Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

’Pinkster’ wil met PKN optrekken

Home

Emiel Hakkenes

Nederland heeft God dringend nodig, zegt pinkstervoorman Peter Sleebos. Hij is blij dat de PKN en pinksterkerken langzaam toenadering zoeken tot elkaar, want samen staan christenen sterk. „Bas Plaisier is ook een koninkrijksmens.”

Iemand vroeg hem eens, zegt Peter Sleebos: ’Waar denk jij dat de opwekking begint?’

„Met die vraag was ik zelf ook bezig”, zegt Sleebos, voorzitter van de Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten in Nederland. „Ik dacht: als ik God was, zou ik dan ervoor kiezen aan het werk te gaan met een pinksterkerk of met de Protestantse Kerk in Nederland? Nou, dan heeft de PKN natuurlijk veel meer invloed. Dus als je het land op zijn kop wilt zetten, zou ik daar beginnen. Maar God heeft natuurlijk geen last van instituten.”

Hij is van nature al een optimistisch mens, zegt Sleebos (1949), en dat verandert niet door het gegeven dat in Nederland de kerken nog altijd leger worden. „Ja, we zitten in een noodsituatie. Nederland heeft God nodig. Maar daarbij reken ik niet op onze eigen deskundigheid en plannetjes. Ik zie hoe God wereldwijd aan het werk is. Dan denk ik: dat zal toch niet helemaal aan Nederland voorbijgaan? Zouden wij niet ook wat van die zegen meekrijgen?”

Sleebos denkt van wel, zegt hij. Hoe de ontkerkelijking dan gekeerd kan worden? „Als kerken de handen ineen slaan. Laten we elkaar kennen: wie is die ander in Christus? En wat kunnen we voor elkaar betekenen op het gebied van wereldwijde zending en evangelisatie?”

Wat Sleebos betreft werd daarmee een begin gemaakt op het Global Christian Forum, vorig najaar in Nairobi. Vertegenwoordigers van álle kerken waren er bijeen, ook van de kerken die niet aangesloten zijn bij de Wereldraad van Kerken.

Sleebos was er uit Nederland, samen met de oud-katholieke aartsbisschop Joris Vercamman en secretaris Bas Plaisier van de PKN.

„Er waren nu eens weinig grote bijeenkomsten, en juist veel persoonlijke gesprekken”, zegt Sleebos. „Doordat ieder over zijn persoonlijke ’geloofsreis’ vertelde, werd God ook zichtbaar in die ander. En of je dan Russisch-orthodox bent of pentecostaal of reformatorisch, je ziet zoveel overeenkomsten. We zijn toch allemaal delen van het lichaam van Christus? We moeten niet te veel als instituten denken, maar als gewone christenen ons geloof uitdragen. Niet moeilijk theologisch doen naar elkaar, maar proberen samen de maatschappij te bereiken met het evangelie. Van mij mag iedereen zijn eigen kerkje hebben, maar laten we niet gaan concurreren. Daar moeten we van af. Laten we elkaar zegenen, in plaats van last van elkaar te hebben. Laten we bondgenoten zijn en niet elkaars vijanden.”

Het ’verlangen’ daarnaar, zegt Sleebos, proeft hij ook in de leiding van de PKN. „En zou God dat ook niet weten? Zou hij niet werken aan een ommekeer in ons land? Daar zie ik in alle kerken sparkeltjes van. Bas Plaisier en ik spreken op dit punt dezelfde taal.”

Dat bleek vorige zomer, toen Bas Plaisier in het Olympisch Stadion in Amsterdam tijdens het eeuwfeest van de Nederlandse Pinksterbeweging met excuses kwam. „Wat is er in het verleden soms met minachting over u gesproken”, zei de PKN-leider tegen de menigte in het stadion. „Er werd nogal eens over u gepraat alsof u niet meer geestelijk gezond was. De enthousiaste uitingen van de vreugde van het geloof, de tekenen van de Geest in tongentaal, profetie en genezing werden soms bestempeld als werk van de Boze. Wat een dedain, wat een verachting. Alsof emotie behoort tot een primitieve vorm van geloven. Net als de moslims nu, werd u daarbij door verlichtingsdenkers veracht en achterlijk gevonden. Broeders en zusters, ik wil u zeggen, dat ik me hiervoor schaam. Zo mogen wij elkaars diepste geloofskeuzes niet minachten – voor zo’n houding hebben we vergeving nodig.”

„Die toespraak was verpletterend”, zegt Sleebos. „Wat hij zei kwam van heel diep, uit zijn hart, dat proefde je gewoon. Voor ons sloeg het in als een bom. Je moet bedenken dat misschien wel de helft van de pinkstergelovigen oorspronkelijk uit een andere kerk komt, en dat zij pijn hebben van de manier waarop die kerk over hen heeft gesproken. In zeven, acht minuten overbrugde Plaisier die pijn. Ik was daar stil van. Ik wist niet hoe ik moest reageren. Dat hij zo oprecht excuses zou maken, had ik nooit voorzien. Hij zocht geen uitvluchten voor fouten uit het verleden, dat vond ik bewonderenswaardig, die eerlijkheid. Ik dacht: ik moet nu niet meteen reageren, want dan schud ik iets uit mijn mouw wat ik niet meer over kan doen. Ik vroeg of ik iets wederkerigs mocht doen in de synode.”

Dat gebeurde in november. Volgens Sleebos waren de pinkstergelovigen in het verleden ’soms op zoek naar een duidelijke identiteit’ en hebben zij zich daarin ’arrogant en exclusief’ gedragen naar andere kerken of geloofgemeenschappen, „menend dat God dit van ons vroeg.”

„In onze passie voor God de Vader, Jezus Christus de Zoon en de Heilige Geest, én de opdracht om het evangelie te verkondigen, hebben we regelmatig door triomfantelijke en diskwalificerende uitingen medegelovigen in andere kerken pijn gedaan, alsof de Geest alleen nog maar in de Pinksterbeweging zou werken. We hebben in onze gedrevenheid vaak te weinig Bijbelstheologische uitleg gegeven om zo tot een goede dialoog te komen. Ook wij hebben daar vergeving voor nodig.”

Daarop werd de pinksterleider door PKN-voorzitter De Fijter innig omhelsd.

„We zijn naar elkaar toegeschoven”, zegt Sleebos. „De pinksterkerken zijn wat meer gaan nadenken dan vroeger, we hebben nu onze eigen wetenschappelijke theologieopleiding aan de VU. En tegelijk is er in de traditionele kerken een soort vercharismatisering gaande. Als ik zie dat op een EO-jongerendag alle mensen met hun handen in de lucht staan, denk ik: vroeger deden wij dat alleen, terwijl van jullie de meerderheid uit de gevestigde kerken komt – wat gebeurt hier? En regelen wij mensen dit, of is God iets aan het doen? Heeft Hij Nederland op het oog? Hij wil ons gebruiken, onafhankelijk van ons kerkgenootschap. Dat geloof ik echt. Ik denk niet in denominaties, ik heb een koninkrijkshart. Ik wil bouwen aan Gods koninkrijk.”

Zeker, zegt Sleebos, hij weet best dat sommigen die ’vercharismatisering’ geen goede ontwikkeling vinden. „Maar die mensen zou ik willen aanraden eens over de wereld te reizen en te zien wat God doet. Ze zouden niet weten wat ze zien. In Afrika, Azië of Zuid-Amerika heb je geen gereformeerde kerken. Wel charismatische kerken. Dat is gewoon gebeurd de afgelopen honderd jaar. Dan moet je als traditionele kerken ook naar jezelf kijken. Bas Plaisier doet dat. Die weet wat er in de wereld gebeurt. Hij is ook een koninkrijksmens.”

Daarom, zegt Sleebos, is het de hoogste tijd voor een Nederlands Christen Forum, naar voorbeeld van Nairobi.

„Het zou nu samen vlotter kunnen gaan dan 20, 25 jaar geleden, denk ik. Degenen die nu nog in de kerk zitten, is mijn indruk, zijn écht gelovig. Het is tijd om elkaar te leren kennen en te zeggen: hé jongens, we staan aan dezelfde kant. En we hebben een gezamenlijke taak. Weg met onze verdedigingsmechanismen, onze dogmatiek en ook onze ego’s. Laten we maar gewoon eerlijk zijn tegen elkaar. Dan schep je ruimte voor wat God zou kunnen doen.”

Deel dit artikel