ziet u de rol van geestelijk verzorgers hierin?

"Zij horen vaak persoonlijke verhalen waaruit markante pathologie spreekt, die de psychiater qua merkwaardigheid en ingrijpendheid niet te horen krijgt. Dat komt doordat geestelijk verzorgers niet beperkend hoeven te handelen, zoals een arts. Ze grijpen niet in met pillen of met opnames, als het niet meer gaat. De feitelijke zielzorg is nu vooral aan hen toevertrouwd. Ik pleit daarom voor meer uitwisseling met de ggz. Dat geldt ook voor pastores en dominees, want zij zien ook vaak eerder dan een huisarts of iemand een psychische stoornis heeft."

U bent al ruim twintig jaar bezig met het thema religie en psychiatrie? Hoe kwam u op dat spoor?

"Als veertienjarige kreeg ik warme interesse voor geloof. Ik ging twee keer per jaar twee of drie dagen meeleven bij de Benedictijnen in hun klooster bij Doetinchem. Daar raakte ik doordrongen van de grote waarde van contemplatie. Ik wilde dat graag exporteren naar mijn dagelijkse leven als student en onderzoeker. Dat kon bij de vakgroep psychiatrie op de VU.

"Toen ik in mijn opleidingstijd in Amsterdam aan mijn patiënten vroeg of ze kerkelijk waren, kreeg ik daar nauwelijks respons op. We associëren religie hier in Nederland met repressieve instituties of met het misbruik in de rooms-katholieke kerk. Toen ik later vroeg naar spiritualiteit en zingeving kreeg ik bijna altijd een antwoord. Dan ging het over stenen of yoga, of mensen vertelden hoe het geloof dat ze als kind hadden meegekregen doorwerkte."

Hoe werkt dat door?

"Uit onderzoek blijkt dat mensen die zich hebben losgemaakt van een streng geloof de bijbehorende denkwijzen, waarin schuldgevoelens centraal staan, nog lang blijven meedragen. Zonder de compenserende geloofsgenade zijn zij psychisch denk ik wat kwetsbaarder."

Welke vragen hoopt u te beantwoorden?

"Ik wil graag zo universeel mogelijke uitspraken kunnen doen over het belang van levensbeschouwing voor geestelijke gezondheid. Bijvoorbeeld over bidden. Dat is heel universeel: ook in religies zonder God, zoals het boeddhisme, mediteren en bidden mensen. Hun ervaringen daarbij zijn ruwweg hetzelfde over de hele wereld. Maar is bidden wel de beste manier van 'coping', of is dat te veel naar binnen gericht en te weinig activerend?"

Vindt u gehoor onder uw collega's?

"Nou, ik ben soms wel uitgelachen omdat dit onderwerp me zo na aan het hart ligt. Ik heb hier in het Willem Arntsz Huis eens 70 collega's - psychiaters, psychologen en verpleegkundigen - een korte vragenlijst laten invullen. Daarbij bleek dat 20 procent helemaal niets heeft met levensbeschouwing, zingeving, spiritualiteit en religie. Daarentegen vond 60 procent het wél interessant. Veel psychiaters houden van gelaagd denken, maar de meesten zijn niet meer thuis in religieus of spiritueel beschouwen. Als iemand dan over bidden begint, en je bidt zelf nooit, heb je toch minder zelfvertrouwen om je nieuwsgierigheid vrij baan te geven. Dat is jammer."

Wie is Arjan Braam?

Arjan Braam (1969) is twee dagen per week psychiater bij de crisisdienst Utrecht en sinds drie jaar opleider psychiatrie bij het Willem Arntsz Huis van Altrecht ggz in Utrecht. Hij publiceert al ruim twintig jaar over empirisch onderzoek naar verbanden tussen religie en psychiatrie bij ouderen in de Longitudinal Aging Study Amsterdam (Lasa) van de Vrije Universiteit. Hij promoveerde op dit onderwerp in 1999.

Braam werd op 1 oktober 2012 benoemd op een leerstoel ingesteld door het KSGV - Kenniscentrum voor levensbeschouwing en geestelijke volksgezondheid, een stichting die al tientallen jaren ijvert voor een psychisch gezonde omgang met levensbeschouwing, door middel van publicaties, studiedagen en leerstoelen.

Braams vader was vrijzinnig protestant, zijn moeder was van huis uit katholiek en later oecumenisch. Zelf werd hij als 25-jarige katholiek. Hij gaat gemiddeld eens per zes weken naar de kerk.

Deel dit artikel