Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Pleegvader' Martin Koopman verbitterd over voorbarige sluiting voetbalinternaat Go Ahead

Home

ERIC HORNSTRA

Zes maanden terug honoreerde het Europese Hof de jarenlange strijd van de Belgische voetballer Jean-Marc Bosman tegen het transfersysteem. De jubel bij de spelersorganisaties was terecht. De afschaffing van het stelsel is een adequate remedie tegen de ongecontroleerde, feodale praktijken bij aan- en verkoop van profvoetballers.

Wat echter door sommige sceptici al snel bevroed werd, is inmiddels een keiharde realiteit. Het Luxemburgse medicijn bevat beslist werkzame bestanddelen, maar de bijsluiter maakt ook gewag van hinderlijke bijwerkingen. Deventer kan er over meepraten. In die stad introduceerden trainer dr. Frantisek Fadrhonc en manager Wim Beltman in 1962 het voor Nederland nog geheel onbekende fenomeen voetbalinternaat. Het klaarstomen van jeugdige talenten voor het grote werk leidt door de nieuwe Europese voorschriften niet langer automatisch tot het spekken van de clubkas. En dus gaat het unieke bolwerk - slachtoffer van de vooruitgang - aan het eind van het lopende seizoen ter ziele.

Hoe ziet een internaat eruit? Mensen die ooit een deel van hun leven in zo'n instituut doorbrachten, plegen breedvoerig te verhalen over de lange gangen waar hun voetstappen zo hol klonken, de onvermijdelijke stapelbedden en lange tafels waar boterhammen met vruchtenhagel de hoofdmoot van het menu vormden. Dat ingesleten beeld valt weg bij het benaderen van het pand aan de Brinkgreverweg in Deventer. Op nummer 238 bevindt zich een normaal rijtjeshuis. Een voortuintje, een deur en ernaast een ruime erker. Ook een blik naar binnen levert niet meer op dan de vertrouwde huiskameropstelling. Martin Koopman, assistent-trainer bij Go Ahead en pleegvader van zeven voetbaltalentjes, vindt dat een internaat er zó en niet anders uit moet zien en spreekt daarom consequent over zijn jeugdhuis, een oord dat nog slechts enkele maanden mag voortbestaan.

Het is hetzelfde pand waar Fadrhonc in 1962 zijn pionierswerk begon. Eén enkele relikwie herinnert aan de eerste acht gloriejaren, toen het jeugdelftal op de zaterdagen somtijds 10 000 toeschouwers naar de Adelaarshorst lokte. In de hal hangt een produkt van nijvere huisvlijt: achter een glasplaat zijn de ietwat verbleekte portretten van de toenmalige 'weeskinderen' op een groot wit vel gelijmd. Het onbeholpen schoolschrift onder de foto's helpt de toeschouwer op weg. Het (nog) smalle koppie van Johan Derksen lacht je toe. Van Zoghel, Somer, Van der Ley, Rorije sr., Strik, Ressel, Warnas, Veenstra en Schneider zijn verder de meest welluidende namen. In het hart van het stilleven prijkt het glimlachende gelaat van de Tsjechische doctor. “Mooi”, knikt Martin Koopman trots. “Dit was alleen nog maar het begin. Michel Boerebach zat hier, René Eykelkamp, Marc Overmars, Jan van Deinsen. Als je de opsomming nog langer maakt, vul je moeiteloos een heel Nederlands elftal.”

Een historisch overzicht van het voetbalinternaat kan Koopman niet overleggen. “Er was in Deventer iemand die alles over Go Ahead bijhield. Die moet bergen informatie over dit huis bijeengeschraapt hebben, maar hij is overleden.” Als het huis aan de Brinkgreverweg straks zijn functie verliest, zullen geschiedschrijvers beslist hun weg naar de archieven vinden.

Als de sluiting van het huis ter sprake komt, maakt Koopman prompt een aangeslagen indruk. De assistent van Ab Fafié stak anderhalf jaar geleden zijn nek uit, toen het nieuwe bestuur besloot tot wat een herstart van het internaat moest heten. “Ik wil niet verbloemen dat de jeugdopleiding bij Go Ahead geruime tijd op een dood spoor zat”, vertelt de ex-speler van Go Ahead ('76-'82) en FC Twente ('82-'89). “Als je de totale opbrengst van het internaat in het verleden becijfert, kom je uit op een bedrag van meer dan tien miljoen. Een knap resultaat, maar voordat ik hier instapte had Go Ahead al zes jaar lang geen profijt meer getrokken van het internaat; er waren geen topverkopen (Marc Overmars was het laatste kassucces - red.), er braken geen talenten door. Daarom werd onder het voorzitterschap van Gé Voortman al gedubd over het al of niet laten voortbestaan van het huis.”

In de huidige leiding had Koopman echter alle vertrouwen. “Er was enthousiasme. Het bestuur was overtuigd van de waarde van het huis. De heersende gedachte was 'met de juiste talenten moet het weer lukken'. Daarom werd het scoutingsterrein uitgebreid tot Noord-Holland, Amsterdam en het noorden van het land. We wisten bij voorbaat dat we enige jaren nodig zouden hebben om te oogsten.”

Gesterkt door die fraaie voornemens accepteerde Koopman een unieke functie. De 39-jarige hulptrainer heeft de supervisie over het tweede elftal, verzorgt wedstrijdanalyses voor het eredivisieteam en kreeg als inwonend bestierder van het internaat een snelle gezinsuitbreiding. Die werkwijze met een assistent-trainer als beheerder werd in de geschiedenis van het huis pas een keer eerder toegepast. Koopman: “Wessels was - lang geleden - de eerste. Ik vind het een ideale formule. Je zit er op die manier bovenop. Dit huis ademt voetbal. De achtertuin komt rechtstreeks uit op het trainingsveld. Er wordt best wel over andere zaken gepraat, maar voetbal speelt permanent de hoofdrol.”

Koopman vindt dat aan de beslissing om het internaat te sluiten onvoldoende overleg is voorafgaan: “Het bestuur zal daar best weloverwogen over hebben nagedacht, maar ik had graag mijn eigen verhaal willen vertellen over het jeugdhuis. Dat is mij niet gegund. Jammer, want ik had mijn argumenten om het te behouden. Ik heb de nodige ervaring. Daarom dacht ik na de onheilstijding: 'Had even je oor te luisteren gelegd'. Ik heb me neergelegd bij het voldongen feit, maar blijf mijn bedenkingen houden bij het financiële argument, dat clubs onze talenten zomaar kunnen weghalen na de uitspraak in de zaak Bosman. Dat weghalen van spelers gebeurde voorheen net zo goed, al kon je je er wat beter tegen wapenen door het aanbieden van een contract.”

“Ik vind dat Go Ahead te snel gehandeld heeft”, stelt Koopman verbitterd. “Toen de zaak Bosman aan de orde was, begon ik al meteen te denken 'Als ze maar niet aan het jeugdhuis komen'. Er gingen twee, drie weken overheen, daarna ging de zaak aan het rollen, vooral omdat er op dit moment geen reglementering is. Ik heb alleen gezegd dat ik het jammer vond dat ze het zo snel lieten vallen. Na 34 jaar spelers intern begeleiden moet je niet bij de eerste tegenslag afhaken.”

“In mijn ogen had het bestuur gewoon anderhalf of twee jaar moeten wachten. Vooral omdat de ontwikkelingen nog niet helder zijn. Nu heb je een jeugdhuis, je kunt het altijd nog wegdoen. Die twee ton aan kosten is niet het probleem. De club is gezond. Het is een flink bedrag, maar peanuts als je het afzet tegen de gelden die uit de tv-rechten komen. Bovendien komt er binnen nu en anderhalf jaar regelgeving. Bij de Coaches Betaald Voetbal wordt al gesproken over een vergoedingssysteem voor het opleiden van spelers. Er komt een oplossing waardoor je toch je geld terugkrijgt, zodat het kweken van talent rendabel blijft. Ik ben er vast van overtuigd dat zo'n regeling in de maak is, want de toekomst van het Nederlands voetbal is afhankelijk van de opleiding. Elke Nederlandse speler kan nu zomaar in het buitenlandse voetbal ingepast worden. Technisch/tactisch zijn we heel ver. In het Europa Cupvoetbal worden de Duitse clubs zomaar opzij gezet. Daarom zal de KNVB in haar eigen belang tot sluitende afspraken komen.”

De zeven jonge bewoners van Brinkgreverweg 238 kunnen met een goede begeleiding alsnog ver komen. Koopman: “In potentie zeker. Het is alleen de vraag hoe we dat nu gaan oplossen. Zeker is wel, dat deze jongens er niet voor kiezen heen en weer te reizen. In de wandelgangen wordt gezegd 'We gaan deze zomer op zoek naar kostgezinnen'. Een mooi verhaal, maar het zal ongelooflijk moeilijk zijn om de juiste mensen te vinden. Gastouders moeten toch een beetje de weg weten in de voetballerij, je moet rekening houden met de voeding. Er komt veel bij kijken om het de jongens naar de zin te maken. Het lijkt mij een heidens karwei een alternatief te vinden; je offert veel privacy op als je een jeugdvoetballer in huis neemt.”

En dan komen er ook nog veel kosten bij natuurlijk. “Bij ons betalen ouders niet voor de opleiding. Iedereen zit hier op kosten van Go Ahead. Ik heb een verhaal gelezen van Leen Looyen. In Zwitserland moet je als ouders een pas kopen voor 50 000 gulden en dan is je kind altijd transfervrij. Die kant zie ik het in Nederland niet opgaan. Voetbal moet voor iedereen betaalbaar blijven. De gang van zaken in Frankrijk is aantrekkelijker. Daar blijven jeugdspelers tot een bepaalde leeftijd het eigendom van de club.”

Go Ahead wil nu bedragen gaan reserveren voor het aantrekken van regiotalenten. Daar heeft Koopman weinig fiducie in, omdat ook Vitesse en De Graafschap hun scouting in hetzelfde voedingsgebied intensiveren. “De visie van de club”, zegt de trainer/pleegvader, “bevreemdt nog meer als je weet dat NAC - ondanks het Bosman-arrest - van plan is een internaat op te zetten. Juist omdat een reglementering op til is.”

Over de persoonlijke consequenties tast Koopman nog in het duister: “Kan ik hier blijven wonen of moet ik verhuizen? Ook loopt mijn contract af. Wat er volgend seizoen moet gebeuren, daar pieker ik nog niet over. Er kunnen ook andere clubs aan de bel trekken. Waar ik moeite mee heb, is dat we iets loslaten wat ik had willen opbouwen. Wij hadden gekozen om dit een aantal jaren te doen, er is over nagedacht wie het moest moest doen. Daar stel je je dan helemaal op in. Niet voor een of twee jaar, maar bijvoorbeeld voor acht jaar.”

Is er dan helemaal niemand die zijn steun heeft betuigd aan het standpunt van Koopman? “Binnen de club niet, maar ik heb van veel collega-trainers van andere clubs positieve reacties ontvangen. En de media spreken vrijwel unaniem schande van dit besluit. Het opheffen van het jeugdhuis is in de kranten negatief ontvangen. Ik heb al een dikke stapel artikelen. Die ga ik absoluut allemaal inlijsten.”

De sportieve toekomst van Go Ahead's laatste jeugdhuis-lichting staat op de tocht, maar er wacht de zeven voetbal'zonen' van Koopman tot de zomer nog een hoop knip- en plakwerk. Voor een nieuwe getuigenis in de hal, misschien.

Deel dit artikel