Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

’Ov-chip en trein gaan niet samen’

Home

Vincent Dekker

De NS testen sinds 2006 hun ov-chipkaart op de lijn Rotterdam - Hoek van Holland. Per 1 oktober wordt de test gestaakt. Te weinig deelnemers, aldus de NS. Héél verwonderlijk is dat niet, ontdekte redacteur Vincent Dekker.

De ov-chipkaart is al een jaar omstreden en de laatste maanden wordt dat er door alle kraakpogingen bepaald niet beter op. Hoog tijd, leek me dus, om zelf eens te ervaren wat nu toch het mooie of ellendige aan die ’vervoerskaart van de toekomst’ is. Mede daarom begin maart toch maar zo’n kaart, voorzien van Voordeelurenabonnement, besteld. De NS leveren dat abonnement uitsluitend op een persoonlijke ov-chipkaart, wat ik uit privacy-overwegingen onaanvaardbaar vind, maar goed, voor deze ’ontdekkingsreis’ neem ik er tijdelijk toch maar genoegen mee.

Reizen met de trein moet dankzij de ov-chipkaart veel eenvoudiger worden. Vooraf geen kaartje meer kopen: gewoon je chipkaart langs een lezer halen aan het begin en aan het eind van de reis en je hebt betaald. Dus houd ik in april mijn kersverse ov-chipkaart enthousiast bij een lezer op station Rotterdam Centraal. Er gebeurt niets. Eigen schuld, bedenk ik me, er staat nog geen saldo op de kaart; dat moet ik eerst even regelen.

De automaat daarvoor staat vlakbij. Ik leg mijn ov-chipkaart in een bakje en op een beeldscherm kies ik voor saldo opladen. Dat kan via pinnen en met een chipknip. De laatste gebruik ik graag, dus ook nu. Ik kies voor tien euro aan reistegoed, het kleinste bedrag, want ik wil slechts heen en weer Vlaardingen en daarna misschien nooit meer met de ov-chipkaart reizen. Om onduidelijke redenen meldt het scherm dat er drie euro aan kosten bij komen en dus laat ik 13 euro van m’n chipknip afschrijven.

Een van de meest voorkomende klachten bij de ov-chipkaart is dat mensen op het scherm zien dat ze betaald hebben en dan denken dat ze klaar zijn. Fout. Wie zijn kaart te vroeg uit het bakje haalt, is zijn geld kwijt maar geen reistegoed rijker. Ik laat daarom mijn ov-chipkaart extra lang in het bakje liggen.

Totdat het scherm meldt dat de transactie is mislukt. De 13 euro zijn wel van m’n chipknip afgeschreven maar het reistegoed kon niet op de ov-chipkaart worden gezet. Vervoeg u bij een informatiebalie, zo adviseert het scherm.

Voor de zekerheid laat ik de automaat een printje maken van de mislukte transactie. Die rolt vlot in het daarvoor bestemde bakje, maar is er dan met geen mogelijkheid uit te halen. Het bakje heeft een klepje, en als je dat naar binnen toe open duwt, duw je je bon weg, onbereikbaar voor mannenvingers. Na tien keer klepperen met het klepje krijg ik ten slotte toch een vinger achter mijn bonnetje.

Die balies zijn overbezet. Maar er staat ook een ’losse’ NS-medewerker voor de eenvoudige vragen. „Ah, u hebt uw kaartje te vroeg uit de automaat gehaald”, weet de man me te vertellen. Ik ontken bedeesd, maar hij weet zeker dat ik te ongeduldig ben geweest: „Anders gebeurt dit namelijk niet”. Dat ik beweer 13 euro te hebben betaald voor tien euro reistegoed, is voor hem een reden temeer om me te wantrouwen. Ook dat kan namelijk niet.

Betalen met een chipknip blijkt een beetje dom te zijn geweest. Nu kan ik later niet met bankafschriften bewijzen dat ik heb betaald. De NS-man denkt zijn gelijk te bewijzen door mijn kaart weer in het bakje van de automaat te leggen. Maar op het scherm ziet hij iets geks en draait bij: „Ga maar naar de balie en vraag of ze daar 13 euro op uw kaart zetten. Ik zal even een bonnetje voor u printen.” Ik heb met hem te doen; zijn vingers zijn nog dikker dan de mijne.

Ondertussen vertrekt mijn trein naar Vlaardingen.

Bij de balies staan nog altijd lange rijen. Als ik ten slotte aan de beurt ben, blijk ik het echter goed getroffen te hebben. De medewerkster is meer dan vriendelijk, verwondert zich over de 13 euro, maar gunt me het voordeel van de twijfel. Ze zet 13 euro reistegoed op mijn ov-chipkaart en mijn reis kan nu echt beginnen.

Tot ik bij de ov-chiplezer kom om in te checken. Dat lukt nog steeds niet. Volgens de oplaadautomaat staat het saldo er toch echt op. Ik maak maar weer een printje, voor het broodnodige bewijs, worstel met het klepje en meld me weer bij de balies, waar het nog altijd druk is. Ondertussen vertrekt de volgende trein naar Vlaardingen. Mijn afspraak gaat in het honderd lopen, dat is duidelijk.

Ik heb opnieuw geluk, want kom bij dezelfde behulpzame medewerkster terecht. „O, o”, verontschuldigt zij zich, „ik had de kaart nog moeten activeren.”

Dat blijkt de oplossing. De chiplezer checkt me nu in en haalt het basisbedrag: vijf euro, van mijn saldo af. Aan het eind van de rit wordt dat bij het uitchecken verrekend. Wie vergeet uit te checken, is vijf euro kwijt.

In Vlaardingen zie ik dat de rit me 2,50 euro heeft gekost. Da’s niet goed. Ik heb een voordeelurenkaart en het is twee uur ’s middags, dus moet deze enkele reis mij volgens de normen van de NS 1,50 euro kosten. Op station Vlaardingen staat een winkeltje voor koffie en lekkers, maar niet voor informatie over de ov-chipkaart. Wat ik moet doen om met voordeelurenkorting te reizen, kan de caissière écht niet zeggen.

Het inchecken voor de terugreis verloopt probleemloos. Op de heenreis was er geen conducteur langsgekomen, maar nu zie ik er twee en stap op ze af. Ze willen me wel even demonstreren wat ze op het schermpje van hun persoonlijke ov-chiplezer zien. Een van de twee haalt een apparaat uit zijn tas en zet ’m aan. Ze worden kennelijk zelden gebruikt. Het ding doet het echter niet en dus pakt nummer twee zijn lezer erbij. Na een paar minuten is te zien dat ik heb ingecheckt.

Terug in Rotterdam zie ik dat ik opnieuw 2,50 euro heb betaald: het volle pond voor een enkele reis. Terwijl ik vandaag toch echt een retourtje Rotterdam-Vlaardingen met korting dacht te hebben gemaakt. Dat had me 2,30 euro mogen kosten, en niet de vijf euro die er van mijn kaart zijn afgeschreven.

Ik besluit me weer bij de informatiebalies van de NS te melden om te vragen hoe ik in de toekomst wél met retourtjes en korting kan reizen. En waar ik het te veel betaalde geld kan declareren.

Mijn geluk kan niet op. Voor de derde keer sta ik even later oog in oog met misschien wel de vriendelijkste NS-medewerkster van Nederland. Ergens uit een la diept ze een restitutieformulier op dat ik kan invullen en dan ’voldoende gefrankeerd’ mag opsturen. Het is hier weliswaar niet voor bedoeld, maar het is het beste dat ze me kan bieden.

Wat de retourtjes met korting en de ov-chipkaart betreft, heeft ze een heel ander advies. „Eigenlijk, zegt ze, en begint te fluisteren, „moet u helemaal niet met de ov-chipkaart in de trein reizen. Bij de metro lijkt het wel te lukken, maar bij ons niet.”

Deel dit artikel